januari 2010
Deze week is de geschiedenisboeken ingegaan als de week waarin Avatar de meest succesvolle film aller tijden werd. Maandag reed de prent van James Cameron de wereldwijde recordopbrengst van Titanic van de tabellen en wanneer u dit leest, is de kaap van twee miljard dollar omzet wellicht al overschreden. De Belgische bioscopen boeken met Avatar nog eens een gigasucces van buitenlandse makelij, nadat de voorbije jaren voor Vlaamse films als De Zaak Alzheimer en vooral Loft voor uitstekende bezoekcijfers zorgden. Toch verhult het succes van deze films een minder fraaie realiteit, want cinema kampt met enkele structurele problemen. Het eerste en niet het minste probleem zit hem in de rol van cinema als reclamemedium. Uit de CIM/MDB-cijfers van november 2009 blijkt dat cinema nog nauwelijks 2,8 miljoen euro aan reclamebestedingen kon opeisen. Dat is amper een procent van de totale koek en bovendien is de trend al een tijd allesbehalve stijgend. Ter vergelijking: het op een na kleinste medium in de pige, de gratis pers, is nog steeds goed voor bijna 12 miljoen euro aan investeringen. De verschrompeling van de bioscoopreclame bracht ook de reclameregie Screenvision in een lastig parket. Een betalingsuitstel van Kinepolis was nodig om het bedrijf overeind te houden en na enige weerwerk van UGC is de kans zeer bestaand dat Kinepolis binnenkort Screenvision overneemt. Niet echt een ideale marktsituatie, want Kinepolis commercialiseert op die manier ook schermen bij concurrenten als UGC en Utopolis. De sector weet echter zelf maar al te goed dat de markt te klein is voor een tweede reclameregies.
Naast de commercialisering kampt cinema evenzeer met een inhoudelijk probleem. Het aantal grote blockbusters is met of zonder Avatar te laag en de voorbije jaren waren er gelukkig de Belgische successen om de opkomst te redden. Met dank aan de tax shelter die de financiering van deze producties haalbaar maakt. Tegelijk zenden vele art house cinema’s noodsignalen uit. Enerzijds omdat concurrent Kinepolis met alternatieve programma’s een deel van hun publiek wegneemt, maar anderzijds ook omdat niet elk jaar nog een Pulp Fiction wordt gemaakt. Meer nog, deze week sneuvelde niet enkel een record, maar ook een legende: Miramax, het productiehuis achter legendarische en meer alternatieve filmhits als Pulp Fiction, The Piano of The English Patient, legde de boeken neer. Het huis van de broers van Harvey en Bob Weinstein bepaalde mee het cinemagezicht van de jaren ’90, maar na de verkoop aan Disney kwam het nooit meer helemaal goed (bij The Wrap staat overigens dit fraaie artikel over Miramax te lezen). Het verdwijnen van Miramax is inhoudelijk voor de hele filmindustrie een teken aan de wand. Het business model van cinema als medium is anno 2010 op zijn zachtst gezegd wankel geworden. Met het stijgende succes van video-on-demand en high definition televisie zijn enkele innovatieve ideeën meer dan welkom voor het grote scherm.
Gepost door Wouter Temmerman
Het gaat niet goed met de cinema
Deze week is de geschiedenisboeken ingegaan als de week waarin Avatar de meest succesvolle film aller tijden werd. Maandag reed de prent van James Cameron de wereldwijde recordopbrengst van Titanic van de tabellen en wanneer... lees meer »
Het was een van de allereerste berichten die de minister van media (en dan hebben we het dus niet over Ingrid Lieten) eind juni 2009 op zijn al snel beruchte blog postte: Humo verkast van Sanoma City naar Woestijnvis. Intussen is gebleken dat de minister net zoals bij andere verhalen op de juiste golflengte vertoefde, waarvoor chapeau. De gesprekken tussen Aimé Van Hecke en Wouter Vandenhaute waren toen enkele maanden jong en het zou nog ruim een half jaar duren voor de heren hun inmiddels bekende deal sloten. Hopelijk moeten we niet nog een half jaar wachten voor de mediaminister zijn ‘coming back soon’-belofte invult, anders gaan we echt denken dat hij bij VTM of De Persgroep werkt.
De constructie die Sanoma en De Vijver, het vehikel boven Woestijnvis, vorige week wereldkundig maakten, is een bepalend puzzelstuk in wat we stilaan een nieuwe zuil in het Vlaamse medialandschap mogen noemen. De verstrengeling tussen de verschillende actoren - de VRT, De Vijver, Corelio en Sanoma - oogt namelijk behoorlijk innig. En dan hebben we het niet over persoonlijke vriendschappen, maar wel over harde participaties in elkaars kapitaal. We sommen het even op, te beginnen met de meest recente overeenkomst:
- De Vijver & Sanoma: bezitten samen in een verhouding 49%/51% het weekblad Humo. Sanoma krijgt een belang van 25% in de tv-activiteiten (voornamelijk Woestijnvis dus) van De Vijver.
- De Vijver & Corelio: Corelio (De Standaard, Het Nieuwsblad, Minoc, Passe-Partout, enz.) bezit 40% van de aandelen in De Vijver. Bovendien kocht De Vijver vorig jaar het hoofdaandeelhouderschap van de wielerwedstrijden De Ronde van Vlaanderen en Omloop Het Nieuwsblad van Corelio.
- De Vijver & de VRT: Woestijnvis heeft een exclusiviteitscontract met de openbare omroep.
- De VRT en Corelio: delen samen het kapitaal van de VAR, de regie van de openbare tv- en vooral radiozenders. De VRT bezit 90%, Corelio 10%.
Bovenop de centen komen uiteraard ‘De Mensen’, om het even te zeggen met een ander productiehuis waarin De Vijver een belang heeft (van 40% overigens). Aimé Van Hecke was voor zijn Sanoma-periode een van de toppers bij de VRT en had in die hoedanigheid een goede band met Wouter Vandenhaute. Piet Van Roe, voor de tweede maal gedelegeerd bestuurder ad interim van de VRT, oefende na zijn eerste passage ad interim bij de openbare omroep dezelfde taak uit bij… Corelio. In de Raad van Bestuur van die groep zit ter herinnering ook Wouter Vandenhaute. De drie tenoren kennen mekaar dus in de positieve betekenis van het woord. Samen met het duidelijk belang voor elke groep verklaart dit hoe het schijnbaar onmogelijke idee van Humo-hoofdredacteur Jörgen Oosterwaal toch mogelijk kon worden.
Maar de enorme relevantie voor de mediamarkt van het Humo-akkoord ligt elders. Na jaren waarin de alliantie De Persgroep-Roularta hard kon lobbyen voor een minder dominante openbare omroep, doemt voor het eerst een zakelijk onderbouwd alternatief model op. Naast een marktopbouw met een zwakke openbare omroep en veel private vrijheid – het idee dat meer en meer Vlaamse parlementariërs bekoort – zorgt de verstrengeling tussen het bovengenoemde viertal voor een realistisch alternatief: een sterke openbare omroep waarrond zich enkel gedegen privé-spelers (De Vijver, Sanoma, Corelio) organiseren. Zo kan je vrijheid voor de privé-markt dus ook invullen. Wouter Vandenhaute liet dit weekend in De Standaard verstaan te geloven in dat model: “Cruciaal wordt hoe men de toekomst van de openbare omroep ziet. Ofwel kiest men voor een afgeslankte VRT, waardoor er meer ruimte zal ontstaan op de markt en de privéspelers het vervolgens onder mekaar kunnen uitvechten. Voor alle duidelijkheid: dat is niet het model dat ik verdedig. Ofwel zorgt men ervoor dat er zich enkele privébedrijven rond een sterke VRT kunnen ontwikkelen. Het is het één of het ander.”
Bovenop de versterking van de nieuwe zuil komt nog de aanstelling van CD&V-er Luc Van den Brande. Zijn visie is vooralsnog onuitgesproken, maar de meeste waarnemers zien hem vanuit zijn Vlaamse profiel eerder als pleitbezorger van een sterke VRT. Het worden met andere woorden nog zeer geanimeerde debatten in het Vlaamse parlement tussen de voor- en tegenstanders van een sterke openbare omroep. De echte Minister van Media weet wat gedaan.
Humo en de rol van de openbare omroep
Het was een van de allereerste berichten die de minister van media(en dan hebben we het dus niet over Ingrid Lieten) eind juni 2009 op zijn al snel beruchte blog postte: Humo verkast van Sanoma... lees meer »
In de nieuwsluwe dagen tussen Kerst en nieuw keek ik voor het eerst naar ‘De Wereldverbeteraars’. Dat programma van Kanaal Z geeft een opiniemaker de gelegenheid om een paar wereldverbeterende ideeën uit de doeken te doen. Ditmaal kreeg de kijker een interview voorgeschoteld van Knack-journalist Joël De Ceulaer met Guillaume Van der Stighelen. Een deel van dat gesprek kan u hier bekijken. Van der Stighelen pleit in het gesprek voor stemplicht voor aandeelhouders en vraagt zich af of het een goed idee zou zijn om de erfenis af te schaffen. Maar het idee dat me het meest wist te boeien en dat ook op Econoshock (de blog van Geert Noels) voor heel wat animo zorgde, was dat van de internettransparantie en de generatieconflicten die daaruit kunnen ontstaan. “Als er een generatie, die van onze kleinkinderen, opgroeit in totale transparantie, zal die het logisch vinden dat alles gemeenschappelijk is. En daar zal onze generatie, die nog is opgegroeid met privacy, een gigantisch probleem mee krijgen”, voorspelt Guillaume. Ik voel veel voor de voorspelling. De peuters van nu zullen binnen dit en tien jaar geen moeite hebben om hun hele leven te delen via online netwerken. Vaak ongewild zullen ze ook een deel van het leven van hun ouders, grootouders en andere niet zo digital native familieleden in de openbaarheid werpen. Dat zijn de huidige dertigers al een beetje gewend, maar met al wie voor 1970 à 1975 is geboren, komt daar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hommeles van. Een generatieconfilict en dat was dus al even geleden.
Verderop in het interview gaat het ook over de positieve kanten van deze vaststelling, maar mij boeit vooral de vraag wat zo’n transparante generatie/doelgroep in spe voor adverteerders betekent. Ook hier zal het mes aan twee kanten snijden. Zal een generatie die opgegroeid is in totale transparantie van een merk pikken dat het niet-transparant communiceert? De eerste jaren van Facebook, YouTube en MySpace hebben de adverteerders al geleerd dat het antwoord wel eens neen zou kunnen luiden. Momenteel zie ik weinig argumenten waarom merken de uitzondering op de transparante regel zouden worden. Maar tegelijk biedt die privacy-arme omgeving ook opportuniteiten. De niet-transparante generaties zijn opgegroeid in tijden van opt-in en Robinson-lijsten. De privacy beschermen tegen ongewenste boodschappen is vandaag nog steeds een hoog goed, maar het is niet gezegd dat dat zo zal blijven. Een generatie die vindt dat alles gemeenschappelijk is, zal er minder problemen mee hebben dat persoonlijke gegevens in databases terechtkomen. One-to-one communicatie kan daar zijn voordeel mee doen. En vandaag luidt het motto dat veel moet kunnen ‘als het niet te intrusief is’. Maar zal wie 20 is in 2020 reclame op zijn gsm nog intrusief vinden? Zal die zich nog de vraag stellen hoe een merk dat hij niet kent aan zijn thuis- of mailadres is geraakt? Adverteerders zullen de komende jaren de absolute controle op wat met hun merk gebeurt uit handen moeten geven, maar in ruil liggen heel wat consumer insights te wachten. Transparantie wordt voor reclamemakers een verhaal van geven en nemen. Slimme merken doen het nu al, anderen wachten maar beter niet tot de transparante realiteit hen inhaalt.
Gepost door Wouter Temmerman
De transparante generatie
In de nieuwsluwe dagen tussen Kerst en nieuw keek ik voor het eerst naar ‘De Wereldverbeteraars’. Dat programma van Kanaal Z geeft een opiniemaker de gelegenheid om een paar wereldverbeterende ideeën uit de doeken te... lees meer »