Het marketingtalent met twee nullen
Van de federale verkiezingen van 2007 kan intussen zeer veel worden gezegd, maar één teneur van toen is me in die meer dan twee jaar van behoorlijk immobiele politiek steeds bijgebleven. Tijdens de verkiezingscampagne ’07 klonk meer dan eens de niet eens zo onterechte kritiek dat de standpunten van de drie centrumpartijen niet bepaald uitblonken in wat men onderscheidend vermogen noemt. Alle intussen verdwenen kartels ten spijt. Ok, er waren - uiteraard - verschillende visies in een hele reeks beleidsdomeinen. Maar de echt fundamenteel ideologische getinte verschillen tussen liberalen, socialisten en christen-democraten waren in een immens deel van hun verkiezingsprogramma’s uitgevlakt. Intussen kennen we het belangrijkste gevolg van dat gebrek aan sterke politieke USP’s: noch de beste, noch de slimste won de verkiezingen maar wel de politicus met de beste oneliners. We brengen ze even in herinnering: “wie gelooft die mensen nog” en “vijf minuten politieke moed volstaan om BHV te splitsen”. In de twee jaar die volgden op de 800.000 stemmen van Leterme bleef de drang om zich ideologisch te onderscheiden bij Open VLD, SP.A en CD&V laag. Vanuit marketingstandpunt is dat onbegrijpelijk, maar de politieke actualiteit leverde uiteraard een pak factoren die de vaagheid hebben gestimuleerd. Daarom is het schouwspel dat Open VLD momenteel ten tonele brengt zeer heuglijk. De strijd om het voorzitterschap tussen Marino Keulen en Alexander De Croo toont opvallend veel ideologische diversiteit.
In De Morgen maakt Nicolas Bouteca, verbonden aan de vakgroep politieke wetenschappen van de UGent, de ideologische vergelijking van beide kandidaten. De Croo gaat voor retroliberalisme, Keulen voor de brede volkspartij.
“De Croo wil in eerste instantie opnieuw aandacht hebben voor sociaaleconomische thema's, de corebusiness van de liberale partij. Zijn programma staat dan ook bol met liberale dada's die sterk doen terugdenken aan het verleden”, zegt Bouteca in De Morgen. “Het uitdoven van het brugpensioen roept herinneringen op aan het donkerblauwe pleidooi voor het verminderen van uitgaven voor de sociale zekerheid. Zeker als het gepaard gaat met een old school liberaal pleidooi voor begrotingsorthodoxie. Ook het voorstel om subsidies te vervangen door fiscale stimuli en de strengere aanpak van slecht presterende ambtenaren gaan terug op de viscerale afkeer bij hardcore liberalen voor alles wat naar de staat ruikt.” Wat zijn programma echt retro maakt, en dus ook wel een beetje modieus, is het Derde Weg-sausje dat hij over zijn programma uitgiet: sociale inclusie, activeren in plaats van investeren, werk als belangrijkste sociale bescherming. Ondanks deze sociale accenten kan men De Croo bezwaarlijk links-liberaal noemen, want hij somt vooral de liberale accenten op van de voormalige actieve welvaartsstaat. In tegenstelling tot De Croo vindt Keulen dat er weinig mis is met het huidige programma van Open Vld. De partij moet zich volgens hem niet herpositioneren. Noch naar links, noch naar rechts. Open Vld moet met andere woorden de brede centrumpartij blijven die naast de corebusiness ook een verhaal vertelt over cultuur, onderwijs en het klimaat. Er is in de visie van Keulen met andere woorden ook aandacht voor de sociaaleconomische vraagstukken die De Croo centraal wil plaatsen, maar het relatieve gewicht ervan vermindert door de combinatie met 'nieuwe' thema's. Volgens De Croo werkt dit amalgaam aan strijdpunten verwarrend en tast het de geloofwaardigheid van de partij aan.”
De voorzittersstrijd levert de liberalen vandaag veel democratische complimentjes op, maar de impact zou wel eens groter kunnen zijn dan wat schouderklopjes. De visie van De Croo op hoe een partij zich moet profileren, kan verrijkend zijn voor de politieke marketing anno 2010. Voorwaarde is natuurlijk dat die visie ook na een eventuele verkiezing overeind blijven. De Croo brengt het liberale electoraat de duidelijkheid die ze de voorbije jaren moest ontberen en koppelt die heldere focus aan een ideologische onderbouw in plaats van aan populistisch gemopper. Alleen al om zijn feeling voor marketing gun ik De Croo junior het voorzitterschap. Als hij er vanuit die positie in slaagt om ook andere partijen aan te zetten om zich meer ideologisch te differentiëren, dan beloven de volgende federale verkiezingen een stuk leuker en – vooral – een stuk inhoudelijker te worden.
Gepost door Wouter Temmerman
Bekentenis
Ik beken: ik kijk vtm. Nu hoor ik u denken dat zulks nogal wiedes is als je beroepshalve volgt wat reilt en zeilt in media- en communicatieland, maar dat bedoel ik niet. Het zit zo: ik ben geboren in de late seventies en was dus net tien jaar jong toen Vlaanderen een commercieel tv-station mocht verwelkomen. Zij die erbij waren zullen het bevestigen: dat was nogal wat, zeker voor de gemiddelde tienjarige. We kregen plots reclame, Missen België als omroepster, Tien om te zien en een journaal dat niet om 19u30 maar om 19u begon. De Vlaamse Televisie Maatschappij kleurde onze dag, maar dat bleef niet duren. Na hoogtes kende de zender in de jaren ’90 ook laagtes, op formats kwam slijt en bovendien had de tiener uit de jaren ’90 andere dingen aan zijn hoofd. Dingen die in het geval van uw dienaar meer neigden naar Smells like teen spirit in de vroege jaren ’90, Afrekeningfuiven in het midden van de jaren ’90 en serieuze dingen gaan studeren in de late jaren ’90. Dat gedrag stond om het met een eufemisme te zeggen nogal haaks op die grote commerciële zender die stilaan een veel ouder imago had gekregen. Logisch dus dat VTM (toen was het nog met hoofdletter) kijken niet bepaald hoog op het to do-lijstje stond. De enige beelden die ons vanuit Vilvoorde bereikten, waren de niet zo fraaie flops die in Alles Kan Beter vakkundig (en ook wel terecht) door de mangel werden gehaald.
Maar in de jaren ’00 (hoe gaan we die trouwens noemen?) veranderde een en ander. De zender snapte dat het jonger en dynamischer moest en belastte na enkele minder gelukte pogingen Jan Segers en Laurens Verbeke met die opdracht. De eerste tastbare vruchten heetten Sara en Mijn Restaurant. Ondanks het feit dat ik met mijn 30+ levensjaren intussen zelf in het vizier van die programma’s was gekomen, konden ze me niet bijster boeien. Ik bekeek ze wel, puur professioneel, maar de reflex ‘zal ik vanavond eens Sara kijken’ bleef mij vreemd. Vandaag is er voor het eerst in twee decennia een programma op vtm waar ik wel opnieuw met volle goesting naar kijk en dat is ‘De Beste Hobbykok van Vlaanderen’. Ondanks Peter Goossens, ondanks de langdradigheid van de competitie en ondanks de niet te miskennen typecasting van de kandidaten. Ondanks dat alles kijk ik met plezier en met elke week meer plezier. Met de week gaat dit programma beter lijken op het verrukkelijke BBC-programma Masterchef. De uitlachtelevisie is verdwenen, het kookniveau gestegen en de competitie scherper. Enkel de Britishness ontbreekt, maar dat wordt dan weer ruim gecompenseerd door de continentale keuken die iets meer dan in Masterchef een plek krijgt. Productiehuis Kanakna heeft het concept ondanks de ondanksen van hierboven puik vertaald. Een zwaluw maakt van mij nog geen doorwinterde vtm-fan, maar het gaat in elk geval zeer duidelijk de goede kant op.
Gepost door Wouter TemmermanLokaal ondernemerschap met de glimlach
Buurtwinkels spelen een belangrijke rol op socio-economisch vlak. Ze zorgen vaak voor duurzame werkgelegenheid en een gediversifieerd productaanbod. Wonen in een wijk of buurt wordt er ook aangenamer door. Per definitie staat een buurtwinkel dicht bij haar bewoners, waardoor onnodige mobiliteitsstromen kunnen vermeden worden. Daarom spelen buurtwinkels een belangrijke rol in de ontwikkeling van de lokale economie en van de sociale cohesie.
De evolutie van het aantal buurtwinkels in Vlaanderen kende tussen 1993 en 2003 een sterk dalende trend. Om deze tendens terug een positieve relance te geven, werden reeds verschillende initiatieven gelanceerd door o.a. UNIZO, de Vlaamse overheid en een aantal steden. De daaraan gelinkte communicatiecampagnes zoals “Met belgerinkel naar de winkel”, “Uw warme bakker” en “Dag van de klant” willen zoveel mogelijk de buurtwinkels opnieuw dichter bij het hart van de consument brengen.
Een nieuw initiatief in Antwerpen, een campagne uitgewerkt door Antenno, wil juist de buurtwinkelier een hart onder de riem steken. Het zijn immers zij die het uiteindelijk moeten waarmaken. In plaats van een one-way communicatie naar de buurtbewoners, wil deze campagne de dynamiek tussen de buurtwinkelier en de buurtbewoner zelf laten spelen. De buurtwinkel wordt getoond in een herkenbare en authentieke vorm van ondernemerschap in relatie met de buurt. Door middel van interactiviteit (“stem op de beste buurtwinkel van Antwerpen”) wordt de bewoner mee gestimuleerd om trots te zijn op zijn buurt, dankzij de buurtwinkels.
De verkiezing van de beste buurtwinkel van Antwerpen kreeg de naam "De Gouden Glimlach" mee. Alle deelnemers en de winnnaar worden op hun beurt beloond met ondernemerschap ondersteunende prijzen: tijdens de actie is er visibiliteit bij de mediasponsors ATV, GvA en Radio 2, en de winnaar krijgt daarna een eigen campagne en een opleidingspakket van UNIZO. Alle info over de wedstrijd kan geraadpleegd worden op www.degoudenglimlach.be.
In dit kader toch ook nog even een initiatief bij onze noorderburen dat het vermelden waard is. "NLstreets is een handige online informatiebron van leuke adresjes van speciale buurtwinkels met een authentiek en ambachtelijk karakter, die de originele identiteit van de Nederlandse binnensteden kenmerken”.
We moeten blijven hameren op de dynamieken van ondernemerschap en innovatie die de economie stimuleren, ook op lokaal niveau. Ook in je buurt vind je zeker en vast bedrijven met een sterk verhaal.
Gepost door Mariska Brosens
De kip met de gouden knikkers
Nadat de spaaractie als consumentenlokaas de voorbije jaren furore maakte bij kranten en magazines, heeft ook de retailsector deze vorm van klantenactivering opnieuw helemaal ontdekt. Met name Delhaize neemt het voortouw met enkele zeer succesvolle acties. Het begon allemaal met de Smurfenstickers. In samenwerking met Panini kregen klanten in de zomer van 2008 bij een aankoop van 20 euro één zakje met vijf stickers die vervolgens een plekje kregen in de bijhorende Smurfenalbums. Het succes was zonder overdrijven gigantisch: Delhaize bracht ruim 175 miljoen stickers in omloop, kon ruilbeurzen organiseren voor de kinderen die de dubbele stickers ophoopten en last but not least genereerde de actie flink wat ‘rumour around the brand’.
Niet onlogisch dus dat de retailer ging voor een vervolg in 2009. Niet met de Smurfen en Panini, maar wel met Pixar. De wereldvermaarde animatiestudio gaf de toestemming om haar figuurtjes op speelkaarten te laten pronken en die te laten verzamelen. Ik heb getwijfeld of Pixar wel dezelfde nostalgische aantrekkingskracht zou hebben als De Smurfen plus Panini. Veel ouders ‘spaarden mee’, want die Smurfen kenden ze uit hun eigen jeugd en van Panini had menig papa al eens een voetbalalbum gevuld in zijn jonge jaren. Nostalgie troef dus, maar zou Pixar hetzelfde succes hebben? Duidelijk wel. Opnieuw kwamen er ruildagen en wat meer is, Delhaize dankt er mooie omzetcijfers aan. Toen de omzet in het derde kwartaal van 2009 4,6% hoger afklokte dan een jaar eerder, werden de Pixar-kaarten als een van de drijfveren aangestipt.
Dat er een nieuwe actie zou komen in het derde kwartaal van 2010 leek mij een uitgemaakte zaak, maar tot mijn grote verbazing zette de winkelketen meteen alle zeilen bij voor nog een extra actie nog dit najaar. Nikelodeon is ditmaal de partner en de kaarten maken plaats voor knikkers met een Nikelodeon-figuurtje erop. Opnieuw twijfel ik, want wat blijft nog over van de succesformule? De nostalgie bij de VVA is duidelijk niet meer van de partij. Ouders kunnen misschien nog geprikkeld worden door de Sony PSP die aan een gouden knikker vasthangt, maar de kracht van nostalgie is groter. Het succeselement verrassing speelt ook een minder grote rol door de opeenvolging van acties. Blijft nog over: het aangeboren verzamelinstinct van vele kinderen. Of dat zal volstaan om het succes van de voorgaande acties te evenaren, lijkt me geen uitgemaakte zaak. Delhaize heeft onder andere met de Plus-kaart een stevige reputatie op vlak van loyalty en net daarom mag het niet verzeilen in het straatje van de ‘noodzakelijke productplus’, zoals kranten en tijdschriften die kennen. Die media zagen hun verkochte oplage bij acties stijgen en bleven vervolgens acties bedenken om een daling bij de volgende meting te vermijden. Niet echt de bedoeling, maar finaal geen onoverkomelijk probleem zolang de acties creatief of sterk genoeg zijn om de lezers te boeien. Voor Delhaize lijkt me zo’n scenario niet wenselijk, maar de mooie omzetcijfers die Pixar en Nickelodeon zullen opleveren, zijn in een jaar als 2009 ongetwijfeld zeer welgekomen.
Gepost door Wouter TemmermanKomen eten?
De unique selling proposition van het product uitleggen, is in zeer beknopte termen de doelstelling van nogal wat marketers als ze een reclamecampagne op de sporen zetten. Als zo’n USP neerkomt op ‘Wast witter dan wit’ of ‘Verbruikt weinig CO2 per kilometer”, dan valt dat al bij al goed mee. Maar voor sommige producten is dit minder vanzelfsprekend. Neem nu toiletpapier. We kunnen er gemakshalve van uitgaan dat de meeste mensen zich wel iets kunnen voorstellen bij de USP van toiletpapier, maar toch. Wie zich wil onderscheiden van de concurrentie wil al wel eens in de details treden en dan wordt het opletten geblazen.
Dit najaar sierde deze spot van Moltonel (Georgia Pacific) de vaderlandse televisieschermen. Zoals nog enkele bloggers zag ik hem tussen twee stukken van ‘Komen Eten’ op VT4. Om maar te zeggen dat er qua contextuele planning al zeker iets scheef zat met het element smaak. In de spot, die ik via Kerygma in het Frans weervond, wordt de USP van toiletpapier, of beter van Moltonel, er net iets te vingerdik opgelegd. Het kon spitsvondiger en de humorist op de creatieve afdeling had duidelijk niet zijn dagje. Als het above niet zo wil lukken, dan is below voor dergelijke merken een in elk geval veiliger kanaal. In oktober zagen we dan ook dat Moltonel een promotie-actie opzette in samenwerking met het onderbroekenmerk DIM. U voelt de onderbroekenlol al weer om de hoek loeren? Toch niet. De co-branding zorgde ervoor dat consumenten een duo-pack DIM-slips kregen bij aankoop van meerdere pakken Moltonel. Zeer braafjes, dat wel, maar wel actief en met een pak minder ruis dan een spot middenin een kookprogramma.
Gepost door Wouter Temmerman
Waarom Radio 2 dominant zal blijven
De allereerste redactievloer waarop ik ooit aan de slag ging was die van Radio 2. Als bijna-afgestudeerde liep ik een drietal weken stage op de nieuwsredactie van de Oost-Vlaamse tak van de zender. Dat betekende korte nieuwsberichten schrijven voor de regionale radiojournaals ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds. Op dat moment had ik al in de smiezen dat printmedia me iets meer lagen dan audiovisuele media, maar toch was het boeiend om zien hoe vaak complexe informatie naadloos werd afgestemd op de doelgroep van de zender. “Dit moet begrijpbaar zijn voor de bakker en de slager om de hoek”, prentte een van de journalisten me in terwijl hij me een provinciaal besluit over een milieuvergunning in de handen draaide. Na mijn stage verloor ik Radio 2 wat uit het oog; net afgestudeerden zijn niet bepaald de kerndoelgroep van de zender.
Als marketingjournalist bleef ik me echter wel verbazen over de sterke bereikcijfers die de zender CIM-golf na CIM-golf etaleert. In de laatste Golf (nummer 18 is dat) scoorde Radio 2 een marktaandeel van 32,1% en kaapt zo dus bijna een derde van de Nederlandstalige radiomarkt weg. Een derde! Omgerekend staat dat voor 1,3 miljoen luisteraars. Omdat ik de voorbije weken een huis verbouwde met iemand die wel in de kerndoelgroep van de zender zit, leerde ik hoe Radio 2 dat voor mekaar krijgt: regiogevoel en community building. De regionale ontkoppeling zorgt voor heel wat proximity, de zender staat dicht bij zijn publiek. Vandaar uit bouwt het een echt community-gevoel op, de slogan ‘de grootste familie van Vlaanderen’ zegt dat helemaal. Ook de muziekkeuze gaat breder dan je verwachten zou. Van Jasper Erkens (eerder StuBru) over John Hiatt (eerder Radio 1) en Mozart (Klara) tot de pure hits (MNM) en schlagers. En die lijn kunnen we vlot doortrekken naar het staal adverteerders dat elk blok bevolkt. Echte jongerenmerken blijven misschien wat achter, maar spots voor een businesspubliek ontbreken bijvoorbeeld niet. De machtspositie van Radio 2 in het radiolandschap blijft dus nog wel even. In Vlaanderen is er op de radio immers geen enkel ander breedpublieksalternatief. Noch voor de luisteraars, noch voor de adverteerders.
Gepost door Wouter Temmerman
Base
Gsm-operator Base is goed bezig, zeker als het gaat om het verdedigen van zijn merkwaarden. En toegegeven: ik had een jaar geleden niet gedacht dat ik voorgaande zin aan het digitale papier zou toevertrouwen. Dat zit zo: ’s lands derde operator is in communicatie- en reclameland al enkele jaren een ietwat apart geval. Als marketingjournalist ben ik al enkele malen serieus op zoek moeten gaan naar wie “momenteel nu eigenlijk weer het reclamebureau is van Base”, om maar iets te zeggen. In vergelijking met de concurrenten Proximus en Mobistar pakt het merk zelden of nooit uit met spraakmakende reclamespots. Wel viel de derde operator op omdat het zich een vijftal jaar terug aan vergelijkende reclame waagde, maar creatieve spots of grootse geïntegreerde campagnes zal je Base amper zien naar voor schuiven. Hun goed recht uiteraard. Ieder besteedt zijn centen zoals hij dat wil en de aanpak heeft hen zeker niet naar de afgrond geleid.
Onder-de-lijn ging Base in zee met voetbalclub Standard. Het merk prijkt op de truitjes van de landskampioen en als de Luikenaars straks aantreden in de voetbalhemel die de Champions League is, levert die shirtsponsoring Europese visibiliteit op. Toch heeft dat Base er niet van weerhouden om zich zeer verstandig op te stellen in de heisa die ontstond na de doodschop die Gouden Schoen Axel Witsel afgelopen weekend verkocht aan Anderlecht-verdediger Marcin Wasilewski. Terwijl het Standard-bestuur behoorlijk weinig empathie aan de dag legt, heeft Base zeer goed begrepen dat zwijgen imagoschade kon opleveren. Het merk tikte Standard meteen na de match op de vingers en houdt ook nu de druk aan. "Wij zullen Standard steunen als de club Axel Witsel een bijkomende straf zou opleggen", vertelde de overigens zeer competente woordvoerder Bart Vandesompele aan Radio 1. Het hele gesprek hoort u hier en het bewijst hoe Base zeer behendig om deze lastige klip zeilt. Quotes als "We denken bijvoorbeeld aan een taak met jeugdvoetbal. Dat zou bij ons imago passen" en "We moeten nu afwachten of Standard naar zijn hoofdsponsor wil luisteren, maar er moet zeker iets gebeuren" getuigen van a. lef en b. mooi doordachte crisiscommunicatie. Of waarom fraai werk niet altijd van die knappe creatieve tv-spot moet komen.
Gepost door Wouter Temmerman
Hé kopje koffie
Het was een nieuwsbericht dat in deze komkommertijd haast geruisloos weer verdween: Starbucks opent een winkel in Antwerpen. Meteen de eerste buiten de luchthaven van Zaventem, waar er al een was en er nu nog een bijkomt overigens. Dat het nieuws niet meer weerklank kreeg, kunnen wij begrijpen: Starbucks is in dit Douwe Egbertsland niet echt een klinkende naam. Maar het koffiemerk met meer 16.000 vestigingen in de hele wereld is op die schaal zonder overdrijven van het kaliber van Apple. Voor elke lezing of seminarie over experience marketing kan je er gif op innemen dat één naam met zekerheid zal vallen: Starbucks. Komt deze Amerikaanse reus even de Belgische markt stormenderhand veroveren? Ik denk het niet. Zo kan je Starbucks geen onbezonnenheid verwijten. Het merk voert een strategie waarbij het voorzichtig de markt aftast, bijvoorbeeld met outlets in luchthavens waar ze een gegarandeerde passage van buitenlanders mogen verwachten. Die eerste winkel in Zaventem heeft het goed gedaan het voorbije jaar en dus komt nu een al even voorzichtige tweede stap: Antwerpen-Centraal, ook internationaal getint maar toch al iets meer lokaal.
Trendonderzoeker Fons Van Dyck legt in De Standaard uit dat het lokale almaar meer belangrijker zal worden voor merken. Think global, act local, zeg maar. “Consumenten willen al langer weg van globale merken”, dixit Van Dyck, “en daarom is Starbucks van plan zich meer te profileren als - anoniemer - 'lokaal koffiehuis'. Daarvoor wordt een beroep gedaan op plaatselijk personeel en materiaal en neemt het merk deel aan lokale activiteiten. Zo is men bijvoorbeeld voor het interieur gaan aankloppen bij buurtwinkels.” Het doet me wat denken aan hoe ontbijthuizen zoals Le Pain Quotidien het aanpakken, maar dan eerder met elementen als toneel, muziek en poëzie om authenticiteit te creëren. Het benieuwt me zeer of Starbucks dit concept al meteen in een station zal inplanten of ermee zal wachten tot het in de binnensteden opduikt. Dit najaar ga ik zeker eens een kopje koffie beleven daar in Antwerpen.
Gepost door Wouter Temmerman
Wie van de drie?
Na wat we zonder veel overdrijven een olifantendracht mogen noemen, heeft de VMMa met de nodige trots zijn kinderzender vtmKzoe voorgesteld. Aan de Medialaan broedt men al langer op zo’n strategisch interessante zender voor de kids, maar tot twee keer toe ging een project niet door. Een keer sloeg het de handen in elkaar met The Walt Disney Company (voor wat Jetix had moeten worden) en ook de samenwerking met MTV Networks (voor Nick Jr.) bleek niet het gewenste lanceerplatform. Die laatste partner mag zich intussen bezinnen over de rol en positionering van de eigen kinderzender, Nickelodeon. vtmKzoe, dat voor alle duidelijkheid te zien zal zijn via de analoge kabel (al is er ook een digitale vtmKzoe+), zal immers een aantal programma’s van vtm overnemen (denk maar aan Kabouter Plop). Daarnaast ging vtm in zee met Studio 100 waardoor mettertijd ook kleppers als Maya de Bij en Pippi Langkous hun weg naar vtmKzoe zullen vinden. De VMMa kiest dus niet onverwacht voor lokaal gemaakte content en Ketnet bewees al eerder dat daarmee een meer dan behoorlijk kinderpubliek te bereiken valt. Of Nickelodeon, met zijn klemtoon op buitenlandse kinderreeksen, zich tussen die twee lokale spelers zal kunnen handhaven, is nog maar zeer de vraag. Eens de zomer het land uit is, zullen velen reikhalzend uitkijken naar hoe Gabriel Fehervari met Exqi Plus de grootheden één en vtm aanvalt, maar in het jonge segment zal zich wellicht een net zo boeiend schouwspel afspelen.
Gepost door Wouter Temmerman
Vakantieliteratuur: het Facebookboek
‘The accidental Billionaires: The Founding Of Facebook. A Tale of Sex, Money, Genius & Betrayal‘. Het verschijnt eind deze maand en ik moet toegeven dat het aanvankelijk niet meteen mijn aandacht trok. Weer eens een making-of dacht ik, maar niets is minder waar. Auteur Ben Mezrich heeft het brave geschiedenispad achter zich gelaten, omdat die geschiedenis volgens hem allesbehalve als braaf mag gecatalogeerd worden. Deze voorpublicatie op de site van The Times licht al een tip van de sluier: CEO Mark Zuckerberg zou volgens het boek het idee voor Facebook gejat hebben van een reeks medestudenten aan Harvard. En wie dacht dat de Facebook-bedenkers een reeks nerds met brilletjes zijn of waren, is er ook aan voor de moeite. Sex, drugs en rock-and-roll jawel, tot zelfs het roosteren van een koalabeer. Het zal niet verbazen dat ook Hollywood het verhaal ontdekt heeft, want Kevin Spacey kocht inmiddels de filmrechten op. Enkel Mark Zuckerberg wordt niet bepaald warm van het boek, maar dat is geen verrassing. Diepere marktinzichten over de toekomst van Facebook of de invloed op onze sociale leven, stip ik niet meteen aan op het verwachtingslijstje dat bij dit boek hoort. Maar een paginadraaiend verhaal dat achter de schermen kijkt van een van de grootste internetsuccessen ooit gaat er altijd in, liggend in een strandstoel en met de voetjes in het zand.
Gepost door Wouter Temmerman


