« Het marketingtalent met twee nullen | Hoofdmenu | Humo en de rol van de openbare omroep »
De transparante generatie
In de nieuwsluwe dagen tussen Kerst en nieuw keek ik voor het eerst naar ‘De Wereldverbeteraars’. Dat programma van Kanaal Z geeft een opiniemaker de gelegenheid om een paar wereldverbeterende ideeën uit de doeken te doen. Ditmaal kreeg de kijker een interview voorgeschoteld van Knack-journalist Joël De Ceulaer met Guillaume Van der Stighelen. Een deel van dat gesprek kan u hier bekijken. Van der Stighelen pleit in het gesprek voor stemplicht voor aandeelhouders en vraagt zich af of het een goed idee zou zijn om de erfenis af te schaffen. Maar het idee dat me het meest wist te boeien en dat ook op Econoshock (de blog van Geert Noels) voor heel wat animo zorgde, was dat van de internettransparantie en de generatieconflicten die daaruit kunnen ontstaan. “Als er een generatie, die van onze kleinkinderen, opgroeit in totale transparantie, zal die het logisch vinden dat alles gemeenschappelijk is. En daar zal onze generatie, die nog is opgegroeid met privacy, een gigantisch probleem mee krijgen”, voorspelt Guillaume. Ik voel veel voor de voorspelling. De peuters van nu zullen binnen dit en tien jaar geen moeite hebben om hun hele leven te delen via online netwerken. Vaak ongewild zullen ze ook een deel van het leven van hun ouders, grootouders en andere niet zo digital native familieleden in de openbaarheid werpen. Dat zijn de huidige dertigers al een beetje gewend, maar met al wie voor 1970 à 1975 is geboren, komt daar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hommeles van. Een generatieconfilict en dat was dus al even geleden.
Verderop in het interview gaat het ook over de positieve kanten van deze vaststelling, maar mij boeit vooral de vraag wat zo’n transparante generatie/doelgroep in spe voor adverteerders betekent. Ook hier zal het mes aan twee kanten snijden. Zal een generatie die opgegroeid is in totale transparantie van een merk pikken dat het niet-transparant communiceert? De eerste jaren van Facebook, YouTube en MySpace hebben de adverteerders al geleerd dat het antwoord wel eens neen zou kunnen luiden. Momenteel zie ik weinig argumenten waarom merken de uitzondering op de transparante regel zouden worden. Maar tegelijk biedt die privacy-arme omgeving ook opportuniteiten. De niet-transparante generaties zijn opgegroeid in tijden van opt-in en Robinson-lijsten. De privacy beschermen tegen ongewenste boodschappen is vandaag nog steeds een hoog goed, maar het is niet gezegd dat dat zo zal blijven. Een generatie die vindt dat alles gemeenschappelijk is, zal er minder problemen mee hebben dat persoonlijke gegevens in databases terechtkomen. One-to-one communicatie kan daar zijn voordeel mee doen. En vandaag luidt het motto dat veel moet kunnen ‘als het niet te intrusief is’. Maar zal wie 20 is in 2020 reclame op zijn gsm nog intrusief vinden? Zal die zich nog de vraag stellen hoe een merk dat hij niet kent aan zijn thuis- of mailadres is geraakt? Adverteerders zullen de komende jaren de absolute controle op wat met hun merk gebeurt uit handen moeten geven, maar in ruil liggen heel wat consumer insights te wachten. Transparantie wordt voor reclamemakers een verhaal van geven en nemen. Slimme merken doen het nu al, anderen wachten maar beter niet tot de transparante realiteit hen inhaalt.
Gepost door Wouter Temmerman