Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit. Ik mocht een weekend lang op missie om de wereld te redden. Een dosis goede, duurzame ideeën en een portie fun later kijk ik terug op een wereldverbeterende tweedaagse.
De Antwerp Sustainability Jam maakt deel uit van de Global Sustainability Jam waarbij er een globale kruisbestuiving van goede ideeën rond een gekozen thema plaatsvindt. Fundamentele ideeën waarop verder gebouwd wordt.
Output: een concept, business model, presentatie en een plan om je idee te launchen binnen een tijdspanne van 8 weken. Beschikbare resources: een wereldwijd netwerk van 800 deelnemers aan de Global Sustainability Jam, een triplet connectie met deelnemers in Kansas en Maastricht, inspirerende presentaties van duurzaamheidsexperts uit marketing, vastgoed en communicatie hoek en de goede zorgen van de angels van Kite Consultants.
De context werd geschetst door Kite Consultants. Vier multidisciplinaire teams gingen aan de slag om te brainstormen rond duurzame speeltuinen. Toekomstperspectieven voor sport en spel, de Sint die eco kado’s uitdeelt, openbaar vervoer als urban jungle, ons monetair systeem in spelvorm, kinetische energie opwekken met schommels,… De inspiratie ontstond uit een samenwerking van verschillende disciplines: service designers, product ontwikkelaars, duurzaamheidsexperts, ambtenaren, artiesten, communicatie adviseurs, studenten en beleidsmakers.
De wereld verbeteren is een spel
Ons team vertrok vanuit de filosofische vraag ‘What if you could play with time?’ en eindigde met een concept voor het invullen van idle time. ANY ID? – Take (y)our time is een modulaire en tijdelijke installatie waarin duurzame bedrijven zich kunnen profileren op plaatsen waar er veel wachttijd (bushaltes, stations,…) en dus tijd om interactie te creëren is. Eén van de andere Antwerpse realisaties was Kinetic Carnival / Watts Play : een groots opgezet spel waarbij je een duidelijk beeld krijgt van welk energieniveau je genereert bij actieve bezigheden. Je wordt beloond en je werkt aan een duurzame en gezonde levensstijl.
A sustainable future only works when people want to live in it
Duurzame ideeën moeten ook vermarkt worden. Marketing is de motor van onze consumptiemaatschappij, maar kan ook een middel zijn om als bedrijf het goede voorbeeld te geven en te inspireren. Belangrijk hierbij is dat je bedrijfscultuur en de spreekwoordelijke beeldentaal die je hanteert naar de buitenwereld toe op één duurzame lijn liggen. Je bedrijfsprocessen moeten afgestemd zijn op je duurzame imago en vice versa. Sensing, shaping, showing, supervising, storytelling, spreading: bij elk van deze branding fases houd je de belangrijkste S van allemaal in je achterhoofd: Sustainability.
Enkele tips om jouw duurzame idee vorm te geven:
Kies duurzame partners en leveranciers
Wees transparent
No greenwashing!
Denk op lange termijn
Werk samen aan een goed doel
Duurzaamheid als bedrijfscultuur
De Antwerp Sustainability Jam kwam tot stand met:
Kite Consultants - Antenno - Flanders DC - Stad Antwerpen - Blue Gate - Artesis - Innovatiecentrum - Stuurboord - Conceptboard - 3M
Noteer 24 tot 26 februari 2012 in je agenda voor de Global Service Jam.
Gepost door Veerle Verbakel
Antwerp Sustainability Jam
En het thema is….playground. Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit.... lees meer »
“Pure conditionering”. Zo omschreef consumentenpsycholoog Guido Valkeneers de smurfenactie waarmee Delhaize deze zomer vele kinderharten heeft ingepakt. De redenering van Valkeneers luidt alsvolgt: de retailer gebruikt de kinderen om de ouders te manipuleren. Want wat is conditionering? Gedrag dat beloond wordt, stelt zich opnieuw. Ouders sparen, kinderen worden blij en belonen dat met een glimlach, waardoor de ouders blijven sparen voor nog een nieuw blauw figuurtje. De kans dat de ouders dus net iets meer kopen om over de ‘stempeldrempel’ te raken, is niet ondenkbaar en daar rinkelt de actiekassa van Delhaize.
In essentie is die pure conditionering een proces dat we bij heel wat vormen van marketing kunnen terugvinden. Van de traditionele spaarkaarten in de winkels over de prijs die je kan winnen als je het juiste antwoordt even sms’t tot dat extraatje dat je krijgt als je een vriend als nieuwe abonnee aanbrengt. Belonen werkt en vandaag zien we dat belonen niet steeds meer gelijk hoeft te staan met een fysiek cadeau. In tijden van conversation management en sharing kan het krijgen van extra merkvoordelen (meedoen aan testsessies, als eerste weten wanneer een nieuw product komt, enz.) ook als incentive fungeren.
Niets mis mee, maar de harde bewoordingen van de psycholoog blijven. Enerzijds omdat ze vertrekken vanuit zijn wetenschappelijke analyse en die is nu eenmaal zakelijk, maar anderzijds omdat hier kinderen in het spel zijn. Kinderen worden beïnvloed en zij pakken namens het merk (de retailer in dit geval) de beruchte Verantwoordelijke Voor Aankoop in. Dat is een efficiënte maar dus ook lepe manier van werken. Omdat De Smurfen vandaag een nogal nostalgische waarde hebben, komt Delhaize hier nog net mee weg. Toen De Smurfen nog jonger waren, was de kritiek op dergelijke mechanismen feller. We halen hierboven nog even een illuster fragment van onder het stof: Johan Anthierens wrijft Pierre Kartner aka Vader Abraham aan dat hij onze kinderen met zijn Smurfenlied iets in de maag splitst. Heerlijk om terug te zien. En ook al is onze maatschappij in tijden van Studio 100 heel wat meer gewend geraakt, toch blijft kids marketing een kwestie van heel goed aanvoelen waar de grens ligt. En dat kan Delhaize duidelijk als geen ander.
Gepost door Wouter Temmerman
Een blije kinderhand geeft een gelukkige moederziel
“Pure conditionering”. Zo omschreef consumentenpsycholoog Guido Valkeneers de smurfenactie waarmee Delhaize deze zomer vele kinderharten heeft ingepakt. De redenering van Valkeneers luidt alsvolgt: de retailer gebruikt de kinderen om de ouders te manipuleren. Want wat... lees meer »
De commissie media van het Vlaams Parlement is de voorbije weken al enkele malen het toneel geweest van opmerkelijke gesprekken. Eerst was er Wouter Vandenhaute die er op geheel eigen wijze zijn relatie met de openbare omroep verder kwam afbranden. Daarna was er de UBA (Unie van Belgische Adverteerders) die zowaar kwam pleiten voor reclame op de VRT. Heiligschennis! De redenering van de adverteerders: de VRT is vandaag dermate sterk waardoor we onze doelgroepen onvoldoende kunnen bereiken met de tv-reclame op de commerciële zenders. Dat klinkt een tik provocerend, maar ik leerde deze week dat het ook een realiteit is. Tijdens een interview voor Media Marketing gaf de reclameverantwoordelijke van BinckBank (u weet wel, van de radiospots tegen ‘de grootbanken’) mij te kennen dat ze voor radio kiezen omdat ze op tv hun kerndoelgroep niet kunnen bereiken. Die zit immers op Canvas en daar is geen reclame mogelijk.
Eigenlijk zegt de UBA: ofwel een grote sterke VRT met reclame, ofwel een kleine zonder. Maar in elk geval geen grote zonder reclame. Bij de VMMa vonden ze dat niet echt leuk, maar eigenlijk gaan zowel VMMa als UBA uit van hetzelfde doel: de VRT verkleinen om meer reclamecenten in de private markt te kunnen binnenhalen/uitgeven. Zelf heb ik altijd geloofd dat ook een sterke VRT zonder reclame een haalbare kaart is, zelfs als dat de reclamemarkt niet ten goede komt. Een voorwaarde voor zo’n VRT is echter de uitbouw van de banden met zijn voorkeurspartners op de privé-markt. Lees: productiehuis Woestijnvis en bij uitbreiding uitgevers als Corelio en/of Sanoma. Het lijkt er echter sterk op dat met name de tandem Woestijnvis/Corelio andere plannen heeft via een directe overname van SBS of een indirecte samenwerking met de winnaar van het biedproces. Als het geld van RTL Group het haalt, is het niet ondenkbaar dat de Luxemburgers op zoek gaan naar lokale knowhow om die te vinden bij Woestijnvis. Ondanks wat de VRT beweert, zal een VRT zonder Woestijnvis een veel zwakkere VRT zijn. Eentje waar volgens de adverteerders geen reclame meer hoeft, maar een waar ook minder kijkers zullen vertoeven. Of die elders hun gading zullen vinden, zal afhangen van hoe het SBS-verhaal afloopt. Hetzelfde geldt bijgevolg ook voor de adverteerders. Koppel dat aan de UBA-uitspraak en dan kunnen we onze vertaling van adverteerders-statement nog een stuk vrijer maken: wij willen met onze centen rond de Woestijnvis-kijkcijferkanonnen (op VT4 of op VRT, maakt niet uit). Daarom wordt dit voorjaar en de verkoop van SBS een scharniermoment voor zowel de openbare omroep als voor de reclamemarkt.
Gepost door Wouter Temmerman
Adverteerders willen Woestijnvis
De commissie media van het Vlaams Parlement is de voorbije weken al enkele malen het toneel geweest van opmerkelijke gesprekken. Eerst was er Wouter Vandenhaute die er op geheel eigen wijze zijn relatie met de... lees meer »
Sinds de Neveneffecten hun fake onderzoeksbureau Data Driven op het journaille hebben losgelaten, is in mijn mailbox het aantal persberichten “met opmerkelijke onderzoeksresultaten” opvallend gedaald. Waarvoor dank en het kan geen toeval zijn dat die vaststelling vooral opgaat voor de algemene en ook triviale onderzoeken. Als het gaat om media en communicatie-onderzoek heeft het probleem van duistere onderzoeksbureaus zich volgens mij de laatste jaren minder gesteld dan in de algemene nieuwsberichtgeving. De reden is dat de marktonderzoeksbureaus goed ingebed zijn in de marketingwereld. Als onder een onderzoek namen staan als TNS Media, GfK, Nielsen of Synovate dan weet iedereen dat die bureaus voor kwaliteit en betrouwbare methodes staan. Duikt een bureau op dat bijvoorbeeld geen lid is van de vakfederatie Febelmar dan wordt je als journalist haast automatisch geprikkeld om eens te kijken wie die gasten dan wel zijn. Alleen al die check kwam er bij veel Data Driven-berichten nooit.
Wel een staal van absoluut geloofwaardig en waardevol onderzoek wordt toegelicht in de MM News van 19/01. Significant GfK, GfK Panel Services, Keystone Network en Keysteps Consulting werkten samen aan de ‘Basket Life’-studie in opdracht van SBS Belgium (VT4 en Vijftv). Doel: inzicht geven in hoe Vlaamse consumenten en VVA’s hun merkenportefeuille doorheen hun leven opbouwen. De parameters die merkkeuze beïnvloeden variëren volgens levensfase, da’s geen verrassing. Het kwantitatieve gedeelte van het onderzoek legde vrij duidelijk bloot dat consumenten in de jongere levensfases meer openstaan voor nieuwe merken en producten. Bij medioren en senioren is die portefeuille al meer geconsolideerd. Nog steeds geen grote verrassing, maar wel boeiend is te zien dat dit onderzoek de vaststelling ook kan doorvertalen naar bestedingen. Zo blijkt dat een gezin gemiddeld 3.764 euro per jaar aan merken spendeert, terwijl dat bij een gezin met tieners oploopt tot net boven 5.000 euro.
Het onderzoek heeft waarde omdat het een belangrijke maatschappelijke trend voor adverteerders in kader zet. Al sinds de eeuwwisseling wijzen notoire trendwatchers als Herman Konings op de gevolgen van de vergrijzing. De babyboomgeneratie staat te boek als de rijkste uit de geschiedenis en die generatie gaat op dit moment met pensioen. Niet om te gaan haken bij de haard in het huis van zoon- of dochterlief, maar met de wens en bedoeling om te blijven consumeren. Toch weerklonk de kritiek dat senioren niet bovenaan in de schuif van marketingplanners lagen, ondanks hun groeiend belang. Dit onderzoek maakt tenminste al een beetje duidelijk waarom. Die babyboomers hebben hun keuzes op een rijtje. Budgetten voor fidelisering hebben zin, maar acquisitie moet ofwel heel goed (en dus heel duur) ofwel niet zijn. Daarom blijven adverteerders, als hun merk daarvoor geschikt is uiteraard, inzetten op jongeren. Die zijn overtuigbaar en bieden meer perspectief op lange termijn. Of hoe een oplossing die enigszins vanuit gemakzucht gevoed wordt toch ook in een langetermijnstrategie kan passen. En dat dan nog met dank aan gefundeerd datagedreven onderzoek.
Wouter Temmerman
Data driven denken in marketing
Sinds de Neveneffecten hun fake onderzoeksbureau Data Driven op het journaille hebben losgelaten, is in mijn mailbox het aantal persberichten “met opmerkelijke onderzoeksresultaten” opvallend gedaald. Waarvoor dank en het kan geen toeval zijn dat die... lees meer »
Volgens merkartikelenfabrikant Procter & Gamble is het winkelpunt ‘the first moment of truth’. Dé plek waar merken hun marketing moeten waarmaken, waar blijkt of een campagne de consument heeft kunnen bekoren. Of niet. In de wereld van P&G en van vele andere adverteerders is het zeer vaak de campagne die helpt bouwen aan het merkimago, maar het kan ook anders.
Sommige merken slagen erin om zonder een grote aanwezigheid in de klassieke distributie en zonder grootscheepse campagnes toch een duidelijke merkidentiteit op te bouwen. Zo’n voorbeeld uit de voedingsindustrie is de melkproducent Inex. Door velen gekend, maar qua brand power niet vergelijkbaar met pakweg Campina of Danone. Kijken we naar de productie, dan valt op dat Inex jaarlijks zo’n 300 miljoen liter melk verwerkt. Ter vergelijking: voor Danone Belgium is dat 150 miljoen liter. Om de vergelijking recht te maken: meer dan de helft van het omgezette volume exporteert Inex naar het buitenland, de rest is bestemd voor de Belgische markt. Een grote hap uit die Belgische markt gaat naar de scholen (plus horeca en andere collectiviteiten) en dat is slim. Al enkele decennia groeien generaties via school op met melk of yoghurt van Inex. Later, als volwassene, schakelen velen over naar andere zuivelmerken, onder impuls van het gevarieerde aanbod in de grootdistributie, maar op een bepaald moment keren ze terug. Dat is het moment waarop hun eigen kinderen naar school gaan en gelijklopend mee de aankoop in de supermarkt beginnen te sturen. Zelfs al heeft Inex daar nog geen meter schapruimte in bepaalde delen van het zuivelrayon, reken maar dat het kind zijn yoghurt van school zal herkennen en aanbevelen. Het foodservice kanaal in het algemeen en de scholen in het bijzonder zijn meer dan een stevige inkomstenbasis voor zuivel- en andere merken. Vele grote merken willen er maar wat graag voet aan de grond krijgen en je kan hen geen ongelijk geven. Tv-reclame naar kinderen mag dan wel versoepeld zijn, scholen zijn een gedroomde omgeving om op natuurlijke wijzen een jonge doelgroep van je product te overtuigen. Foodservice heeft marketingwaarde, zoveel is duidelijk. Voor merken als Inex rest nog een puzzelstuk annex uitdaging: die jonge doelgroep ook na hun (lagere) schooltijd vasthouden.
Wouter Temmerman
"Kijk mama, de yoghurt van de school"
Volgens merkartikelenfabrikant Procter Gamble is het winkelpunt ‘the first moment of truth’. Dé plek waar merken hun marketing moeten waarmaken, waar blijkt of een campagne de consument heeft kunnen bekoren. Of niet. In de wereld... lees meer »
Ik beken: ik kijk vtm. Nu hoor ik u denken dat zulks nogal wiedes is als je beroepshalve volgt wat reilt en zeilt in media- en communicatieland, maar dat bedoel ik niet. Het zit zo: ik ben geboren in de late seventies en was dus net tien jaar jong toen Vlaanderen een commercieel tv-station mocht verwelkomen. Zij die erbij waren zullen het bevestigen: dat was nogal wat, zeker voor de gemiddelde tienjarige. We kregen plots reclame, Missen België als omroepster, Tien om te zien en een journaal dat niet om 19u30 maar om 19u begon. De Vlaamse Televisie Maatschappij kleurde onze dag, maar dat bleef niet duren. Na hoogtes kende de zender in de jaren ’90 ook laagtes, op formats kwam slijt en bovendien had de tiener uit de jaren ’90 andere dingen aan zijn hoofd. Dingen die in het geval van uw dienaar meer neigden naar Smells like teen spirit in de vroege jaren ’90, Afrekeningfuiven in het midden van de jaren ’90 en serieuze dingen gaan studeren in de late jaren ’90. Dat gedrag stond om het met een eufemisme te zeggen nogal haaks op die grote commerciële zender die stilaan een veel ouder imago had gekregen. Logisch dus dat VTM (toen was het nog met hoofdletter) kijken niet bepaald hoog op het to do-lijstje stond. De enige beelden die ons vanuit Vilvoorde bereikten, waren de niet zo fraaie flops die in Alles Kan Beter vakkundig (en ook wel terecht) door de mangel werden gehaald.
Maar in de jaren ’00 (hoe gaan we die trouwens noemen?) veranderde een en ander. De zender snapte dat het jonger en dynamischer moest en belastte na enkele minder gelukte pogingen Jan Segers en Laurens Verbeke met die opdracht. De eerste tastbare vruchten heetten Sara en Mijn Restaurant. Ondanks het feit dat ik met mijn 30+ levensjaren intussen zelf in het vizier van die programma’s was gekomen, konden ze me niet bijster boeien. Ik bekeek ze wel, puur professioneel, maar de reflex ‘zal ik vanavond eens Sara kijken’ bleef mij vreemd. Vandaag is er voor het eerst in twee decennia een programma op vtm waar ik wel opnieuw met volle goesting naar kijk en dat is ‘De Beste Hobbykok van Vlaanderen’. Ondanks Peter Goossens, ondanks de langdradigheid van de competitie en ondanks de niet te miskennen typecasting van de kandidaten. Ondanks dat alles kijk ik met plezier en met elke week meer plezier. Met de week gaat dit programma beter lijken op het verrukkelijke BBC-programma Masterchef. De uitlachtelevisie is verdwenen, het kookniveau gestegen en de competitie scherper. Enkel de Britishness ontbreekt, maar dat wordt dan weer ruim gecompenseerd door de continentale keuken die iets meer dan in Masterchef een plek krijgt. Productiehuis Kanakna heeft het concept ondanks de ondanksen van hierboven puik vertaald. Een zwaluw maakt van mij nog geen doorwinterde vtm-fan, maar het gaat in elk geval zeer duidelijk de goede kant op.
Gepost door Wouter TemmermanBekentenis
Ik beken: ik kijk vtm. Nu hoor ik u denken dat zulks nogal wiedes is als je beroepshalve volgt wat reilt en zeilt in media- en communicatieland, maar dat bedoel ik niet. Het zit zo:... lees meer »
De allereerste redactievloer waarop ik ooit aan de slag ging was die van Radio 2. Als bijna-afgestudeerde liep ik een drietal weken stage op de nieuwsredactie van de Oost-Vlaamse tak van de zender. Dat betekende korte nieuwsberichten schrijven voor de regionale radiojournaals ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds. Op dat moment had ik al in de smiezen dat printmedia me iets meer lagen dan audiovisuele media, maar toch was het boeiend om zien hoe vaak complexe informatie naadloos werd afgestemd op de doelgroep van de zender. “Dit moet begrijpbaar zijn voor de bakker en de slager om de hoek”, prentte een van de journalisten me in terwijl hij me een provinciaal besluit over een milieuvergunning in de handen draaide. Na mijn stage verloor ik Radio 2 wat uit het oog; net afgestudeerden zijn niet bepaald de kerndoelgroep van de zender.
Als marketingjournalist bleef ik me echter wel verbazen over de sterke bereikcijfers die de zender CIM-golf na CIM-golf etaleert. In de laatste Golf (nummer 18 is dat) scoorde Radio 2 een marktaandeel van 32,1% en kaapt zo dus bijna een derde van de Nederlandstalige radiomarkt weg. Een derde! Omgerekend staat dat voor 1,3 miljoen luisteraars. Omdat ik de voorbije weken een huis verbouwde met iemand die wel in de kerndoelgroep van de zender zit, leerde ik hoe Radio 2 dat voor mekaar krijgt: regiogevoel en community building. De regionale ontkoppeling zorgt voor heel wat proximity, de zender staat dicht bij zijn publiek. Vandaar uit bouwt het een echt community-gevoel op, de slogan ‘de grootste familie van Vlaanderen’ zegt dat helemaal. Ook de muziekkeuze gaat breder dan je verwachten zou. Van Jasper Erkens (eerder StuBru) over John Hiatt (eerder Radio 1) en Mozart (Klara) tot de pure hits (MNM) en schlagers. En die lijn kunnen we vlot doortrekken naar het staal adverteerders dat elk blok bevolkt. Echte jongerenmerken blijven misschien wat achter, maar spots voor een businesspubliek ontbreken bijvoorbeeld niet. De machtspositie van Radio 2 in het radiolandschap blijft dus nog wel even. In Vlaanderen is er op de radio immers geen enkel ander breedpublieksalternatief. Noch voor de luisteraars, noch voor de adverteerders.
Gepost door Wouter Temmerman
Waarom Radio 2 dominant zal blijven
De allereerste redactievloer waarop ik ooit aan de slag ging was die van Radio 2. Als bijna-afgestudeerde liep ik een drietal weken stage op de nieuwsredactie van de Oost-Vlaamse tak van de zender. Dat betekende... lees meer »
Na wat we zonder veel overdrijven een olifantendracht mogen noemen, heeft de VMMa met de nodige trots zijn kinderzender vtmKzoe voorgesteld. Aan de Medialaan broedt men al langer op zo’n strategisch interessante zender voor de kids, maar tot twee keer toe ging een project niet door. Een keer sloeg het de handen in elkaar met The Walt Disney Company (voor wat Jetix had moeten worden) en ook de samenwerking met MTV Networks (voor Nick Jr.) bleek niet het gewenste lanceerplatform. Die laatste partner mag zich intussen bezinnen over de rol en positionering van de eigen kinderzender, Nickelodeon. vtmKzoe, dat voor alle duidelijkheid te zien zal zijn via de analoge kabel (al is er ook een digitale vtmKzoe+), zal immers een aantal programma’s van vtm overnemen (denk maar aan Kabouter Plop). Daarnaast ging vtm in zee met Studio 100 waardoor mettertijd ook kleppers als Maya de Bij en Pippi Langkous hun weg naar vtmKzoe zullen vinden. De VMMa kiest dus niet onverwacht voor lokaal gemaakte content en Ketnet bewees al eerder dat daarmee een meer dan behoorlijk kinderpubliek te bereiken valt. Of Nickelodeon, met zijn klemtoon op buitenlandse kinderreeksen, zich tussen die twee lokale spelers zal kunnen handhaven, is nog maar zeer de vraag. Eens de zomer het land uit is, zullen velen reikhalzend uitkijken naar hoe Gabriel Fehervari met Exqi Plus de grootheden één en vtm aanvalt, maar in het jonge segment zal zich wellicht een net zo boeiend schouwspel afspelen.
Gepost door Wouter Temmerman
Wie van de drie?
Na wat we zonder veel overdrijven een olifantendracht mogen noemen, heeft de VMMa met de nodige trots zijn kinderzender vtmKzoe voorgesteld. Aan de Medialaan broedt men al langer op zo’n strategisch interessante zender voor de... lees meer »
Sinds deze week loopt om VTM de Vlaamse fictieserie ‘180’. De reeks was eerder al te zien op de regionale zenders, maar wist de programmadirectie aan de Medialaan te charmeren en belandde als zomeraankoop in de zendschema’s. Vijf uitzendingen lang kan de kijker het wedervaren volgen van Gina (Hilde Heynen), een werkloze moeder die tracht een nieuwe draai (van 180°…) aan haar leven te geven. Klinkt cliché, maar de uitwerking en de productie door het reclamebureau Dubois Meets Fugger zijn verfrissend. Zelf ben ik hoegenaamd geen fan van fictie met een stevig soapgehalte, maar het eerste uur - dat DMF eind vorig jaar via een promo-DVD verspreidde - ging wel heel vlotjes naar binnen. Reclamebureau? Promo-DVD? Jawel. ‘180’ is geen traditionele fictie (en alleen daarom is het al een prestatie dat een zender als VTM het aankocht). De serie kwam er op initiatief van Het Europees Sociaal Fonds, een structuurfonds dat werkt aan het versterken van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid. Voor dit project vroeg het fonds Dubois Meets Fugger om niet alleen de doelgroep rechtstreeks aan te spreken maar hen ook meteen op weg te helpen of door te verwijzen naar goede maar onbekende werkgelegenheidsinitiatieven. Complexe materie toegankelijk maken dus en dan is het bewonderswaardig dat de keuze viel op regionale televisie als ‘advertentiemedium’. De serie oogt ook zeer down-to-earth, wat het opentrekt naar een breed publiek. Enkel in het eerste kwartier valt op dat de serie wil sensibiliseren, daarna haalt het verhaal de bovenhand. De elf regionale zenders stemden voor het eerst hun uitzendschema op elkaar af en zonden eenmaal per week op hetzelfde moment de serie uit. De keuze voor regionale tv om de mini-soap te lanceren, zorgde voor enige commotie en de nodige media coverage volgde vorig jaar snel. Trailers, teasers, radiospotjes, advertenties in kranten en magazines, affichage en online deden de rest van het werk en alles samen leverde het de mini-soap een gemiddeld bereik op van 400.000 unieke kijkers per week. Elke aflevering eindigde met de tag-on die de kijker “die ook zijn leven een draai van 180 graden wil geven” informeert over het gratis boek dat te verkrijgen is bij de gemeente of het opleidingscentrum in de buurt. Op deze manier werden 100.000 boeken verspreid. Het blijft even afwachten welke kijkcijfers de serie op VTM zal voorleggen, maar de uitkomst van de eerste golf toont nu al hoe goed buiten de lijntjes denken over reclame en storytelling kan werken.
Gepost door Wouter Temmerman
180
Sinds deze week loopt om VTM de Vlaamse fictieserie ‘180’. De reeks was eerder al te zien op de regionale zenders, maar wist de programmadirectie aan de Medialaan te charmeren en belandde als zomeraankoop in... lees meer »
De zomerfestivals staan voor de deur en zoals steeds fungeren ze als creatieve roetsjbaan voor de vele adverteerders die er net als de geprogrammeerde groepen het jonge publiek willen bekoren. Van de voorbije zomers onthouden we geslaagde acties als de De Zak van Het Nieuwsblad en de zitvlaai van Studio Brussel. Wat zou dat geven in tijden van crisis? Wel, die is blijkbaar vooral voelbaar als het gaat om sponsoring. KBC stopte als hoofdsponsor van het Cactus Festival en de Gentse Feesten verloren belangrijke geldschieters als Media Markt en Base. Maar de acties die blijven duidelijk overeind. We zetten er drie op een rijtje.
De meest opvallende tot op heden is Het Nieuwsblad, dat uitpakt met de Tettentent. Zeer grappige radiospots en een 'gewoon' grappig filmpje. De tent zelf is echter een item waarvan ik me kan voorstellen dat menig festivalganger er een exemplaar wil van bemachtigen. Sterk idee, sterke uitvoering, alleen is het niet duidelijk of het goed zit met de merkwaarden. Zoals Brecht Decaestecker terecht opmerkt: wat hebben tetten in festivalsnaam met deze Corelio-krant te maken? Met een mannenblad akkoord, maar met een breedpubliekskrant?
Dan was KBC een pak voorzichter toen het besloot om gepersifleerd de sexy toer op te gaan. ‘Red je festivalbudget’, met onder andere een site en een filmpje, appelleert aan een duidelijk inzicht en gaat met een parodie op Baywatch en konsoorten de vraag uit de weg wat dit alles met een bank te maken heeft. Hoe KBC het op het terrein zal aanpakken, is me niet duidelijk, maar ik kan me voorstellen dat de vraag naar extra festivalbudget na pakweg drie van de vier dagen Werchter wel eens hoger zou kunnen liggen dan op dit moment.
Last but not least is er Carrefour dat net als vorig jaar present tekent met een Express-Festivalshop. Dat is een minisupermarkt op of aan de festivalcamping met een ruim assortiment producten op maat van de festivalbezoeker. Op het lijstje zie ik alvast tenten en slaapzakken, oordopjes, droge sokken, deodorant, tandpasta, zonnecrème en ook voedingsproducten. Misschien niet de meest spraakmakende van alle festivalacties, maar wel eentje die vast en zeker het merkimago positief weet te beïnvloeden. Zo’n tettentent zal een kampeerder zeker leuk vinden, maar hij zal Carrefour eeuwig dankbaar voor die droge sokken, zelfs al zijn ze betaald met het krediet van KBC.
Gepost door Wouter Temmerman
Tettententen en festivalshops
De zomerfestivals staan voor de deur en zoals steeds fungeren ze als creatieve roetsjbaan voor de vele adverteerdersdie er net als de geprogrammeerde groepen het jonge publiek willen bekoren. Van de voorbije zomers onthouden we... lees meer »