Via deze blogpost geef ik graag wat meer achtergrond over onze actie “Doe de Kerstgroet” en onze steun aan de fondsenwerving ten voordele van "Een hart voor ALS".
In najaar van 2008 ontmoette ik Alain Verspecht voor de eerste keer. Als mede-zaakvoerder van The Concept Group had hij ons gecontacteerd voor een kennismakingsgesprek. Ik bespaar u de details van het merkvraagstuk waar zijn bedrijf mee worstelde, maar vanaf die eerste ontmoeting was er die spreekwoordelijke klik. Zijn gevoel voor humor en relativeringsvermogen zorgden voor een ontspannen sfeer, ondanks het feit dat het een prospectiegesprek was. Op het einde van het gesprek nam Alain afscheid en hij gaf me daarbij op een heel rare manier een hand. Ik dacht toen dat hij een blessure had aan zijn pols. Later zou ik vernemen dat er meer aan de hand was.
Vlak voor Kerst van datzelfde jaar trok ik naar Restaurant Den en heuvel in Kasterlee om onze visie met bijhorend samenwerkingsvoorstel te presenteren aan het volledige management van The Concept Group. Een restaurant kiezen als vergaderlocatie past volledig bij de levensfilosofie van Alain, en met uitbreiding bij die van de zakenpartners van Alain. Ik herinner me die dag nog zeer levendig omdat we op diezelfde dag een teamevent hadden met Antenno. Een uur na het paintballen met de collega’s stond ik te presenteren voor de dames en heren van The Concept Group.
Begin 2009 gingen we effectief van start met de herpositionering van de merkportfolio van The Concept Group. Op het resultaat maar voornamelijk op het proces ben ik nog altijd heel trots. Het was een mooi voorbeeld van ‘chemistry’ tussen ondernemers. Tijdens dit traject leerde ik Alain als ondernemer en als mens beter kennen. Mijn eerste indrukken over hem werden meer dan bevestigd: een ontzettend warme en joviale man. Hij vertelde me toen ook openlijk over zijn ziekte ALS die in 2006 bij hem werd vastgesteld. Ondanks de lichamelijke beperkingen was er tijdens meetings altijd wel een kwinkslag en vooral een heel groot positivisme om toekomstgericht te denken.
Ondertussen is Alain door zijn ziekte gestopt met werken. Ik blijf zijn wel en wee actief volgen via zijn blog. Het is heel mooi om daar te lezen hoe hij energie haalt uit de kleine dingen des levens. Het stemt me regelmatig tot nadenken over wat echt belangrijk is in het leven. Toen ik op zijn blog las dat hij gestart was met de campagne “Een hart voor ALS” heb ik dan ook geen seconde getwijfeld om Alain hierin te steunen.
Om de steun concreet te maken hebben we beslist onze kerstactie “Doe de Kerstgroet” daarvoor in te zetten. Bedoeling is dat je van jezelf een foto maakt in “kerstgroet-houding” en die foto deelt op onze Facebook pagina. Voor de eerste 1000 foto's op deze pagina stort Antenno 2 euro per foto aan “Een hart voor ALS”.
Deze actie sluit mooi aan bij onze bedrijfsfilosofie dat marketing en communicatie iets moeten geven. In dit geval is dat een warme groet aan de medemens en een kleine financiële bijdrage aan een goed doel. In onze adviesrol als bureau zijn we actieve pleitbezorgers van Shared Value, het creëren van economische en maatschappelijke waarde. Het feit dat deze actie uit de buik van Antenno is ontstaan geeft me als zaakvoerder een heel fier gevoel. Prachtig om te zien dat ons Antenno verhaal rond intrapreneurship en entrepreneurship op deze manier waarde creëert. Dikke merci aan alle Antenno’s en in het bijzonder aan Thomas voor dit prachtige idee.
Dat verdient een heel warme kerstgroet!
Stefan
Gepost door Stefan Coucheir
Alain en de Kerstgroet
Via deze blogpost geef ik graag wat meer achtergrond over onze actie “Doe de Kerstgroet” en onze steun aan de fondsenwerving ten voordele van Een hart voor ALS.In najaar van 2008 ontmoette ik Alain Verspecht... lees meer »
Iedereen weet het intussen: u bent niet meer. Althans het magazine dat uw naam draagt, is niet meer, uzelf zouden we dat niet toewensen. Je hebt al ellende genoeg momenteel. Na 40 edities verkoop je nog steeds meer dan 40.000 exemplaren – ik wil elke nieuwkomer uitdagen hetzelfde te doen – en toch moet je de boeken dichtvouwen. Dat is zuur nieuws. Niet alleen voor jou, maar ook voor de magazinemarkt in zijn geheel.
Want beste Goedele, laat me je troosten nu de storm wat gaan liggen is: het is niet jouw fout. Ok, je hebt een dure smaak en dus was Goedele een duur blad om te produceren. Maar het is behoorlijk verontrustend dat een duur gemaakt en goed verkocht blad toch niet kan overleven op de Vlaamse reclamemarkt. Thomas Siffer, de man met wie je een oorlogje uitvocht en die vandaag bij Sanoma Media de creatieve sidekick is van uitgeefdirecteur Christine Festjens, haalde aan dat je veel adverteerders wegjoeg met al die vagina’s in het debuutnummer. Ongetwijfeld waar, eventjes toch. Elke adverteerder die de magazinemarkt volgt, had immers snel moeten begrijpen waar jij en je blad voor stonden. Niet dus. Wat ons brengt bij de vaststelling dat jij het ultieme bewijs levert van wat regies, reclamebureaus en mediabureaus me al jaren in het oor fluisteren: de adverteerdersmarkt is oerconservatief.
Jouw directrice Christine Festjens verwoordde het zo: “We merken dat het moeilijk is om als maandblad een rendabel business model uit te bouwen. Je bent afhankelijk van de lezers- en adverteerdersmarkt en die laatste reageert conservatief en kiest steevast voor de klassieke bladen. (…). Misschien is Vlaanderen te klein voor dit soort bladen.” Die laatste zin zal zich niet ver van de waarheid situeren, Goedele. Vlaanderen is weer eens te klein voor jou. Toch de Vlaamse adverteerders die, zonder te veralgemenen, te hypegedreven zijn. Even meegaan op golven van nieuwe media kan zeker, maar a fond is hun gedrag moeilijk te veranderen. Dat ligt dus niet aan jou, maar ook niet aan die marketers, laat ook dat duidelijk zijn. De adverteerders voor wie een full colour A4 in Goedele budgettair was weggelegd, zijn in veel gevallen grote boten met veel merken die regelmatig, zeer regelmatig, nieuwe advertentieverantwoordelijken krijgen. Die spelen op safe, halen hun targets en stomen door naar een nieuwe hogere managementfunctie of naar een nieuw merk. Even experimenteren is in dat scenario geen optie. Dat is nefast voor al de vernieuwers in de media, die het moeten doen met de kleinere, meer wendbare maar budgettair lichtere schepen. Vraag het maar aan jouw rots in de branding Danny Ilegems, hij weet na Mao en Deng waarover ik het heb.
Ik herinner me nog de persconferentie waarop nieuwbakken CEO Aimé Van Hecke je glorieus van de trappen in Sanoma City liet afdalen, gevolgd door de presentatie van grootse multimediale plannen. Het is even anders gelopen, maar bekijk het van de positieve kant: je bent opnieuw een vrije vrouw en we weten allemaal dat jou dat ligt. En nog: het magazine heeft jouw media-imago goed gedaan. Reken maar dat het zal aansluiten op de plannen die borrelen bij de nieuwe eigenaars van enkele recent overgenomen tv-zenders in Vlaanderen. Het ga je (daar of elders) goed, Goedele.
Tot ziens en groeten aan Danny.
Wouter Temmerman
Geachte mevrouw Liekens, beste Goedele,
Iedereen weet het intussen: u bent niet meer. Althans het magazine dat uw naam draagt, is niet meer, uzelf zouden we dat niet toewensen. Je hebt al ellende genoeg momenteel. Na 40 edities verkoop je... lees meer »
We zijn omvergeblazen door rasechte performers, sprekers en facilitators op het Creativity World Forum (16 en 17 november 2011). Het gebeurt niet elke dag dat je kleppers als Jimmy Wales (Wikipedia), Oliver Stone (regisseur van oa Natural Born Killers), Malcolm Gladwell (het brein achter The Tipping Point) en Garr Reynolds (auteur van The Naked Presenter) op één podium kan aanschouwen. Een niet te missen verslag:
Stefan Coucheir:
Het Creativity World Forum heeft nogmaals bewezen dat het een hoogmis is rond creativiteit. De kracht van het CWF ligt voor mij in de hoeveelheid en complexiteit van indrukken waaraan je wordt blootgesteld, zonder dat iets geponeerd wordt als absolute waarheid. Dat ongrijpbare, dat loslaten, is een reflectiemoment dat heel dicht komt bij de essentie van creativiteit.
Heel concreet zijn er twee sprekers die er voor mij uitsprongen. Het verhaal van Scott Belsky over "Making ideas happen" reikte een verhelderend kader aan over de kern van een creatief proces met al zijn randvoorwaarden. Garr Reynolds zal ons binnen Antenno nog eens fundamenteel doen nadenken over hoe we onze adviezen nog krachtiger kunnen rapporteren en presenteren.
Tijdens dit CWF heb ik trouwens ook twee mooie formuleringen gehoord over het feit dat mijn douchemoment 's ochtends vaak heel inspiratievol is. Belsky noemde het 'a window of non-stimulation'. Oliver Stone sprak over 'alone time'.
Mariska Brosens:
Execution
5 pijlers volgens Scott Belsky die executie in de weg staan: “energy & excitement level vs time of execution”, “the gravitational force of operation”, “a lack of feeling organised”, “lack of accountability”, “disorganised and isolated networks".
Methodes om dit te managen: “create time without stimuli”, “spend time on order and organisation”, “manage projects with a bias to action (by measuring values of meetings in action steps)”, “prioritise projects & progress visually”, “keep the immunse system of the organisation high by doers, but create moments of low immune system for dreamers”.
Nog enkele interessante quotes:
- No entrepreneurship and innovation without failing
- Fail faster: if everything is under control, you are not going fast enough
- Young entrepreneurs who fail are still winners
- We need a flip in our educational system by not punishing failure
- Ask: "So what?" instead of "What?". Ask: "Yes and..." instead of "Yes but..."
- According to scientific research, individuals create better ideas than in group and chaotic people are not more creative
Dimitri De Lauw:
Typisch aan dit soort congressen is dat er zeer goede keynotes (Scott Belsky, Garr Reynolds, Bart Becks,...) zijn maar spijtig genoeg ook enkele verschrikkelijk slechte. Ik was er de tweede dag en had het geluk om wel wat spreektalent te aanschouwen.
Een quote die in mijn favoriete quotes lijstje komt te staan is: “It’s only in still water that we can see our reflection”. Een thema dat door verschillende mensen is aangehaald: ontloop soms de veelheid aan stimuli waar we tegenwoordig mee geconfronteerd worden om eens na te denken wat we juist willen bereiken, om creatieve ideeën vorm te geven, etc. Zoek tijd om te de-connecteren. Ook een dada van Oliver Stone blijkbaar.
Een paar praktische PowerPoint en Keynote tips die we allemaal wel kennen maar toch nog te vaak vergeten toe te passen passeerden de revu. Maak je presentatie eerst op post-its, creëer focuspunten op je slides, steek elementen als ‘change’ en ‘conflict’ in het verhaal dat je wilt brengen, leg uit wat data betekenen en zet ze in een context.
Als bureau dat ondernemerschap hoog in het vaandel draagt , kijken we ook wel uit naar de plannen van Bart Becks met het angel.me project: het uitrollen van het sonic angel business model naar startups.
Hella Rogiers:
Wat doet een Creativity World Forum met een mens? Het zet hem met beide voeten op de grond. Er is geen toverformule om tot creatie en innovatie te komen… (surprise surprise). Creatie en innovatie komen voort uit simpele dingen. En omdat alle goede dingen uit drie bestaan, hier drie lessen van het CWF.
- Creatief en innovatief zijn, is trial and error (and error and error)
- Creatie en innovatie borrelen op als je tijd maakt in je agenda en ruimte in je hoofd
- Creatie en innovatie zijn niet het resultaat van een goddelijke ingeving bij een individu. Het is het resultaat van het oppikken van de kennis en innovatie die rond je gebeurt en die verder in en met je omgeving toetsen en verfijnen.
And I said to myself, what a wonderful world…
Annick Grieten:
De tweets op het CWF liepen over van onze nieuwe creatieve mantra. Het is niet meer ‘ik wil de grootste hebben’ en ‘als ik maar eerst ben’, maar alles staat in het teken van mislukkingen. Wie geen fouten maakt kan er niet uit leren en een beetje knokken maakt je tot wat je bent. Jimmy Wales zorgde als eerste spreker van de dag al voor een ontspannen sfeertje met een opsomming van zijn gefaalde projecten en de andere sprekers surften verder op deze golf. Peter Hinssen nam ons mee op tocht vol nostalgie met als bestemming het ‘AHHA moment’. Maar de opvallendste stem van dag 1 was toch Malcolm Gladwell, die benadrukte waarom we ons niét schuldig moeten voelen als we iemands idee stelen, want niet nummer 1, niet nummer 2, maar nummer 3 zijn is dé sleutel tot succes. Dus, blijven herhalen: falen en ergens anders de mosterd gaan halen!
Scott Dirkx:
Wat een geweldige start donderdag. Net te laat voor de introductie, maar vanaf minuut één geboeid luisteren naar Scott Belsky.
Enkele praktische tips. "Idle time" (ik ga de files nog leren appreciëren) en "Execution week". Enkele nieuwe bookmarks: behance.com, the99percent.com.
Pattie Maes stelde de concepten "shiftables", "bulb-computer", "touch to cloud" voor: interessante uitwerkingen maar niet nieuw voor mij.
Hannah McBain was voor mij persoonlijk minder. Bij BBC zien ze "Idle time" oa als tuinhuis op kantoor ... Hey, ook Antenno heeft er hier ééntje staan!?
Jamie Anderson: enkele fascinerende inzichten in de machine achter Lady Gaga.
Boeiende 7 minute speakers: Mario Fleurinck (addictlab.be) & Bart Becks (angel.me). Crowdsourcing: I'm a believer!
Simon Timmermans:
“The Flip” van Peter Hinssen was voor mij de meest overtuigende presentatie van dag 1 op het CWF.
Volgens hem zitten we op een middelpunt, de laatste jaren is de digitale wereld de nieuwe standaard geworden is en hij definieert meteen enkele regels:
Zero tolerance: digitale technologie mag niet falen. Good enough technology: de meest gebruikte technologie is niet altijd de beste technologie
In “the new normal” verwacht men dat een magazine op een scherm gelezen wordt en dat een film uit de cloud gedownload wordt. Deze omschakeling noemt hij “the flip”.
Het is niet essentieel om te bepalen wanneer the flip juist gebeurt, maar wel om te detecteren wat die omschakeling is in jouw domein. Door te ontdekken wat “the new normal” gaat worden in jouw sector, bereid je je voor op de toekomst.
Meer informatie over Peter Hinssen en zijn boek “The new Normal” vind je op http://www.peterhinssen.com/
Nathalie Swannet:
CWF is ideeën en inspiratie opdoen, leren over ‘denken, durven, maar vooral over doen; kritisch kijken naar je eigen werk, uitproberen, falen en opnieuw beginnen. Maar niet alleen de sprekers zorgden voor nieuwe impulsen, de hele branding van CWF was de moeite om mee te maken. CWF stond in het teken van creativiteit en dit kan je ruiken, voelen en zien. Van de verpakking van het eten ‘can you feed my mind?’ tot het kunstwerk van ‘Peter De Cupere’ ‘scratch and sniff’, een kunstwerk dat naar aardbeiden ruikte als je eraan krabde. CWF was doen, ervaren en ontdekken dat een mooi verhaal pas rond is als de communicatie, vormgeving en branding hand in hand gaan.
Veerle Verbakel:
Copy, paste en tweak. Verder bouwen op goede ideeën stond centraal op CWF. In het digitale tijdperk worden we blootgesteld aan heel veel impulsen. Technologische evoluties zoals de sixth sense van de onderzoeksgroep van Pattie Maes aan MIT, een toestel dat je rond je nek draagt en dat systematisch informatie uit je directe omgeving aanvult door het projecteren van digitale relevante input, versterken de veelheid aan inspiratie die we van dag tot dag ervaren. De kunst is om af en toe afstand te nemen en je idle time door te brengen in totale afzondering van deze impulsen. Op die manier kan je jouw goede ideeën beter vorm geven, dixit Scott Belsky. Maar voor het indrukwekkende spreektalent van Malcolm Gladwell (the tipping point) en Garr Reynolds (the naked presenter) zet ik mijn non-stimulation time graag even stop.
Stefan Tilburgs:
Durven laten falen om te innoveren. Creativiteit is niet genoeg en brainstormen moet kunnen zonder digitale impulsen. Dit zijn voor mij de 3 zaken die ik meeneem:
- Durven falen: Bedrijven moeten meer ruimte inlassen om nieuwe medewerkers af en toe te kunnen laten falen. De oude beloningssystemen zorgen vaak dat mensen geen kansen krijgen om te falen. Hoe beloon je mensen? Via goals of milestones. Als je die bereikt hebt wordt je beloond en als je faalt wordt je gestraft. Dus eigenlijk zeggen bedrijven tegen hun medewerkers “You better innovate, but don’t you dare to innovate (or fail)”. Nieuwe studies tonen aan dat mensen moeten proberen, falen, proberen en opnieuw falen om te kunnen verbeteren. Dit is de enige manier om te kunnen innoveren. (Scott Belsky)
- Creativiteit is niet genoeg: Scott Belsky en Professor Jamie Anderson waren het er allebei over eens dat creativiteit alleen niet genoeg is. Creativiteit x organisatie = impact
- Brainstormen zonder digitale impulsen. Bouw voor jezelf genoeg ruimte in zonder stimulaties. (Scott Belsky)
Beleef hier het Creativity World Forum in beeld.
Bekijk ook onze rekruteringsactie op CWF.
Foto's door Thomas Bonte (1) en Hans Stockmans (2,3 en 4)
Creativity World Forum - Blow your mind
We zijn omvergeblazen door rasechte performers, sprekers en facilitators op het Creativity World Forum (16 en 17 november 2011). Het gebeurt niet elke dag dat je kleppers als Jimmy Wales (Wikipedia), Oliver Stone (regisseur van... lees meer »
Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit. Ik mocht een weekend lang op missie om de wereld te redden. Een dosis goede, duurzame ideeën en een portie fun later kijk ik terug op een wereldverbeterende tweedaagse.
De Antwerp Sustainability Jam maakt deel uit van de Global Sustainability Jam waarbij er een globale kruisbestuiving van goede ideeën rond een gekozen thema plaatsvindt. Fundamentele ideeën waarop verder gebouwd wordt.
Output: een concept, business model, presentatie en een plan om je idee te launchen binnen een tijdspanne van 8 weken. Beschikbare resources: een wereldwijd netwerk van 800 deelnemers aan de Global Sustainability Jam, een triplet connectie met deelnemers in Kansas en Maastricht, inspirerende presentaties van duurzaamheidsexperts uit marketing, vastgoed en communicatie hoek en de goede zorgen van de angels van Kite Consultants.
De context werd geschetst door Kite Consultants. Vier multidisciplinaire teams gingen aan de slag om te brainstormen rond duurzame speeltuinen. Toekomstperspectieven voor sport en spel, de Sint die eco kado’s uitdeelt, openbaar vervoer als urban jungle, ons monetair systeem in spelvorm, kinetische energie opwekken met schommels,… De inspiratie ontstond uit een samenwerking van verschillende disciplines: service designers, product ontwikkelaars, duurzaamheidsexperts, ambtenaren, artiesten, communicatie adviseurs, studenten en beleidsmakers.
De wereld verbeteren is een spel
Ons team vertrok vanuit de filosofische vraag ‘What if you could play with time?’ en eindigde met een concept voor het invullen van idle time. ANY ID? – Take (y)our time is een modulaire en tijdelijke installatie waarin duurzame bedrijven zich kunnen profileren op plaatsen waar er veel wachttijd (bushaltes, stations,…) en dus tijd om interactie te creëren is. Eén van de andere Antwerpse realisaties was Kinetic Carnival / Watts Play : een groots opgezet spel waarbij je een duidelijk beeld krijgt van welk energieniveau je genereert bij actieve bezigheden. Je wordt beloond en je werkt aan een duurzame en gezonde levensstijl.
A sustainable future only works when people want to live in it
Duurzame ideeën moeten ook vermarkt worden. Marketing is de motor van onze consumptiemaatschappij, maar kan ook een middel zijn om als bedrijf het goede voorbeeld te geven en te inspireren. Belangrijk hierbij is dat je bedrijfscultuur en de spreekwoordelijke beeldentaal die je hanteert naar de buitenwereld toe op één duurzame lijn liggen. Je bedrijfsprocessen moeten afgestemd zijn op je duurzame imago en vice versa. Sensing, shaping, showing, supervising, storytelling, spreading: bij elk van deze branding fases houd je de belangrijkste S van allemaal in je achterhoofd: Sustainability.
Enkele tips om jouw duurzame idee vorm te geven:
Kies duurzame partners en leveranciers
Wees transparent
No greenwashing!
Denk op lange termijn
Werk samen aan een goed doel
Duurzaamheid als bedrijfscultuur
De Antwerp Sustainability Jam kwam tot stand met:
Kite Consultants - Antenno - Flanders DC - Stad Antwerpen - Blue Gate - Artesis - Innovatiecentrum - Stuurboord - Conceptboard - 3M
Noteer 24 tot 26 februari 2012 in je agenda voor de Global Service Jam.
Gepost door Veerle Verbakel
Antwerp Sustainability Jam
En het thema is….playground. Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit.... lees meer »
Bij reclame voor varkensvlees denk ik zonder verpinken aan het VLAM. Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing promoot via televisie en andere kanalen al jaren labels zoals Certus die de nodige kwaliteit op vlak van hygiëne en voedselveiligheid garanderen. De campagnes lopen al jaren, zullen nog jaren lopen, maar de tijdsgeest verandert. Om dat te beseffen volstond het om de voorbije week af en toe naar de rechterbenedenhoek van een pagina in De Standaard te kijken. Daar prijkte een klein vierkantje met als catchy slogan “De vetste varkens komen uit West-Vlaanderen”. De vormgeving van de advertentie had de stijl van een artikel, enkel de rode letters maakten van meet af aan duidelijk dat het hier om reclame ging. Niet uit de VLAM-stal, zoveel was ook meteen duidelijk. Achter de slogan zat Midi Station, het restaurant aan het Brusselse Zuidstation waarvan ik dacht dat het failliet was gegaan. Blijkt dat Dirk De Prins (u kent hem wel, van Mijn Restaurant) de zaak heeft overgenomen en bij de lancering mikt op verfrissende marketing die uitlegt dat je in zijn resto Hereford rundsvlees of - om tot de vette varkens te komen – Duke of Berkshire varkensvlees op het bord krijgt. Dat dit ras samen met Duroc d’Olives almaar vaker de kop opsteekt, heeft niet enkel met marketing te maken, maar ook met twee andere cruciale elementen: consumenteninzicht en ondernemerschap.
Laat ons eerst het consumentinzicht uit de doeken doen. Duke of Berkshire en Duroc d’Olives keren terug naar de propositie van varkensvlees dat nog naar varken smaakt en tegelijk punten scoort op vlak van hygiëne en voedselveiligheid. Dat het vertrandje van varkensvlees goed in de markt zou liggen, was tien jaar geleden ondenkbaar (toen dachten we bij vet nog aan vetsmelters en dioxine). De voorbije jaren ontstond echter een consumentenbehoefte naar pure smaken (en vet is daar bij varkensvlees zeer verantwoordelijk voor). Een andere exponent van die behoefte zijn de ook al puur smakende biogroenten of jonge koks zoals de Flemish Foodies (met onder andere Kobe Desramaults van In De Wulf en De Vitrine) die van pure smaken een handelskenmerk maakten. Als ook de media meegaan in de nieuwe consumentensmaak, dan kan je stilaan van voldoende draagvlak gewag maken. Zo deed bijvoorbeeld Yves Desmet (u kent hem wel, van Mijn Restaurant) onlangs zijn duit in het zakje met een column die de smaak en sappigheid van het vetrandje in de kijker zette.
De behoefte en het draagvlak zijn er inmiddels, maar er was durf en ondernemerschap nodig om deze evolutie enkele jaren terug in te schatten en van daaruit een initiatief te ontwikkelen dat een product als varkensvlees op de nakende trend zou laten aansluiten. Het verhaal van Duroc d’Olives is zeer illustratief. Het is het resultaat van de zoektocht van twee varkenshouders (Bart Mouton en Filip Van Laere) om smakelijker, malser en gezonder varkensvlees te produceren. Ze zochten het meest geschikte ras, kwamen uit bij het roodbruine Durocvarken en ontwikkelden een eigen gezonde voeding met olijfolie als vetbron. De Flanders Golden Pig Award volgde, net als de slagers en chefs die het varkensvlees apprecieerden en de media die het verhaal oppikten. Het is een verhaal (lees het hier in detail) dat authenticiteit uitademt en net dat is vandaag de heilige graal voor veel marketers. De betrokken varkenskwekers fietsen met andere woorden glansrijk om een grote marketingvalkuil heen: niet de marketing moet per definitie authentiek zijn (het mag, dat helpt), maar vooral het product zelf en de manier waarop het inspeelt op een juist ingeschatte marktevolutie.
Gepost door Wouter Temmerman
Varketing
Bij reclame voor varkensvlees denk ik zonder verpinken aan het VLAM. Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing promoot via televisie en andere kanalen al jaren labels zoals Certus die de nodige kwaliteit op vlak... lees meer »
Neen, de titel van dit stukje is niet de laatste commentaar van Bart De Wever op de zesde staatshervorming, maar zowaar de naam van een marketingactie. Weinigen die het anno 2011 nog aandurven om de taal van de Romeinen boven te halen om een campagne te omschrijven, maar als het om de paters van de abdij van Westvleteren gaat, dan kan het alleen maar in de richting van authenticiteit wijzen. Nunc est bibendum had ook gekunnen, maar het werd dus ad aedificandam abbatiam adiuvi en dat betekent zoveel als ‘Ik hielp mee bij de bouw van de abdij’. Daarmee geven de paters meteen aan dat hun stunt bij Colruyt meer is dan puur winstbejag. Authenticiteit bis, want de heren paters hebben het nooit echt gehad voor de platte commercialisering van hun zeer gesmaakte trappist en dat komt hen nu zeer goed uit.
Even het kader schetsen. Begin deze eeuw verzakte een deel van de abdij en voor de renovatiewerken deden de paters een beroep op de befaamde architect Bob Van Reeth. De financiering van de reeds in 2008 gestarte werken kwam van de bierverkoop, maar de beperkte productie bleek onvoldoende om het project te betalen. Vandaar de actie die deze week wereldkundig werd gemaakt: op 3 november kan iedereen die dat wil met een bon uit De Standaard, Knack of Le Vif bij Colruyt een ‘bouwsteenbox’ met Westvleteren XII gaan ophalen. Zolang de voorraad strekt uiteraard. In de box zitten zes flesjes en twee degustatieglazen. Om voldoende voorraad te kunnen reserveren, hebben de paters een jaar lang elke maand een extra brouwbeurt ingelast.
Geen overbodig luxe, want de kans is klein dat deze actie flopt. Het nieuwsbericht stond op de meeste sites zeer snel in de lijstjes van meest gelezen berichten, zeer vaak een teken aan de wand. Een eerste stormloop zal trouwens een dag eerder al plaats vinden op de oplages van de drie betrokken titels. Het idee om meteen meerdere bons in te slaan, zal zeker leven, maar dan wordt het ook meermaals rijtje schuiven daar in de Colruyt in de buurt. Het illustreert zeer mooi de kracht van schaarste- en reputatiemarketing. Net de XII-variant van Westvleteren staat al jaren te boek als een van de beste bieren te wereld, maar de paters weerstonden steeds de verleiding van de grootdistributie. Wie een kratje wou bemachtigen, moest afzakken naar de Westhoek en zelfs vanuit nabijgelegen provinciehoofdsteden als Brugge en Gent is dat al snel een uurtje rijden. Schaarste is een zeer efficiënte manier om een behoefte te creëren. In de consumentenpsychologie klinkt het dat het besef dat iets moeilijk bereikbaar is ervoor zorgt dat de behoefte eraan wordt aangescherpt. De drang naar een uniek product, doet consumenten zwichten voor acties waarbij ‘nog slechts twee exemplaren beschikbaar zijn’ en ook het cliché ‘zolang de voorraad strekt’ hoort thuis in dezelfde categorie. De afweging of een product nodig is, maakt dan plaats voor de vrees om iets uniek te missen. Een Westvleteren 12 wordt zo net na Allerheiligen een bijzondere vorm van een spirituele impulsaankoop.
Wie overigens op 3 november zijn bakje Westvleteren XII misloopt, kan het nogmaals proberen buiten de landsgrenzen. Volgend jaar zal een soortgelijke actie immers ook in het buitenland lopen. Tegen dan hebben de paters hun intrek genomen in de nieuwe vertrekken van de abdij. Het weze hen gegund.
Gepost door Wouter Temmerman
Ad aedificandam abbatiam adiuvi
Neen, de titel van dit stukje is niet de laatste commentaar van Bart De Wever op de zesde staatshervorming, maar zowaar de naam van een marketingactie. Weinigen die het anno 2011 nog aandurven om de... lees meer »
Op maandag was het nog een grapje in Zonde van de Zendtijd: dat het wel leuk zou zijn om niet enkel op een pakje sigaretten te vermelden dat het product schadelijk is. Henk Rijckaert en Bert Gabriëls schudden terstond een reeks gevatte voorbeelden uit hun mouw. Een geneesmiddel zat daar niet tussen. De dagen erna was de vingerwijziging geen grap, maar keiharde realiteit voor Janssen Pharmaceutica. Knack trakteerde op een gepeperde cover die meldde dat Motilium 400 doden per jaar op zijn conto heeft. De vormgeving van de cover zat trouwens niet eens zo heel ver af van de stijl van de tabakswaarschuwingen. Voor heel veel merken is het een catastrofe als een van de meest gerespecteerde weekbladen op zijn cover komt melden dat hun product levens kost. Motilium heeft nauwelijks de storm echter netjes doorstaan en daar zijn enkele goede redenen voor.
Ten eerste staat de reputatie van Motilium als een huis in hoofde van de consument. Het is samen met Janssen Pharmaceutica met de jaren een stukje Belgisch ondernemingspatrimonium geworden en bovendien geldt het merk als een van de topverwezelijkingen van stichter Paul Janssen. De man die enkele jaren terug Pater Damiaan en Eddy Merckx het vuur aan de schenen legde bij de verkiezing van de Grootste Belg.
Twee. Motilium is een van de zeldzame voorbeelden van een OTC-geneesmiddel (zonder voorschrift verkrijgbaar) die er al jaren een strakke en herkenbare reclamepolitiek op nahoudt. U kent hem wel, de kikker van Motilium die als geen ander in beeld brengt waarvoor het geneesmiddel van nut kan zijn. De kikker gaat al meer dan een decennium mee, won overigens ook een EFFIE Award en maakte van Motilium een van de eerste geneesmiddelen met een zeker sympathiekapitaal. Bovendien was Janssen zo verstandig om vast te houden aan het icoon en aan zijn reclamebureau. Ook dit najaar liep een campagne in de kranten en op televisie (met een 3D-kikker, zoals de tijdsgeest het wil).
En ten derde heeft Motilium in dit verhaal de juiste medestanders gevonden. Het FAGG (Federaal Agentschap voor de Geneesmiddelen) nuanceerde het verhaal dat farmacoloog Luc Hondeghem in Knack had verteld en liet weten dat met een aanpassing van de bijsluiter de kous af was. Bovendien kon Janssen zelf terugvallen op een studie die 15 jaar heeft gelopen en bij een miljoen mensen de effecten van Motilium testte. Zonder hartstilstanden tot gevolg. Over wie het vanuit wetenschappelijk oogpunt bij het rechte eind heeft – Hondeghem of Janssen – kunnen we echter niet oordelen, maar feit is dat elke farmaproducent heel goed weet dat één dode door een geneesmiddel een einde verhaal betekent. Maar voor wie niet aan de onderbouw van zijn merk werkt, kan ook negatieve buzz al voldoende zijn om het merkimago te schaden. Dat dit bij Motilium niet gebeurd is - de kans lijkt zelfs reëel dat de top-of-mind awareness hier goed bij zal varen - zegt heel veel over de kwaliteit van de B2C-communicatie van Janssen Pharmaceutica.
Gepost door Wouter Temmerman
Geen buikpijn voor Janssen Pharmaceutica
Op maandag was het nog een grapje in Zonde van de Zendtijd: dat het wel leuk zou zijn om niet enkel op een pakje sigaretten te vermelden dat het product schadelijk is. Henk Rijckaert en... lees meer »
Forza Retail 2011 was dit jaar wat mij betreft een congres met de goede vibes en sterke sprekers. De reden dat ik toch weer naar retailmarketingcongressen blijf gaan is dat ik het zo’n mooie en pure marketing vind. Goede cases in retail marketing gaan telkens over echt geïntegreerde, ondernemende ideeën met relevantie voor de consument én voor de business: omzetgedreven – merkpositionering – relevantie en servicing - touchpoints – met telkens “the path to purchase” in het achterhoofd.
Een echte uitspringer van de dag was voor mij het concept “Het nieuwe winkelen: de binnenstand van de toekomst”. Een pilootproject van HBD (Hoofdbedrijfschap voor Detailhandel) in Veenendaal, dat het winkelen in de binnenstand vanuit een volledig nieuwe consumentgerichte insteek wil brengen met een collectief winkelaanbod. Wat dan ineens ook de grootste uitdaging is. Krijg al die zelfstandige neuzen maar eens in dezelfde richting. Het concept is gebouwd op wat zij noemen MoSoLo; Mobiel-Sociaal-Lokaal. Het concept integreert clicks (de aankooporiëntatie) met bricks (het kopen of afhalen in de winkel). Als je het spotje over het concept bekijkt, mis ik wel nog de inspiratiefactor in het winkelgedrag. Het lijkt me nu nog sterk geënt op promoties of plotse concrete noden onderweg. Ik was dan wel weer vooral verkocht over de persoonlijke locker op de parking, waar al u shoppingbags van de dag naarote gebracht worden. Fantastisch! Eind oktober opent er een paviljoen om het concept te leren kennen: allen daarheen, zeker zij die zich bezighouden met stadsontwikkeling.
De HR case van Torfs was dan weer een mooi verhaal over het waarmaken van een positionering samen met het winkelpersoneel én in recruteringsstrategie. Het belang van persoonlijke attitudes tov werkervaring werd hier nog eens in de verf gezet: een waarheid als een koe. Start-to-work parties met de campagne daarrond en de Torfs smiling days met –10% korting zijn mooie voorbeelden van geïntegreerde samenwerking tussen HR, marketing & sales. In welk bedrijf komen we die muren niet tegen? Het enige wat ook Torfs niet vertelde, was op wiens budget deze campagnes komen. Maar in een familiebedrijf is dat dan waarschijnlijk net iets minder relevant :-).
Verder kreeg het congres een eerlijk en oprechte sfeer over de kloof tussen de digitale opportuniteiten en de zij die het vooral bekijken vanuit de heftigheid van een implementatietraject (Hans Carpels van Selexion die zichzelf introduceerde als een ware offliner) en de kloof tussen de ontastbare verwachtingen van gen Y (volgens het CRUSH-model door Joeri van Den Berg “How cool brands stay hot”) en de eagerness van bedrijven om daar op in te spelen. Maar dat is dan weer wat marketing & communicatie spannend houdt.
Gepost door Mariska Brosens
Tesco, Albert Heijn en Foursquare meest geciteerd op Forza Retail
Forza Retail 2011 was dit jaar wat mij betreft een congres met de goede vibes en sterke sprekers. De reden dat ik toch weer naar retailmarketingcongressen blijf gaan is dat ik het zo’n mooie en... lees meer »
Het groeiende belang van mobiele toestellen wordt steeds duidelijker. Smartphones en tablets hebben in 2011 hun vaste plaats veroverd bij de consumenten. De Ipad slaagt er zelfs in te concurreren met de bestaande pc-markt. Bij de producenten wordt ondertussen een hevige (patenten)strijd geleverd om koploper te zijn in deze mobiele wereld met als meest recente voorbeeld de aankoop van Motorola Mobility door Google (Android).
Hoe België met deze mobiele evolutie omgaat, wordt uitgebreid besproken in de nieuwste "Inside Digital Media". Een verslag:
België volgt, maar op eigen tempo…
Terwijl in andere Westerse landen als Nederland en Verenigd Koninkrijk het mobiele internet reeds in 2010 doorbraken, kunnen we in België nu pas spreken van een florerende markt met groot groeipotentieel. Momenteel gebruikt één op vijf Belgen een smartphone en de penegratiegraad in 2010 bedroeg 19% in vergelijking met Frankrijk en Verenigd Koninkrijk die bijna 40-60% behaalden.
Naast de smartphone begint ook de tablet aan een ophefmakende groei; 3% van de Belgen bezit reeds een tablet. Het grote succes schuilt in de applicaties waarmee op een efficiënte manier e-mails, nieuws, sociale netwerken, etc. gecheckt kunnen worden.
Kleine markt voor ontwikkelaars
Belgische webbureau's en software ontwikkelaars die inkomsten kunnen halen uit deze opkomende mobiele markt, moeten de grote verdiensten voorlopig nog halen uit de internationale markt. De Belgische markt is momenteel nog te klein om rendabel te zijn.
Wie wint? Apple of Android…
Hoewel technologische bedrijven zoals Nokia, Samsung en HTC op de mobiele internettrein gesprongen zijn, blijven Apple en Google de koplopers. Voorspeld wordt dat Android zelfs tegen het einde van 2011 de overhand neemt in België. Dat beide platforms verschillende technologieën gebruiken, maakt het voor ontwikkelaars heel wat moeilijker om een applicatie te ontwerpen die draait op beide platformen.
Om dit proces te vereenvoudigen kan HTML5, de nieuwe standaard in webontwikkeling, vaak een oplossing bieden bij zowel het ontwikkelen van mobiele of zelfs echte native apps.
Mobiele trend bij Antenno
Gebaseerd op de opkomst van mobiele webbezoekers bij onze 5 meest bezochte websites, stelden we onderstaande voorspelling op. Het mobiele percentage surfers in 2011 is gebaseerd op de voorbije 3 maanden. Bij de voorspelling in 2012 gebruikten we als groeifactor de gemiddelde groei die we in de eerste 6 maanden van 2011 konden waarnemen; die groei bedraagt 548% op jaarbasis.
Toch blijkt dat de voorspelling niet overdreven is, deze komt overeen met de resultaten van Morgan Stanley waarbij men in 2015 wereldwijd evenveel mobiel surft als via de gewone computer.
Volgens onderzoeksbureau Gartner zal dit al in 2013 gebeuren, maar volgens de huidige trend zal België het ook hier iets rustiger aan doen.
Geschreven door Simon Timmermans
Mobiel internet boomt in België
Het groeiende belang van mobiele toestellen wordt steeds duidelijker. Smartphonesen tablets hebben in 2011 hun vaste plaats veroverd bij de consumenten. De Ipad slaagt er zelfs in te concurreren met de bestaande pc-markt. Bij de... lees meer »
“Pure conditionering”. Zo omschreef consumentenpsycholoog Guido Valkeneers de smurfenactie waarmee Delhaize deze zomer vele kinderharten heeft ingepakt. De redenering van Valkeneers luidt alsvolgt: de retailer gebruikt de kinderen om de ouders te manipuleren. Want wat is conditionering? Gedrag dat beloond wordt, stelt zich opnieuw. Ouders sparen, kinderen worden blij en belonen dat met een glimlach, waardoor de ouders blijven sparen voor nog een nieuw blauw figuurtje. De kans dat de ouders dus net iets meer kopen om over de ‘stempeldrempel’ te raken, is niet ondenkbaar en daar rinkelt de actiekassa van Delhaize.
In essentie is die pure conditionering een proces dat we bij heel wat vormen van marketing kunnen terugvinden. Van de traditionele spaarkaarten in de winkels over de prijs die je kan winnen als je het juiste antwoordt even sms’t tot dat extraatje dat je krijgt als je een vriend als nieuwe abonnee aanbrengt. Belonen werkt en vandaag zien we dat belonen niet steeds meer gelijk hoeft te staan met een fysiek cadeau. In tijden van conversation management en sharing kan het krijgen van extra merkvoordelen (meedoen aan testsessies, als eerste weten wanneer een nieuw product komt, enz.) ook als incentive fungeren.
Niets mis mee, maar de harde bewoordingen van de psycholoog blijven. Enerzijds omdat ze vertrekken vanuit zijn wetenschappelijke analyse en die is nu eenmaal zakelijk, maar anderzijds omdat hier kinderen in het spel zijn. Kinderen worden beïnvloed en zij pakken namens het merk (de retailer in dit geval) de beruchte Verantwoordelijke Voor Aankoop in. Dat is een efficiënte maar dus ook lepe manier van werken. Omdat De Smurfen vandaag een nogal nostalgische waarde hebben, komt Delhaize hier nog net mee weg. Toen De Smurfen nog jonger waren, was de kritiek op dergelijke mechanismen feller. We halen hierboven nog even een illuster fragment van onder het stof: Johan Anthierens wrijft Pierre Kartner aka Vader Abraham aan dat hij onze kinderen met zijn Smurfenlied iets in de maag splitst. Heerlijk om terug te zien. En ook al is onze maatschappij in tijden van Studio 100 heel wat meer gewend geraakt, toch blijft kids marketing een kwestie van heel goed aanvoelen waar de grens ligt. En dat kan Delhaize duidelijk als geen ander.
Gepost door Wouter Temmerman
Een blije kinderhand geeft een gelukkige moederziel
“Pure conditionering”. Zo omschreef consumentenpsycholoog Guido Valkeneers de smurfenactie waarmee Delhaize deze zomer vele kinderharten heeft ingepakt. De redenering van Valkeneers luidt alsvolgt: de retailer gebruikt de kinderen om de ouders te manipuleren. Want wat... lees meer »