december 2009
Van de federale verkiezingen van 2007 kan intussen zeer veel worden gezegd, maar één teneur van toen is me in die meer dan twee jaar van behoorlijk immobiele politiek steeds bijgebleven. Tijdens de verkiezingscampagne ’07 klonk meer dan eens de niet eens zo onterechte kritiek dat de standpunten van de drie centrumpartijen niet bepaald uitblonken in wat men onderscheidend vermogen noemt. Alle intussen verdwenen kartels ten spijt. Ok, er waren - uiteraard - verschillende visies in een hele reeks beleidsdomeinen. Maar de echt fundamenteel ideologische getinte verschillen tussen liberalen, socialisten en christen-democraten waren in een immens deel van hun verkiezingsprogramma’s uitgevlakt. Intussen kennen we het belangrijkste gevolg van dat gebrek aan sterke politieke USP’s: noch de beste, noch de slimste won de verkiezingen maar wel de politicus met de beste oneliners. We brengen ze even in herinnering: “wie gelooft die mensen nog” en “vijf minuten politieke moed volstaan om BHV te splitsen”. In de twee jaar die volgden op de 800.000 stemmen van Leterme bleef de drang om zich ideologisch te onderscheiden bij Open VLD, SP.A en CD&V laag. Vanuit marketingstandpunt is dat onbegrijpelijk, maar de politieke actualiteit leverde uiteraard een pak factoren die de vaagheid hebben gestimuleerd. Daarom is het schouwspel dat Open VLD momenteel ten tonele brengt zeer heuglijk. De strijd om het voorzitterschap tussen Marino Keulen en Alexander De Croo toont opvallend veel ideologische diversiteit.
In De Morgen maakt Nicolas Bouteca, verbonden aan de vakgroep politieke wetenschappen van de UGent, de ideologische vergelijking van beide kandidaten. De Croo gaat voor retroliberalisme, Keulen voor de brede volkspartij.
“De Croo wil in eerste instantie opnieuw aandacht hebben voor sociaaleconomische thema's, de corebusiness van de liberale partij. Zijn programma staat dan ook bol met liberale dada's die sterk doen terugdenken aan het verleden”, zegt Bouteca in De Morgen. “Het uitdoven van het brugpensioen roept herinneringen op aan het donkerblauwe pleidooi voor het verminderen van uitgaven voor de sociale zekerheid. Zeker als het gepaard gaat met een old school liberaal pleidooi voor begrotingsorthodoxie. Ook het voorstel om subsidies te vervangen door fiscale stimuli en de strengere aanpak van slecht presterende ambtenaren gaan terug op de viscerale afkeer bij hardcore liberalen voor alles wat naar de staat ruikt.” Wat zijn programma echt retro maakt, en dus ook wel een beetje modieus, is het Derde Weg-sausje dat hij over zijn programma uitgiet: sociale inclusie, activeren in plaats van investeren, werk als belangrijkste sociale bescherming. Ondanks deze sociale accenten kan men De Croo bezwaarlijk links-liberaal noemen, want hij somt vooral de liberale accenten op van de voormalige actieve welvaartsstaat. In tegenstelling tot De Croo vindt Keulen dat er weinig mis is met het huidige programma van Open Vld. De partij moet zich volgens hem niet herpositioneren. Noch naar links, noch naar rechts. Open Vld moet met andere woorden de brede centrumpartij blijven die naast de corebusiness ook een verhaal vertelt over cultuur, onderwijs en het klimaat. Er is in de visie van Keulen met andere woorden ook aandacht voor de sociaaleconomische vraagstukken die De Croo centraal wil plaatsen, maar het relatieve gewicht ervan vermindert door de combinatie met 'nieuwe' thema's. Volgens De Croo werkt dit amalgaam aan strijdpunten verwarrend en tast het de geloofwaardigheid van de partij aan.”
De voorzittersstrijd levert de liberalen vandaag veel democratische complimentjes op, maar de impact zou wel eens groter kunnen zijn dan wat schouderklopjes. De visie van De Croo op hoe een partij zich moet profileren, kan verrijkend zijn voor de politieke marketing anno 2010. Voorwaarde is natuurlijk dat die visie ook na een eventuele verkiezing overeind blijven. De Croo brengt het liberale electoraat de duidelijkheid die ze de voorbije jaren moest ontberen en koppelt die heldere focus aan een ideologische onderbouw in plaats van aan populistisch gemopper. Alleen al om zijn feeling voor marketing gun ik De Croo junior het voorzitterschap. Als hij er vanuit die positie in slaagt om ook andere partijen aan te zetten om zich meer ideologisch te differentiëren, dan beloven de volgende federale verkiezingen een stuk leuker en – vooral – een stuk inhoudelijker te worden.
Gepost door Wouter Temmerman
Het marketingtalent met twee nullen
Van de federale verkiezingen van 2007 kan intussen zeer veel worden gezegd, maar één teneur van toen is me in die meer dan twee jaar van behoorlijk immobiele politiek steeds bijgebleven. Tijdens de verkiezingscampagne ’07... lees meer »