Een mediabanket, daar willen wij wel eens bij aanschuiven. Een culinaire hoogdag voor alles wat digitale marketing is…
Vol inspiratie kwamen we terug van de 22ste editie van de Marketing Day op 22 maart georganiseerd door BPost en WDM. Op het menu stonden verschillende crèmes van sprekers. Stuk voor stuk overtuigden ze de bezoekers en ons van het belang van digitale en direct marketing. Julien Blanchez (Google) beet de spits af met een uiteenzetting waarom digitale marketing nog lang niet dood is. Toppers op het menu waren voor ons Andy Owen die het had over geslaagde direct mail campagnes die de bovenhand nemen op de overvloed aan e-mail campagnes die we dagelijks in de bus nemen. Direct mail is veel meer dan enkel een mooie boodschap. De details op de enveloppe, papiersoort, printeffecten maken het plaatje compleet. Een finesse die je bij digitale mailings niet kan meegeven. Onze eigen ervaring heeft ons geleerd dat het toch vooral de kracht van een idee is dat het verschil maakt. Als de insteek van een dm campagne een bottom-up relevantie creëert, is de impact dermate groter dan bij een ‘wij hebben de grootste’-boodschap.
In de namiddag kregen we een lekkere brok ‘mobile data driven marketing’ voorgeschoteld door Jo Caudron (Dear Media) en Hendrik Dacquin (Media Innovatie Centrum). Zij deden uit de doeken hoe we van ons huis, tuin en keuken pods en pads een geïntegreerd geheel kunnen maken met andere activiteiten zoals TV kijken. Denk aan een Ronde Van Vlaanderen waarbij je de koers live kunt volgen via een google maps app op je iPad. Dit bevordert natuurlijk het live bekijken van programma’s. Conversaties worden gestart via apps en hashtags waardoor je als gebruiker of kijker je vereenzelvigt met een grote groep gelijkgestemden. De markt neemt deel aan conversaties, eerder dat dan communicatie te pushen. Televisie kijken krijgt een nieuwe dimensie als deel van de virtuele leefwereld van de toeschouwers. Parallele interactie wordt hierdoor mogelijk gemaakt. Deze middelen doen de voordelen van uitgesteld kijken teniet. Nieuwswaarde blijft gewaardeerd. Ideale food for thought voor marketeers.
Ook geen gebrek aan animerende gadgets overigens op de Marketing Day. Leuke clickeys waarmee je on the spot je contactgegevens kon uitwisselen met de andere aanwezigen en waarmee je info uit de tentoonstellingen digitaal kon registreren.
Een mediabanket dat naar meer smaakt!
Veerle Verbakel
Marketing Day 2012
Een mediabanket, daar willen wij wel eens bij aanschuiven. Een culinaire hoogdag voor alles wat digitale marketing is… Vol inspiratie kwamen we terug van de 22ste editie van de Marketing Day op 22 maart georganiseerd... lees meer »
Sinds midden februari ligt De Conversation Company in de rekken. Steven Van Belleghem, managing partner bij InSites Consulting, maakte met De Conversation Manager uit 2010 een van de best verkochte en meest gewaardeerde marketingboeken van de voorbije tien jaar in ons land. De Conversation Company gaat een stap verder dan zijn voorganger en laat de pure social mediahype achter zich om een/het kernelement van management en ondernemerschap uit te diepen: klantgerichtheid.
Met De Conversation Manager is Steven Van Belleghem als een ware rockstar op tournee getrokken. Niet dat hij die gepland had, maar sinds de verschijning van zijn eerste boek bleven de aanvragen voor lezingen en brainstormsessies binnenstromen. Het was zijn tocht langs bedrijven gekoppeld aan onderzoek en interviews die hem duidelijk maakte dat het ene bedrijf al wat beter met conversatiemanagement overweg kon dan het andere. Het bewoog hem tot een tweede boek dat bedrijven uitlegt hoe ze kunnen uitgroeien tot een zeer klantgericht bedrijf. Noch het doel, noch de ingrediënten die Van Belleghem aanhaalt zijn nieuwe koek. Het is geen geheim dat social media de nood aan een open, klantgerichte bedrijfscultuur heeft aangescherpt. Het is evenmin een geheim dat je moet bouwen aan positieve word-of-mouth en ook de tools die hij aanhaalt zijn bekend: customer experience, conversatie, content en collaboratie. Het verfrissende en vernieuwende is echter dat hij als een van de eerste auteurs al deze elementen in een traject giet dat bedrijven kunnen afleggen om hun klantgerichtheid te verbeteren. Kunnen of moeten afleggen, want de lectuur van het boek en een kijk op het Belgische bedrijvenlandschap leren dat er vandaag nog geen echte conversation companies bestaan. Enkele ondernemingen vullen een paar elementen sterk in, maar niemand heeft het traject van Van Belleghem nu al klaar. Met de relevantie van het boek zit dus meer dan snor. Steven Van Belleghem overstijgt de theorie en heeft een gids gemaakt waar bedrijven echt iets aan hebben, zowel de beursgenoteerde ondernemingen als de kleine KMO met tien werknemers.
Daarnaast bevestigt de auteur al het goede van zijn eerste boek. Hij pakt opnieuw uit met originele voorbeelden en schrijft die neer in een verfrissende en toegankelijke stijl. Dat kan evident lijken, maar wie de bijna 250 pagina’s achter de kiezen heeft, weet dat dit boek een complex staal van marktevoluties, management- en marketinginzichten combineert. De verleiding om je als auteur te pletter te theoretiseren is dan groot. In plaats daarvan krijgt de lezer een kant-en-klaar menu geserveerd dat hem na een vertederend nawoord zin geeft om het 'thuis' zonder dralen ook eens te proberen.
Wouter Temmerman
De Conversation Company (Steven Van Belleghem)
Sinds midden februari ligt De Conversation Company in de rekken. Steven Van Belleghem, managing partner bij InSites Consulting, maakte met De Conversation Manager uit 2010 een van de best verkochte en meest gewaardeerde marketingboeken van... lees meer »
We zijn omvergeblazen door rasechte performers, sprekers en facilitators op het Creativity World Forum (16 en 17 november 2011). Het gebeurt niet elke dag dat je kleppers als Jimmy Wales (Wikipedia), Oliver Stone (regisseur van oa Natural Born Killers), Malcolm Gladwell (het brein achter The Tipping Point) en Garr Reynolds (auteur van The Naked Presenter) op één podium kan aanschouwen. Een niet te missen verslag:
Stefan Coucheir:
Het Creativity World Forum heeft nogmaals bewezen dat het een hoogmis is rond creativiteit. De kracht van het CWF ligt voor mij in de hoeveelheid en complexiteit van indrukken waaraan je wordt blootgesteld, zonder dat iets geponeerd wordt als absolute waarheid. Dat ongrijpbare, dat loslaten, is een reflectiemoment dat heel dicht komt bij de essentie van creativiteit.
Heel concreet zijn er twee sprekers die er voor mij uitsprongen. Het verhaal van Scott Belsky over "Making ideas happen" reikte een verhelderend kader aan over de kern van een creatief proces met al zijn randvoorwaarden. Garr Reynolds zal ons binnen Antenno nog eens fundamenteel doen nadenken over hoe we onze adviezen nog krachtiger kunnen rapporteren en presenteren.
Tijdens dit CWF heb ik trouwens ook twee mooie formuleringen gehoord over het feit dat mijn douchemoment 's ochtends vaak heel inspiratievol is. Belsky noemde het 'a window of non-stimulation'. Oliver Stone sprak over 'alone time'.
Mariska Brosens:
Execution
5 pijlers volgens Scott Belsky die executie in de weg staan: “energy & excitement level vs time of execution”, “the gravitational force of operation”, “a lack of feeling organised”, “lack of accountability”, “disorganised and isolated networks".
Methodes om dit te managen: “create time without stimuli”, “spend time on order and organisation”, “manage projects with a bias to action (by measuring values of meetings in action steps)”, “prioritise projects & progress visually”, “keep the immunse system of the organisation high by doers, but create moments of low immune system for dreamers”.
Nog enkele interessante quotes:
- No entrepreneurship and innovation without failing
- Fail faster: if everything is under control, you are not going fast enough
- Young entrepreneurs who fail are still winners
- We need a flip in our educational system by not punishing failure
- Ask: "So what?" instead of "What?". Ask: "Yes and..." instead of "Yes but..."
- According to scientific research, individuals create better ideas than in group and chaotic people are not more creative
Dimitri De Lauw:
Typisch aan dit soort congressen is dat er zeer goede keynotes (Scott Belsky, Garr Reynolds, Bart Becks,...) zijn maar spijtig genoeg ook enkele verschrikkelijk slechte. Ik was er de tweede dag en had het geluk om wel wat spreektalent te aanschouwen.
Een quote die in mijn favoriete quotes lijstje komt te staan is: “It’s only in still water that we can see our reflection”. Een thema dat door verschillende mensen is aangehaald: ontloop soms de veelheid aan stimuli waar we tegenwoordig mee geconfronteerd worden om eens na te denken wat we juist willen bereiken, om creatieve ideeën vorm te geven, etc. Zoek tijd om te de-connecteren. Ook een dada van Oliver Stone blijkbaar.
Een paar praktische PowerPoint en Keynote tips die we allemaal wel kennen maar toch nog te vaak vergeten toe te passen passeerden de revu. Maak je presentatie eerst op post-its, creëer focuspunten op je slides, steek elementen als ‘change’ en ‘conflict’ in het verhaal dat je wilt brengen, leg uit wat data betekenen en zet ze in een context.
Als bureau dat ondernemerschap hoog in het vaandel draagt , kijken we ook wel uit naar de plannen van Bart Becks met het angel.me project: het uitrollen van het sonic angel business model naar startups.
Hella Rogiers:
Wat doet een Creativity World Forum met een mens? Het zet hem met beide voeten op de grond. Er is geen toverformule om tot creatie en innovatie te komen… (surprise surprise). Creatie en innovatie komen voort uit simpele dingen. En omdat alle goede dingen uit drie bestaan, hier drie lessen van het CWF.
- Creatief en innovatief zijn, is trial and error (and error and error)
- Creatie en innovatie borrelen op als je tijd maakt in je agenda en ruimte in je hoofd
- Creatie en innovatie zijn niet het resultaat van een goddelijke ingeving bij een individu. Het is het resultaat van het oppikken van de kennis en innovatie die rond je gebeurt en die verder in en met je omgeving toetsen en verfijnen.
And I said to myself, what a wonderful world…
Annick Grieten:
De tweets op het CWF liepen over van onze nieuwe creatieve mantra. Het is niet meer ‘ik wil de grootste hebben’ en ‘als ik maar eerst ben’, maar alles staat in het teken van mislukkingen. Wie geen fouten maakt kan er niet uit leren en een beetje knokken maakt je tot wat je bent. Jimmy Wales zorgde als eerste spreker van de dag al voor een ontspannen sfeertje met een opsomming van zijn gefaalde projecten en de andere sprekers surften verder op deze golf. Peter Hinssen nam ons mee op tocht vol nostalgie met als bestemming het ‘AHHA moment’. Maar de opvallendste stem van dag 1 was toch Malcolm Gladwell, die benadrukte waarom we ons niét schuldig moeten voelen als we iemands idee stelen, want niet nummer 1, niet nummer 2, maar nummer 3 zijn is dé sleutel tot succes. Dus, blijven herhalen: falen en ergens anders de mosterd gaan halen!
Scott Dirkx:
Wat een geweldige start donderdag. Net te laat voor de introductie, maar vanaf minuut één geboeid luisteren naar Scott Belsky.
Enkele praktische tips. "Idle time" (ik ga de files nog leren appreciëren) en "Execution week". Enkele nieuwe bookmarks: behance.com, the99percent.com.
Pattie Maes stelde de concepten "shiftables", "bulb-computer", "touch to cloud" voor: interessante uitwerkingen maar niet nieuw voor mij.
Hannah McBain was voor mij persoonlijk minder. Bij BBC zien ze "Idle time" oa als tuinhuis op kantoor ... Hey, ook Antenno heeft er hier ééntje staan!?
Jamie Anderson: enkele fascinerende inzichten in de machine achter Lady Gaga.
Boeiende 7 minute speakers: Mario Fleurinck (addictlab.be) & Bart Becks (angel.me). Crowdsourcing: I'm a believer!
Simon Timmermans:
“The Flip” van Peter Hinssen was voor mij de meest overtuigende presentatie van dag 1 op het CWF.
Volgens hem zitten we op een middelpunt, de laatste jaren is de digitale wereld de nieuwe standaard geworden is en hij definieert meteen enkele regels:
Zero tolerance: digitale technologie mag niet falen. Good enough technology: de meest gebruikte technologie is niet altijd de beste technologie
In “the new normal” verwacht men dat een magazine op een scherm gelezen wordt en dat een film uit de cloud gedownload wordt. Deze omschakeling noemt hij “the flip”.
Het is niet essentieel om te bepalen wanneer the flip juist gebeurt, maar wel om te detecteren wat die omschakeling is in jouw domein. Door te ontdekken wat “the new normal” gaat worden in jouw sector, bereid je je voor op de toekomst.
Meer informatie over Peter Hinssen en zijn boek “The new Normal” vind je op http://www.peterhinssen.com/
Nathalie Swannet:
CWF is ideeën en inspiratie opdoen, leren over ‘denken, durven, maar vooral over doen; kritisch kijken naar je eigen werk, uitproberen, falen en opnieuw beginnen. Maar niet alleen de sprekers zorgden voor nieuwe impulsen, de hele branding van CWF was de moeite om mee te maken. CWF stond in het teken van creativiteit en dit kan je ruiken, voelen en zien. Van de verpakking van het eten ‘can you feed my mind?’ tot het kunstwerk van ‘Peter De Cupere’ ‘scratch and sniff’, een kunstwerk dat naar aardbeiden ruikte als je eraan krabde. CWF was doen, ervaren en ontdekken dat een mooi verhaal pas rond is als de communicatie, vormgeving en branding hand in hand gaan.
Veerle Verbakel:
Copy, paste en tweak. Verder bouwen op goede ideeën stond centraal op CWF. In het digitale tijdperk worden we blootgesteld aan heel veel impulsen. Technologische evoluties zoals de sixth sense van de onderzoeksgroep van Pattie Maes aan MIT, een toestel dat je rond je nek draagt en dat systematisch informatie uit je directe omgeving aanvult door het projecteren van digitale relevante input, versterken de veelheid aan inspiratie die we van dag tot dag ervaren. De kunst is om af en toe afstand te nemen en je idle time door te brengen in totale afzondering van deze impulsen. Op die manier kan je jouw goede ideeën beter vorm geven, dixit Scott Belsky. Maar voor het indrukwekkende spreektalent van Malcolm Gladwell (the tipping point) en Garr Reynolds (the naked presenter) zet ik mijn non-stimulation time graag even stop.
Stefan Tilburgs:
Durven laten falen om te innoveren. Creativiteit is niet genoeg en brainstormen moet kunnen zonder digitale impulsen. Dit zijn voor mij de 3 zaken die ik meeneem:
- Durven falen: Bedrijven moeten meer ruimte inlassen om nieuwe medewerkers af en toe te kunnen laten falen. De oude beloningssystemen zorgen vaak dat mensen geen kansen krijgen om te falen. Hoe beloon je mensen? Via goals of milestones. Als je die bereikt hebt wordt je beloond en als je faalt wordt je gestraft. Dus eigenlijk zeggen bedrijven tegen hun medewerkers “You better innovate, but don’t you dare to innovate (or fail)”. Nieuwe studies tonen aan dat mensen moeten proberen, falen, proberen en opnieuw falen om te kunnen verbeteren. Dit is de enige manier om te kunnen innoveren. (Scott Belsky)
- Creativiteit is niet genoeg: Scott Belsky en Professor Jamie Anderson waren het er allebei over eens dat creativiteit alleen niet genoeg is. Creativiteit x organisatie = impact
- Brainstormen zonder digitale impulsen. Bouw voor jezelf genoeg ruimte in zonder stimulaties. (Scott Belsky)
Beleef hier het Creativity World Forum in beeld.
Bekijk ook onze rekruteringsactie op CWF.
Foto's door Thomas Bonte (1) en Hans Stockmans (2,3 en 4)
Creativity World Forum - Blow your mind
We zijn omvergeblazen door rasechte performers, sprekers en facilitators op het Creativity World Forum (16 en 17 november 2011). Het gebeurt niet elke dag dat je kleppers als Jimmy Wales (Wikipedia), Oliver Stone (regisseur van... lees meer »
De verkiezingen winnen en dat kunnen toeschrijven aan een slogan is mooi. Een van de slogans op het internationale politieke toneel die zo’n adelbrief kan voorleggen, is ‘It’s the economy, stupid’. Dat zinnetje rolde uit de pen van James Carville, de campagnestrateeg die Bill Clinton in 1992 voorbij George Bush sr. loodste. In vijf woorden wees hij erop dat pa Bush de economie had verwaarloosd (zelfs even in recessie had laten gaan) om de oorlog in Irak te kunnen financieren. De boodschap sloeg aan en Bush kon zijn tweede ambtstermijn vergeten.
De slogan waarmee je de verkiezingen won, nadien ook waarmaken is nog mooier. Vraag het aan Yves Leterme en Bart De Wever. Zij kwamen met respectievelijk ‘Wie gelooft die mensen nog?’ of ‘Nu durven veranderen’ niet of slechts via wat omwegen aan regeren toe. En als je al aan regeren toekomt, dan kan zo’n slogan snel als een boomerang in het gezicht van de betrokkene terugkeer. Yves Leterme gaat intussen al lopen bij het horen van zijn vijf woorden tellende oneliner. In het geval van Bill Clinton leek dat boomerangeffect nog wel mee te vallen. Na het aantreden van Clinton ging de Amerikaanse economie aan het groeien. Als je net met zo’n slogan de verkiezingen won, dan is dat meegenomen, los van het feit of de groei al dan niet aan de president zelf toe te schrijven viel. Bovendien kreeg Clinton later tijdens zijn achtjarig presidentschap andere katten te geselen en verdween de economische positionering enigszins van de radar.
Toch leren we vandaag dat de buit nooit binnen is. Bills boomerang had namelijk een tikje vertraging. Tijdens de voorbije schuldencrisis is al meermaals verwijtend naar de man uit Arkensas gewezen. In 1999 gaf hij immers zijn fiat voor het elimineren van de ‘Glass-Steagall act'. Voor de details verwijzen we graag naar deze fraaie analyse van Wim De Preter in De Standaard, maar in essentie kregen de Amerikaanse banken de toestemming om hun klassieke activiteiten te combineren met effectenhandel en investeringen. Niet in betrouwbare business, maar bijvoorbeeld in speculaties op de markten. Op die markten gingen de banken op (te) grote schaal rommelkredieten verpatsen. De rest is geschiedenis: de zeepbel sprong en leidde ons naar de banken- en vastgoedcrisis die na enig voortkabbelen vandaag is uitgemond in een schuldencrisis. Die leidt als het even fout loopt naadloos richting een nieuwe bankencrisis, al gebiedt de eerlijkheid uiteraard te zeggen dat er voor de huidige malaise nog andere verantwoordelijken aan te duiden zijn.
Bill en zijn parlement hadden het in 1999 wellicht anders ingeschat, maar als Barack Obama in 2012 het onderspit moet delven dan is de kans bestaand dat de Republikeinse winnaar maanden zal gehamerd hebben op een slogan als ‘It’s the economy, stupid’. Als tegenslogan voor ligt ‘It was Bill, stupid’ helaas minder voor de hand.
Gepost door Wouter Temmerman
Bills boomerang had vertraging
De verkiezingen winnen en dat kunnen toeschrijven aan een slogan is mooi. Een van de slogans op het internationale politieke toneel die zo’n adelbrief kan voorleggen, is ‘It’s the economy, stupid’. Dat zinnetje rolde uit... lees meer »
De vrouw als lustobject is weer helemaal terug in reclame. De laatste weken zijn er een aantal campagnes gelanceerd waar vrouwen heel dominant als verleidende ‘eye-catcher’ worden uitgespeeld. Een aantal voorbeelden:
- Sip-Well: campagne waarin naaktmodel Gaëlle “zich nat maakt”
- Touring verzekeringen: printcampagne waarin een verleidelijke blik ondersteund wordt met “Heren, voor u gaan we tot het uiterste”
- Schweppes: internationale campagne waarin Uma Thurman zich in bochten wringt rond de kreet “What did you expect?"
Ik heb absoluut niet de ambitie om me te profileren als moraalridder, maar in de maatschappelijke en communicatieve context stel ik me toch wel vragen bij deze campagnes.
Eerst en vooral getuigt deze aanpak niet echt van veel creativiteit en smaak; om het woord plat niet in de mond te nemen. Het is toch net iets te makkelijk om verleiding zo expliciet uit te spelen.
Daarnaast passen deze campagnes ook niet in de brede maatschappelijke context rond de plaats van de vrouw. Op het moment dat er in de bedrijfswereld over quota in raden van bestuur gesproken wordt, gaan we hiermee terug naar af.
De belangrijkste kanttekening die ik heb, is puur vanuit effectiviteitoogpunt. Gaat een dergelijke campagne niet voorbij aan het feit dat een (zeer) groot deel van de kopers van deze producten of diensten vrouwen zijn? Dat Pirelli vasthoudt aan zijn kalender kan ik begrijpen, maar niet in elke categorie is een vrouwelijke stopfactor ook effectief. De “Coca-Cola Light”-man was in elk geval beter op getypecast.
Gepost door Stefan Coucheir
Vrouwen als lustobject in tijden van quota
De vrouw als lustobject is weer helemaal terug in reclame. De laatste weken zijn er een aantal campagnes gelanceerd waar vrouwen heel dominant als verleidende ‘eye-catcher’ worden uitgespeeld. Een aantal voorbeelden: Sip-Well: campagne waarin naaktmodel... lees meer »
Het vluchtig uitgescheurde artikel zat wat verkreukt tussen andere vakantielectuur. De Standaard interviewde eind juli in Mens & Economie Prof. Dr. ir. Erik Dejonghe en dat naar aanleiding van de lancering van de iPad. De man is niet zo heel bekend, maar voor mij is hij onvergetelijk als lesgever ‘nieuwe communicatietechnologieën’, een klein decennium terug aan de UGent (vandaag is hij er nog steeds gastdocent trouwens). Als ik vandaag even terugblik op het curriculum dat ik in de twee licenties (ja zo heette dat in die dagen) communicatiewetenschappen te verteren kreeg, dan moet ik bekennen dat niet zo heel veel cursussen me vandaag nog regelmatig van pas komen. Een vleugje auteursrecht of journalistieke deontologie, dat wel, als iemand me vraagt hoe dat weer zit met zo’n recht van antwoord. Of wat filmgeschiedenis om te merken hoe een reclameregisseur zijn klassiekers kent. Overzichten van het medialandschap uit die tijd zijn intussen dramatisch gedateerd en dat zou je eigenlijk ook verwachten van een vak over nieuwe communicatietechnologie. Niets is minder waar. De voormalige nummer twee van Barco had en heeft namelijk een zeer interessant model dat helpt bij het inschatten van de slaagkansen van new tec.
Het introduceren en eventuele slagen verloopt volgens hem in vier stappen. Nieuwigheden worden sowieso opgepikt door ‘early adopters’, zo’n 5% van het publiek. Na deze ‘irrationele speelvogels’ -zoals Dejonghe deze groep, waartoe hij zelf behoort, omschrijft - komen de rationele volgers. Zij vervangen op basis van rationele elementen hun oude technologie door de nieuwe. Nog eens goed voor 10% van de markt, maar onvoldoende om al van een succes te spreken. Dat komt er pas eens er voldoende kritische massa is opgebouwd en de echte grote doorbraak komt er eens een killer application voor grote groei zorgt. Het model wordt verder uitgediept met een reeks rem- en succesfactoren die een en ander verklaren. De voorbeelden die Erik Dejonghe tien jaar terug gaf zijn vandaag museumstuff: hij verklaarde met het model waarom de CD het wel haalde en de minidisc niet algemeen doorbrak. Waarom Microsoft Word wel en Wordperfect niet de marktleider werd. Of hij vertelde hoe de video pas een echt een succes werd dankzij de killer app die opnemen van televisie was.
Voorspellen met het model is weer andere koek. Zo herinner ik me dat Dejonghe vijf jaar terug zeer sceptisch was over digitale tv. Hij zag niet waar die 10% rationale vervangers zouden worden gevonden. Telenet en Belgacom zagen het duidelijk wel. Desondanks ben ik het model de voorbije tien jaar haast onbewust blijven gebruiken telkens nieuwigheden (of zelfs mediamerken) het licht zagen. Van blogs tot Twitter, van internet 2.0 over de smartphone tot de iPad. “Persoonlijk zie ik de echte brede doorbraak van het tabletconcept bij een concurrerend aanbod van toestellen van 200 tot 250 euro, waarop een open source Android-achtig operating system draait”, zegt hij daarover in De Standaard. Dejonghe heeft goed gekeken naar de evolutie van de smartphones en dat is net de sterkte van het model aan het worden: de voorbije jaren heeft het zoveel technologieën de revue zien passeren, dat de voorspellingen meer accuraat worden. Om maar te zeggen: u ziet Erik Dejonghe de komende jaren nog wel opduiken, en niet enkel in de komkommertijd.
Wouter Temmerman
De les van Erik Dejonghe
Het vluchtig uitgescheurde artikel zat wat verkreukt tussen andere vakantielectuur. De Standaard interviewde eind juli in Mens Economie Prof. Dr. ir. Erik Dejonghe en dat naar aanleiding van de lancering van de iPad. De man... lees meer »
Gsm-operator Base is goed bezig, zeker als het gaat om het verdedigen van zijn merkwaarden. En toegegeven: ik had een jaar geleden niet gedacht dat ik voorgaande zin aan het digitale papier zou toevertrouwen. Dat zit zo: ’s lands derde operator is in communicatie- en reclameland al enkele jaren een ietwat apart geval. Als marketingjournalist ben ik al enkele malen serieus op zoek moeten gaan naar wie “momenteel nu eigenlijk weer het reclamebureau is van Base”, om maar iets te zeggen. In vergelijking met de concurrenten Proximus en Mobistar pakt het merk zelden of nooit uit met spraakmakende reclamespots. Wel viel de derde operator op omdat het zich een vijftal jaar terug aan vergelijkende reclame waagde, maar creatieve spots of grootse geïntegreerde campagnes zal je Base amper zien naar voor schuiven. Hun goed recht uiteraard. Ieder besteedt zijn centen zoals hij dat wil en de aanpak heeft hen zeker niet naar de afgrond geleid.
Onder-de-lijn ging Base in zee met voetbalclub Standard. Het merk prijkt op de truitjes van de landskampioen en als de Luikenaars straks aantreden in de voetbalhemel die de Champions League is, levert die shirtsponsoring Europese visibiliteit op. Toch heeft dat Base er niet van weerhouden om zich zeer verstandig op te stellen in de heisa die ontstond na de doodschop die Gouden Schoen Axel Witsel afgelopen weekend verkocht aan Anderlecht-verdediger Marcin Wasilewski. Terwijl het Standard-bestuur behoorlijk weinig empathie aan de dag legt, heeft Base zeer goed begrepen dat zwijgen imagoschade kon opleveren. Het merk tikte Standard meteen na de match op de vingers en houdt ook nu de druk aan. "Wij zullen Standard steunen als de club Axel Witsel een bijkomende straf zou opleggen", vertelde de overigens zeer competente woordvoerder Bart Vandesompele aan Radio 1. Het hele gesprek hoort u hier en het bewijst hoe Base zeer behendig om deze lastige klip zeilt. Quotes als "We denken bijvoorbeeld aan een taak met jeugdvoetbal. Dat zou bij ons imago passen" en "We moeten nu afwachten of Standard naar zijn hoofdsponsor wil luisteren, maar er moet zeker iets gebeuren" getuigen van a. lef en b. mooi doordachte crisiscommunicatie. Of waarom fraai werk niet altijd van die knappe creatieve tv-spot moet komen.
Gepost door Wouter Temmerman
Base
Gsm-operator Base is goed bezig, zeker als het gaat om het verdedigen van zijn merkwaarden. En toegegeven: ik had een jaar geleden niet gedacht dat ik voorgaande zin aan het digitale papier zou toevertrouwen. Dat... lees meer »
De zomerfestivals staan voor de deur en zoals steeds fungeren ze als creatieve roetsjbaan voor de vele adverteerders die er net als de geprogrammeerde groepen het jonge publiek willen bekoren. Van de voorbije zomers onthouden we geslaagde acties als de De Zak van Het Nieuwsblad en de zitvlaai van Studio Brussel. Wat zou dat geven in tijden van crisis? Wel, die is blijkbaar vooral voelbaar als het gaat om sponsoring. KBC stopte als hoofdsponsor van het Cactus Festival en de Gentse Feesten verloren belangrijke geldschieters als Media Markt en Base. Maar de acties die blijven duidelijk overeind. We zetten er drie op een rijtje.
De meest opvallende tot op heden is Het Nieuwsblad, dat uitpakt met de Tettentent. Zeer grappige radiospots en een 'gewoon' grappig filmpje. De tent zelf is echter een item waarvan ik me kan voorstellen dat menig festivalganger er een exemplaar wil van bemachtigen. Sterk idee, sterke uitvoering, alleen is het niet duidelijk of het goed zit met de merkwaarden. Zoals Brecht Decaestecker terecht opmerkt: wat hebben tetten in festivalsnaam met deze Corelio-krant te maken? Met een mannenblad akkoord, maar met een breedpubliekskrant?
Dan was KBC een pak voorzichter toen het besloot om gepersifleerd de sexy toer op te gaan. ‘Red je festivalbudget’, met onder andere een site en een filmpje, appelleert aan een duidelijk inzicht en gaat met een parodie op Baywatch en konsoorten de vraag uit de weg wat dit alles met een bank te maken heeft. Hoe KBC het op het terrein zal aanpakken, is me niet duidelijk, maar ik kan me voorstellen dat de vraag naar extra festivalbudget na pakweg drie van de vier dagen Werchter wel eens hoger zou kunnen liggen dan op dit moment.
Last but not least is er Carrefour dat net als vorig jaar present tekent met een Express-Festivalshop. Dat is een minisupermarkt op of aan de festivalcamping met een ruim assortiment producten op maat van de festivalbezoeker. Op het lijstje zie ik alvast tenten en slaapzakken, oordopjes, droge sokken, deodorant, tandpasta, zonnecrème en ook voedingsproducten. Misschien niet de meest spraakmakende van alle festivalacties, maar wel eentje die vast en zeker het merkimago positief weet te beïnvloeden. Zo’n tettentent zal een kampeerder zeker leuk vinden, maar hij zal Carrefour eeuwig dankbaar voor die droge sokken, zelfs al zijn ze betaald met het krediet van KBC.
Gepost door Wouter Temmerman
Tettententen en festivalshops
De zomerfestivals staan voor de deur en zoals steeds fungeren ze als creatieve roetsjbaan voor de vele adverteerdersdie er net als de geprogrammeerde groepen het jonge publiek willen bekoren. Van de voorbije zomers onthouden we... lees meer »
Elke week krijg ik van dit zeer gewaardeerde mediabureau, dat gespecialiseerd is in buitenreclame, een presentatie toegestuurd die de lopende affichagecampagnes op een rijtje zet. De presentatie is netjes ingedeeld volgens formaat: de campagnes op groot formaat (zoals 20m² of groter), op klein formaat (2m² vooral), de mixen en tot slot de niet-klassieke formaten. Dat gaat van affichage op voertuigen van het openbaar vervoer over combinaties met sampling of guerrilla, om maar enkele mogelijkheden te noemen. Tot midden vorig jaar was deze ambient categorie best populair. Veel adverteerders vonden het een leuke opvallende extra en vaak sloten die nieuwe media ook naadloos aan bij het idee achter de campagne. Relevant en plezant, wat wil een mens/adverteerder nog meer. Maar sinds enkele maanden is het vet wat van die nieuwe soep. Wekelijks nog een of soms twee voorbeelden. Met de budget cuts zijn duidelijk ook de leuke extra’s gesneuveld, hoe relevant ze soms ook zijn. Ik vertel geen groot geheim als ik zeg dat affichage een van de media is die het hardst lijdt onder de behoudsgezindheid op de advertentiemarkt.
Voor het eerst sinds lang zagen we dit jaar panelen leeg blijven. In tegenstelling tot een krantenuitgever kan een afficheur niet snel enkele pagina’s schrappen als de regie minder advertenties verkoopt. De panelen blijven hangen en dat dwingt de regie dan vaak tot het geven van kortingen die niet zo fijn zijn. Net daarom is het verbazend dat net nu minder niet-traditionele affichagecampagnes opduiken. Wie het snugger aanpakt, kan nochtans mooie dingen doen. Maes, dat momenteel zijn vernieuwde pils in de markt zet, koos bijvoorbeeld voor megapostering op gebouwen die gerenoveerd worden. Wellicht niet bij toeval lag het gebouw waarop de Maes-affiche terechtkwam recht tegenover de parking van een Delhaize. Waarna je in de Delhaize via POS-materiaal nogmaals op de nieuwe Maes werd gewezen. Welke advertentie echter het 2m²-paneel op de parking sierde, kon ik me niet meer herinneren terwijl ik thuis enkele nieuwe Maes-flesjes in de koelkast zette voor de barbecue later die avond.
Gepost door Wouter Temmerman
Maes, makkers, formaten
Elke week krijg ik van dit zeer gewaardeerde mediabureau, dat gespecialiseerd is in buitenreclame, een presentatie toegestuurd die de lopende affichagecampagnes op een rijtje zet. De presentatie is netjes ingedeeld volgens formaat: de campagnes op... lees meer »
De krant wordt een andere meneer,kopte de Nederlandse website De Nieuwe Reporter nog geen twee weken geleden. Het artikel gaat dieper in op de individualisering van de media in het algemeen en de journalistiek in het bijzonder.
De moderne mediaconsument loopt niet meer zo hoog op met de anonieme redacties van weleer, luidt de analyse. Het volgen van een krant heeft plaatsgemaakt voor het volgen van een journalist, een reporter, een mens. Vroeger gebeurde dat ook al wel in beperkte mate, remember Johan Anthierens, maar sinds enkele jaren spelen de media duidelijk veel harder de persoonlijkheden van hun medewerkers uit. Via columns, via blogs, via opiniestukken of via hun optreden in andere media. Een van de voorbeelden bij uitstek van de laatste jaren is Peter Vandermeersch, die als hoofdredacteur hét gezicht van De Standaard werd en daarvoor vorig jaar bekroond werd met de titel van Marketeer van het jaar.
Het stuk uit De Nieuwe Reporter moeten ze trouwens bij Corelio heel goed hebben gelezen. Begin deze week viel dit bericht in de bus: “De sportredactie van Het Nieuwsblad start een live blog op www.nieuwsblad.be/sportredactie. Daar zet ze persoonlijke meningen, controversiële stellingen en andere bedenkingen online. Op die manier wil de redactie het werk en het leven van de journalisten voor de lezer maken in de krant én op de webstek.” Scherpere stukken, meer persoonlijkheid en dus interessanter voor de sportliefhebber, is de redenering achter het project. Voor de journalisten lijkt het alvast een mooie uitlaatklep, maar in hetzelfde bericht blijkt dat ook in 2.0-land voor niets de zon opgaat. “Naast de persoonlijke aanpak van de redactie en de interactie met de gebruiker, is de sportsite van Nieuwsblad.be ook uitermate geschikt voor adverteerders op zoek naar actieve mannen en adverteerders actief in sportsponsoring,” verklaarde Mark Daemen, webvertising manager bij Corelio Connect, in de marge. “Je komt immers tot de kern van de hardcore sportliefhebbers.” Voorlopig telt de site nog geen banners, skyscrapers of andere online formaten. Benieuwd of ook de adverteerder uitkijkt naar die andere meneer.
Gepost door Wouter Temmerman
Een andere meneer
De krant wordt een andere meneer,kopte de Nederlandse website De Nieuwe Reporter nog geen twee weken geleden. Het artikel gaat dieper in op de individualisering van de media in het algemeen en de journalistiek in... lees meer »