Rebel to excel...
Afgelopen donderdag was het weer zover, het Vlerick alumni marketing colloquium. “Rebel to excel, in search of excellence” was het thema voor de 25ste editie. De dag bestond uit een goedgevuld programma met bekende en minder bekende sprekers en ontgonnen marketing talent. Het thema van dit jaar was duidelijk een uitdaging, zowel voor de keynote speakers als voor de organisatie. Mensen en/of bedrijven vinden die rebelleren en hierdoor een positieve uitkomst verkrijgen, blijkt geen eenvoudige opdracht. De ene spreker slaagde er al meer in dan de andere.
De dag begon met een interessante en eerder onverwachte hoek, Ryan Mathews een filosoof, futurist en auteur van o.a. “The myth of excellence”. Deze man gaf ons een bijzondere kijk op de samenleving in het algemeen maar ook op de huidige manier van werken, hoe mensen onderling met elkaar omgaan en hoe marketeers hier iets uit kunnen leren.
Het colloquium verwelkomde ook een Vlerick alumna, Hilde Cambier, de Corporate vice president Innovation & foresight van Beiersdorf. Hilde sprak over het product dat over heel de wereld bekend en herkenbaar is geworden door zijn blauw witte kleur en cirkelvorm, nl. het mentale potje van Nivea. Ze besprak hoe wendbaar en flexibel een sterk en herkenbaar product kan zijn of net niet. Hoe Nivea probeert te innoveren en tegelijkertijd de oude waarden en tradities blijft behouden. Het onderwerp was veelbelovend maar in de praktijk was de presentatie en de argumentatie teleurstellend. Ik geloof wel degelijk dat er veel meer in dat blauw witte potje zit dan enkel een cirkelvormig logo.
“In god we trust, all others bring data” was de boodschap die de CEO van het Nederlandse detailhandelsbedrijf Macintosh ons kwam brengen. Volgens Frank De Moor is het pompen of verzuipen in Retail land en nu, meer dan ooit is data king. Net zoals het merendeel van de andere speakers pleit Dhr. De Moor voor een conservatieve aanpak. Het is crisis, en in de FMCG en retail wereld kiezen ze eieren voor hun geld.
Robert Senior zorgde voor een nieuwe wind doorheen het congres. Tijdens zijn betoog kwam eindelijk een beetje van het “rebel to excel” thema naar boven. Hij vertelde ons over hoe de huidige VUCA wereld: Volantile, Uncertain, Complex en Ambiguius bij hem staat voor Vibrant, Unreal, Crazy en Astounding. Hoe alles begint met een idee en hoe ideeën het valuta van de toekomst gaan worden.
“Save the best for last” zegt men vaak wel eens, dit was zeker ook het geval op het 25e colloquium. Naar mijn mening was Gunter Pauli de beste spreken en kwam hij met het meest “rebelse” verhaal. Pauli vertelde ons over de blauwe economie en hoe deze onze gehele visie en manier van leven gaat veranderen. Naast ontzettend veel werkgelegenheid is de blauwe economie ook nog eens goed voor het milieu en, zo blijkt zeer winstgevend. Blauw is hét nieuwe groen en zijn boek, dat tevens dezelfde tittel draagt, staat bovenaan mijn to do lijstje met dikke viltstof geschreven.
“When I look around I see a lot of young women and old men, that’s how I know I’m at a marketing seminar.”
Zo opende een van de sprekers zijn relaas. Hoewel het zeker en vast als ludieke opener was bedoeld zat er spijtig genoeg wel veel waarheid in. Is marketing nu echt een beroep geworden voor oude mannen en jonge dames? Deze marketeer denkt zeker en vast van niet!
De nieuwe generatie marketeers moeten tonen dat Social Media meer is dan een leuke gadget en dat het niet meer voldoende is om gewoon “aanwezig” te zijn. Dat customer service veel meer is dan een call center. Zo niet, zal het de consument zijn die ons hierop gaat afstraffen. “The time is now”, het is nu dat we het verschil moeten maken. De gedachte van het congres was “spot on”, de uitvoering, had - naar mijn bescheiden menig- echter wat meer “Rebel” en minder “Excel” mogen zijn.
Zullen de oude titanen kunnen blijven standhouden of gaan ze verdwijnen en plaatsmaken voor een nieuwe generatie bedrijven, geleidt door de marketeers van morgen? “Rebel, if you want to excell!” is nu, meer dan ooit, de boodschap.
Antenno op het Marketing Colloquium
Rebel to excel... Afgelopen donderdag was het weer zover, het Vlerick alumni marketing colloquium. “Rebel to excel, in search of excellence” was het thema voor de 25steeditie. De dag bestond uit een goedgevuld programma met... lees meer »
Vlaams minister van Innovatie Ingrid Lieten vindt dat te weinig KMO’s het belang inzien van innovatie. Ze pleit voor meer begeleiding en opleiding om de subsidies voor innovatie te laten renderen. Mooi, maar daar schuilt niet de echte remedie, zeggen ondernemers. De oplossing schuilt volgens hen niet in de institutionalisering van innovatie, maar in het creëren van een cultuur van zuurstof en vertrouwen geven.
De Vlaamse overheid subsidieert bedrijven die willen innoveren, maar volgens de bekendgemaakte cijfers gaan vooral multinationals met die subsidies aan de haal. KMO’s vragen ze te weinig aan en daarvoor ziet minister van Innovatie Ingrid Lieten enkele redenen. De KMO’s hebben ten eerste minder middelen om zich door het aanvraagtraject te worstelen. Daar valt iets voor te zeggen, want niet elke ondernemer kan zich een consultant in subsidies permitteren. Daarnaast wijst Lieten op een gebrekkig bewustzijn. “KMO’s zien te weinig het belang van innovatie in”, klinkt het. Dat is kort door de bocht. Vinden ondernemers innovatie minder belangrijk omdat ze zich niet beroepen op de subsidies van vadertje Staat? De waarheid is anders. Kleine ondernemingen moeten van nature opboksen tegen grote multinationale krachten. Innoveren, zichzelf heruitvinden en aanpassen zitten daarom ingebakken in het DNA van KMO’s. Een moeilijk economisch klimaat maakt de nood naar innovatie alleen maar groter. Uit de vele gesprekken die we hebben met andere ondernemers leren wij dat innovatie een prioriteit is. Ondernemers zitten echter niet te wachten op de subsidiëring van innovatie. Ze zijn zich zeer bewust van de kracht van innovatie, maar om die te realiseren zijn ze niet op zoek naar opleidingen of begeleiding waarmee de overheid haar eigen subsidieregeling toegankelijker wil maken.
Innovatie is niet maakbaar en al evenmin institutionaliseerbaar. Het is een cultuur- en mensgedreven fenomeen. Tot spijt van wie het anders wenst, kan je innovatie niet betonneren. Ondernemers die willen innoveren, zoeken in de eerste plaats vertrouwen. Wat de ondernemers met innovatiedrang vooral wensen, is een cultuur waarbinnen innovatie beter kan gedijen. Een cultuur die ondernemers meer naar waarde schat, zorgt voor een aantrekkelijke economische innovatiecontext. Wie subsidieert, denk maar aan de subsidies voor zonnepanelen, loopt het risico om een dynamiek te ontwikkelen op losse economische grond. Net daarom geloven ondernemers veel meer in een andere piste: die van een innovatiebeleid dat zich ontwikkelt via kleine dynamische organisaties. Die hoef je als overheid niet zelf op poten te zetten. Het is hooguit de rol van de overheid om mensen samen te brengen en faciliterend op te treden. Dat is de beste weg om het huidige budget voor innovatiesubsidie beter te laten doorstromen naar kleine ondernemingen. Al moet ook het debat ten gronde over de structurele heroriëntering van subsidies naar een verlaging van de vennootschapsbelasting een kans krijgen.
Met de heroriëntering van deze vele miljoenen moet het mogelijk zijn om een dynamiek te ontwikkelen die ondernemers echt zin geeft om te innoveren. Weg van de vaak negatieve beeldvorming die vandaag over ondernemers bestaat. De demonisering bij fiscale controles en de moeite om het ongenoegen daarover op de agenda te zetten, remmen de innovatiedrang bijvoorbeeld af. Veel KMO’s kijken net en vooral daarom de kat uit de boom. Dat moeten we omdraaien. Niet met een bijgeschaafd subsidieprogramma maar met gericht bouwen aan een innovatiecultuur.
Gepost door Stefan Coucheir & Mariska Brosens
Innovatie is niet maakbaar
Vlaams minister van Innovatie Ingrid Lieten vindt dat te weinig KMO’s het belang inzien van innovatie. Ze pleit voor meer begeleiding en opleiding om de subsidies voor innovatie te laten renderen. Mooi, maar daar schuilt... lees meer »
The sky is the limit..
..maar niet voor Richard Branson. Onder het motto screw it, let’s do it werd hij gisteren door Flanders DC en Antwerp Diamond Center met veel allure voorgesteld aan een 1.200 aanwezigen in de Stadsschouwburg in Antwerpen. Tijdens de intro kregen we een flashy presentatie voorgeschoteld waarin op het einde meer dan 200 logo’s verschenen van zijn bedrijven.
Zoals vele mooie verhalen, begon het allemaal met een vrouw. Een reisje naar de British Virgin Islands, alwaar zijn geliefde op hem zat te wachten, werd vertraagd door een vlucht uit Puerto Rico die niet kon doorgaan. Hij charterde zijn eerste vlucht door met een plakkaat ‘Virgin Airlines’ rond te lopen door de luchthaven en mensen te verzamelen om een vlucht te delen. De luchtdoop van Virgin Airlines was een succes. Gedreven door avontuur verkent hij vandaag verschillende terreinen van gezondheidszorg tot entertainment en ruimtevaart. Hij vertrekt steeds vanuit een onbehagen dat hij voelt bij een bepaalde dienst of product. Dat zet hij om in een persoonlijke uitdaging om het beter te maken. Persoonlijk vond ik zijn zin voor avontuur een eerder magere basis voor ondernemerschap.
Het is duidelijk, en dat geeft hij ook toe, dat zijn visie wordt ingevuld en waargemaakt door een team van erg competente mensen. Werknemers met betere skills dan jezelf aannemen is zijn motto. Feesten en van het (werk-)leven genieten maakt dat je werknemers ook gemotiveerd blijven. Bransons skills liggen vooral op het vlak van people management. Een levensgenietende luisteraar. Hij neemt het woord ‘beautiful’ zoveel mogelijk in de mond en omringt zich graag met schoonheid. Zijn sterkte ligt in zijn voorkomen als “boy next door”, maar dan 1 die op een goudmijn aan goede ideeën en opportuniteiten woont. Hij verdedigt zijn kapitalisme door in te zetten op sociale projecten zoals “the elders” van Virgin Unite en hij beklemtoont duurzaamheid door onderzoek naar ecologische brandstof voor Virgin Galactic. Een dubbeltje dat bij Branson naar de goede kant valt.
Tijdens zijn presence passeerden enkele jonge ondernemers de revue. Davy Kestens, een 23 jarige die met zijn bedrijf Twitspark in Silicon Valley is gevestigd, stelde kritische vragen over zijn motivatie voor ondernemerschap. Als college drop-out pleit hij dan ook voor leningen voor jonge start-ups die gelijkgesteld worden met studiebeurzen. Arnoud Raskin (Mobile School en streetwize) maakte indruk op Branson met zijn onderwijsvoorzieningen in ontwikkelingslanden. Hij loste bij Branson dat niet alleen geld, maar ook generositeit een belangrijke motivator vormt voor ondernemerschap.
Op vragen als hoe hij innovatie managed binnen Virgin bleef Branson eerder vaag. Hij had een flight to catch en wij hadden toch een kleine portie knowledge to digest. Mijn sceptische houding tegenover het feit hoe hij vanuit een megalomane positie zijn eerder ethische doelen probeert te verenigen blijft overeind. Zijn sympathieke voorkomen ook.
Veerle Verbakel
The sky is the limit...
The sky is the limit.. ..maar niet voor Richard Branson. Onder het motto screw it, let’s do it werd hij gisteren door Flanders DC en Antwerp Diamond Center met veel allure voorgesteld aan een 1.200... lees meer »
We zijn omvergeblazen door rasechte performers, sprekers en facilitators op het Creativity World Forum (16 en 17 november 2011). Het gebeurt niet elke dag dat je kleppers als Jimmy Wales (Wikipedia), Oliver Stone (regisseur van oa Natural Born Killers), Malcolm Gladwell (het brein achter The Tipping Point) en Garr Reynolds (auteur van The Naked Presenter) op één podium kan aanschouwen. Een niet te missen verslag:
Stefan Coucheir:
Het Creativity World Forum heeft nogmaals bewezen dat het een hoogmis is rond creativiteit. De kracht van het CWF ligt voor mij in de hoeveelheid en complexiteit van indrukken waaraan je wordt blootgesteld, zonder dat iets geponeerd wordt als absolute waarheid. Dat ongrijpbare, dat loslaten, is een reflectiemoment dat heel dicht komt bij de essentie van creativiteit.
Heel concreet zijn er twee sprekers die er voor mij uitsprongen. Het verhaal van Scott Belsky over "Making ideas happen" reikte een verhelderend kader aan over de kern van een creatief proces met al zijn randvoorwaarden. Garr Reynolds zal ons binnen Antenno nog eens fundamenteel doen nadenken over hoe we onze adviezen nog krachtiger kunnen rapporteren en presenteren.
Tijdens dit CWF heb ik trouwens ook twee mooie formuleringen gehoord over het feit dat mijn douchemoment 's ochtends vaak heel inspiratievol is. Belsky noemde het 'a window of non-stimulation'. Oliver Stone sprak over 'alone time'.
Mariska Brosens:
Execution
5 pijlers volgens Scott Belsky die executie in de weg staan: “energy & excitement level vs time of execution”, “the gravitational force of operation”, “a lack of feeling organised”, “lack of accountability”, “disorganised and isolated networks".
Methodes om dit te managen: “create time without stimuli”, “spend time on order and organisation”, “manage projects with a bias to action (by measuring values of meetings in action steps)”, “prioritise projects & progress visually”, “keep the immunse system of the organisation high by doers, but create moments of low immune system for dreamers”.
Nog enkele interessante quotes:
- No entrepreneurship and innovation without failing
- Fail faster: if everything is under control, you are not going fast enough
- Young entrepreneurs who fail are still winners
- We need a flip in our educational system by not punishing failure
- Ask: "So what?" instead of "What?". Ask: "Yes and..." instead of "Yes but..."
- According to scientific research, individuals create better ideas than in group and chaotic people are not more creative
Dimitri De Lauw:
Typisch aan dit soort congressen is dat er zeer goede keynotes (Scott Belsky, Garr Reynolds, Bart Becks,...) zijn maar spijtig genoeg ook enkele verschrikkelijk slechte. Ik was er de tweede dag en had het geluk om wel wat spreektalent te aanschouwen.
Een quote die in mijn favoriete quotes lijstje komt te staan is: “It’s only in still water that we can see our reflection”. Een thema dat door verschillende mensen is aangehaald: ontloop soms de veelheid aan stimuli waar we tegenwoordig mee geconfronteerd worden om eens na te denken wat we juist willen bereiken, om creatieve ideeën vorm te geven, etc. Zoek tijd om te de-connecteren. Ook een dada van Oliver Stone blijkbaar.
Een paar praktische PowerPoint en Keynote tips die we allemaal wel kennen maar toch nog te vaak vergeten toe te passen passeerden de revu. Maak je presentatie eerst op post-its, creëer focuspunten op je slides, steek elementen als ‘change’ en ‘conflict’ in het verhaal dat je wilt brengen, leg uit wat data betekenen en zet ze in een context.
Als bureau dat ondernemerschap hoog in het vaandel draagt , kijken we ook wel uit naar de plannen van Bart Becks met het angel.me project: het uitrollen van het sonic angel business model naar startups.
Hella Rogiers:
Wat doet een Creativity World Forum met een mens? Het zet hem met beide voeten op de grond. Er is geen toverformule om tot creatie en innovatie te komen… (surprise surprise). Creatie en innovatie komen voort uit simpele dingen. En omdat alle goede dingen uit drie bestaan, hier drie lessen van het CWF.
- Creatief en innovatief zijn, is trial and error (and error and error)
- Creatie en innovatie borrelen op als je tijd maakt in je agenda en ruimte in je hoofd
- Creatie en innovatie zijn niet het resultaat van een goddelijke ingeving bij een individu. Het is het resultaat van het oppikken van de kennis en innovatie die rond je gebeurt en die verder in en met je omgeving toetsen en verfijnen.
And I said to myself, what a wonderful world…
Annick Grieten:
De tweets op het CWF liepen over van onze nieuwe creatieve mantra. Het is niet meer ‘ik wil de grootste hebben’ en ‘als ik maar eerst ben’, maar alles staat in het teken van mislukkingen. Wie geen fouten maakt kan er niet uit leren en een beetje knokken maakt je tot wat je bent. Jimmy Wales zorgde als eerste spreker van de dag al voor een ontspannen sfeertje met een opsomming van zijn gefaalde projecten en de andere sprekers surften verder op deze golf. Peter Hinssen nam ons mee op tocht vol nostalgie met als bestemming het ‘AHHA moment’. Maar de opvallendste stem van dag 1 was toch Malcolm Gladwell, die benadrukte waarom we ons niét schuldig moeten voelen als we iemands idee stelen, want niet nummer 1, niet nummer 2, maar nummer 3 zijn is dé sleutel tot succes. Dus, blijven herhalen: falen en ergens anders de mosterd gaan halen!
Scott Dirkx:
Wat een geweldige start donderdag. Net te laat voor de introductie, maar vanaf minuut één geboeid luisteren naar Scott Belsky.
Enkele praktische tips. "Idle time" (ik ga de files nog leren appreciëren) en "Execution week". Enkele nieuwe bookmarks: behance.com, the99percent.com.
Pattie Maes stelde de concepten "shiftables", "bulb-computer", "touch to cloud" voor: interessante uitwerkingen maar niet nieuw voor mij.
Hannah McBain was voor mij persoonlijk minder. Bij BBC zien ze "Idle time" oa als tuinhuis op kantoor ... Hey, ook Antenno heeft er hier ééntje staan!?
Jamie Anderson: enkele fascinerende inzichten in de machine achter Lady Gaga.
Boeiende 7 minute speakers: Mario Fleurinck (addictlab.be) & Bart Becks (angel.me). Crowdsourcing: I'm a believer!
Simon Timmermans:
“The Flip” van Peter Hinssen was voor mij de meest overtuigende presentatie van dag 1 op het CWF.
Volgens hem zitten we op een middelpunt, de laatste jaren is de digitale wereld de nieuwe standaard geworden is en hij definieert meteen enkele regels:
Zero tolerance: digitale technologie mag niet falen. Good enough technology: de meest gebruikte technologie is niet altijd de beste technologie
In “the new normal” verwacht men dat een magazine op een scherm gelezen wordt en dat een film uit de cloud gedownload wordt. Deze omschakeling noemt hij “the flip”.
Het is niet essentieel om te bepalen wanneer the flip juist gebeurt, maar wel om te detecteren wat die omschakeling is in jouw domein. Door te ontdekken wat “the new normal” gaat worden in jouw sector, bereid je je voor op de toekomst.
Meer informatie over Peter Hinssen en zijn boek “The new Normal” vind je op http://www.peterhinssen.com/
Nathalie Swannet:
CWF is ideeën en inspiratie opdoen, leren over ‘denken, durven, maar vooral over doen; kritisch kijken naar je eigen werk, uitproberen, falen en opnieuw beginnen. Maar niet alleen de sprekers zorgden voor nieuwe impulsen, de hele branding van CWF was de moeite om mee te maken. CWF stond in het teken van creativiteit en dit kan je ruiken, voelen en zien. Van de verpakking van het eten ‘can you feed my mind?’ tot het kunstwerk van ‘Peter De Cupere’ ‘scratch and sniff’, een kunstwerk dat naar aardbeiden ruikte als je eraan krabde. CWF was doen, ervaren en ontdekken dat een mooi verhaal pas rond is als de communicatie, vormgeving en branding hand in hand gaan.
Veerle Verbakel:
Copy, paste en tweak. Verder bouwen op goede ideeën stond centraal op CWF. In het digitale tijdperk worden we blootgesteld aan heel veel impulsen. Technologische evoluties zoals de sixth sense van de onderzoeksgroep van Pattie Maes aan MIT, een toestel dat je rond je nek draagt en dat systematisch informatie uit je directe omgeving aanvult door het projecteren van digitale relevante input, versterken de veelheid aan inspiratie die we van dag tot dag ervaren. De kunst is om af en toe afstand te nemen en je idle time door te brengen in totale afzondering van deze impulsen. Op die manier kan je jouw goede ideeën beter vorm geven, dixit Scott Belsky. Maar voor het indrukwekkende spreektalent van Malcolm Gladwell (the tipping point) en Garr Reynolds (the naked presenter) zet ik mijn non-stimulation time graag even stop.
Stefan Tilburgs:
Durven laten falen om te innoveren. Creativiteit is niet genoeg en brainstormen moet kunnen zonder digitale impulsen. Dit zijn voor mij de 3 zaken die ik meeneem:
- Durven falen: Bedrijven moeten meer ruimte inlassen om nieuwe medewerkers af en toe te kunnen laten falen. De oude beloningssystemen zorgen vaak dat mensen geen kansen krijgen om te falen. Hoe beloon je mensen? Via goals of milestones. Als je die bereikt hebt wordt je beloond en als je faalt wordt je gestraft. Dus eigenlijk zeggen bedrijven tegen hun medewerkers “You better innovate, but don’t you dare to innovate (or fail)”. Nieuwe studies tonen aan dat mensen moeten proberen, falen, proberen en opnieuw falen om te kunnen verbeteren. Dit is de enige manier om te kunnen innoveren. (Scott Belsky)
- Creativiteit is niet genoeg: Scott Belsky en Professor Jamie Anderson waren het er allebei over eens dat creativiteit alleen niet genoeg is. Creativiteit x organisatie = impact
- Brainstormen zonder digitale impulsen. Bouw voor jezelf genoeg ruimte in zonder stimulaties. (Scott Belsky)
Beleef hier het Creativity World Forum in beeld.
Bekijk ook onze rekruteringsactie op CWF.
Foto's door Thomas Bonte (1) en Hans Stockmans (2,3 en 4)
Creativity World Forum - Blow your mind
We zijn omvergeblazen door rasechte performers, sprekers en facilitators op het Creativity World Forum (16 en 17 november 2011). Het gebeurt niet elke dag dat je kleppers als Jimmy Wales (Wikipedia), Oliver Stone (regisseur van... lees meer »
Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit. Ik mocht een weekend lang op missie om de wereld te redden. Een dosis goede, duurzame ideeën en een portie fun later kijk ik terug op een wereldverbeterende tweedaagse.
De Antwerp Sustainability Jam maakt deel uit van de Global Sustainability Jam waarbij er een globale kruisbestuiving van goede ideeën rond een gekozen thema plaatsvindt. Fundamentele ideeën waarop verder gebouwd wordt.
Output: een concept, business model, presentatie en een plan om je idee te launchen binnen een tijdspanne van 8 weken. Beschikbare resources: een wereldwijd netwerk van 800 deelnemers aan de Global Sustainability Jam, een triplet connectie met deelnemers in Kansas en Maastricht, inspirerende presentaties van duurzaamheidsexperts uit marketing, vastgoed en communicatie hoek en de goede zorgen van de angels van Kite Consultants.
De context werd geschetst door Kite Consultants. Vier multidisciplinaire teams gingen aan de slag om te brainstormen rond duurzame speeltuinen. Toekomstperspectieven voor sport en spel, de Sint die eco kado’s uitdeelt, openbaar vervoer als urban jungle, ons monetair systeem in spelvorm, kinetische energie opwekken met schommels,… De inspiratie ontstond uit een samenwerking van verschillende disciplines: service designers, product ontwikkelaars, duurzaamheidsexperts, ambtenaren, artiesten, communicatie adviseurs, studenten en beleidsmakers.
De wereld verbeteren is een spel
Ons team vertrok vanuit de filosofische vraag ‘What if you could play with time?’ en eindigde met een concept voor het invullen van idle time. ANY ID? – Take (y)our time is een modulaire en tijdelijke installatie waarin duurzame bedrijven zich kunnen profileren op plaatsen waar er veel wachttijd (bushaltes, stations,…) en dus tijd om interactie te creëren is. Eén van de andere Antwerpse realisaties was Kinetic Carnival / Watts Play : een groots opgezet spel waarbij je een duidelijk beeld krijgt van welk energieniveau je genereert bij actieve bezigheden. Je wordt beloond en je werkt aan een duurzame en gezonde levensstijl.
A sustainable future only works when people want to live in it
Duurzame ideeën moeten ook vermarkt worden. Marketing is de motor van onze consumptiemaatschappij, maar kan ook een middel zijn om als bedrijf het goede voorbeeld te geven en te inspireren. Belangrijk hierbij is dat je bedrijfscultuur en de spreekwoordelijke beeldentaal die je hanteert naar de buitenwereld toe op één duurzame lijn liggen. Je bedrijfsprocessen moeten afgestemd zijn op je duurzame imago en vice versa. Sensing, shaping, showing, supervising, storytelling, spreading: bij elk van deze branding fases houd je de belangrijkste S van allemaal in je achterhoofd: Sustainability.
Enkele tips om jouw duurzame idee vorm te geven:
Kies duurzame partners en leveranciers
Wees transparent
No greenwashing!
Denk op lange termijn
Werk samen aan een goed doel
Duurzaamheid als bedrijfscultuur
De Antwerp Sustainability Jam kwam tot stand met:
Kite Consultants - Antenno - Flanders DC - Stad Antwerpen - Blue Gate - Artesis - Innovatiecentrum - Stuurboord - Conceptboard - 3M
Noteer 24 tot 26 februari 2012 in je agenda voor de Global Service Jam.
Gepost door Veerle Verbakel
Antwerp Sustainability Jam
En het thema is….playground. Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit.... lees meer »
Bij reclame voor varkensvlees denk ik zonder verpinken aan het VLAM. Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing promoot via televisie en andere kanalen al jaren labels zoals Certus die de nodige kwaliteit op vlak van hygiëne en voedselveiligheid garanderen. De campagnes lopen al jaren, zullen nog jaren lopen, maar de tijdsgeest verandert. Om dat te beseffen volstond het om de voorbije week af en toe naar de rechterbenedenhoek van een pagina in De Standaard te kijken. Daar prijkte een klein vierkantje met als catchy slogan “De vetste varkens komen uit West-Vlaanderen”. De vormgeving van de advertentie had de stijl van een artikel, enkel de rode letters maakten van meet af aan duidelijk dat het hier om reclame ging. Niet uit de VLAM-stal, zoveel was ook meteen duidelijk. Achter de slogan zat Midi Station, het restaurant aan het Brusselse Zuidstation waarvan ik dacht dat het failliet was gegaan. Blijkt dat Dirk De Prins (u kent hem wel, van Mijn Restaurant) de zaak heeft overgenomen en bij de lancering mikt op verfrissende marketing die uitlegt dat je in zijn resto Hereford rundsvlees of - om tot de vette varkens te komen – Duke of Berkshire varkensvlees op het bord krijgt. Dat dit ras samen met Duroc d’Olives almaar vaker de kop opsteekt, heeft niet enkel met marketing te maken, maar ook met twee andere cruciale elementen: consumenteninzicht en ondernemerschap.
Laat ons eerst het consumentinzicht uit de doeken doen. Duke of Berkshire en Duroc d’Olives keren terug naar de propositie van varkensvlees dat nog naar varken smaakt en tegelijk punten scoort op vlak van hygiëne en voedselveiligheid. Dat het vertrandje van varkensvlees goed in de markt zou liggen, was tien jaar geleden ondenkbaar (toen dachten we bij vet nog aan vetsmelters en dioxine). De voorbije jaren ontstond echter een consumentenbehoefte naar pure smaken (en vet is daar bij varkensvlees zeer verantwoordelijk voor). Een andere exponent van die behoefte zijn de ook al puur smakende biogroenten of jonge koks zoals de Flemish Foodies (met onder andere Kobe Desramaults van In De Wulf en De Vitrine) die van pure smaken een handelskenmerk maakten. Als ook de media meegaan in de nieuwe consumentensmaak, dan kan je stilaan van voldoende draagvlak gewag maken. Zo deed bijvoorbeeld Yves Desmet (u kent hem wel, van Mijn Restaurant) onlangs zijn duit in het zakje met een column die de smaak en sappigheid van het vetrandje in de kijker zette.
De behoefte en het draagvlak zijn er inmiddels, maar er was durf en ondernemerschap nodig om deze evolutie enkele jaren terug in te schatten en van daaruit een initiatief te ontwikkelen dat een product als varkensvlees op de nakende trend zou laten aansluiten. Het verhaal van Duroc d’Olives is zeer illustratief. Het is het resultaat van de zoektocht van twee varkenshouders (Bart Mouton en Filip Van Laere) om smakelijker, malser en gezonder varkensvlees te produceren. Ze zochten het meest geschikte ras, kwamen uit bij het roodbruine Durocvarken en ontwikkelden een eigen gezonde voeding met olijfolie als vetbron. De Flanders Golden Pig Award volgde, net als de slagers en chefs die het varkensvlees apprecieerden en de media die het verhaal oppikten. Het is een verhaal (lees het hier in detail) dat authenticiteit uitademt en net dat is vandaag de heilige graal voor veel marketers. De betrokken varkenskwekers fietsen met andere woorden glansrijk om een grote marketingvalkuil heen: niet de marketing moet per definitie authentiek zijn (het mag, dat helpt), maar vooral het product zelf en de manier waarop het inspeelt op een juist ingeschatte marktevolutie.
Gepost door Wouter Temmerman
Varketing
Bij reclame voor varkensvlees denk ik zonder verpinken aan het VLAM. Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing promoot via televisie en andere kanalen al jaren labels zoals Certus die de nodige kwaliteit op vlak... lees meer »
Een studie die de Belgische interneteconomie in kaart brengt, toont een achterstand aan tegenover het gemiddelde Europa. De interneteconomie omvat onder meer alle e-commerce activiteiten, investeringen en overheidsbestedingen. De studie werd uitgevoerd door The Boston Consulting Group in opdracht van Google.
België hinkt achterop in Europa
In 2009 bedroeg de waarde van de Belgische interneteconomie €8,6 miljard, oftewel 2,5 procent van het Belgische BBP. Dit terwijl de interneteconomie in andere Europese landen zoals Verenigd Koninkrijk, Zweden en Nederland respectievelijk 7,2 procent, 6,6 procent en 4,3 procent van het BBP bedraagt.
Niet de infrastructuur, maar de initiatieven lopen achter
Uit de activeringsindex (meting van internetsnelheid en breedband- en smartphonepenetratie) blijkt echter dat België een goede positie heeft. We scoren zelfs beter dan Frankrijk of de Verenigde Staten.
Volgens de studie zijn het de initiatieven, zowel op overheidsniveau als bedrijfsniveau, die achterblijven. We investeren minder in de internetsector dan landen als Oostenrijk, Polen en Spanje.
Zoals een recente studie van Comscore bevestigt, loopt het internetgebruik met een gemiddelde van 18,1 uren per week per persoon ook achter. In Nederland en Frankrijk spendeert men wekelijks respectievelijk 31,3 en 24,9 uren online.
Nog een detail: de doorgroei van het internet is niet gelijk in alle gewesten. Terwijl Brussel een score van 104 en Vlaanderen een score van 103 behaalt op de intensiteitsindex, behaalt Wallonië 92 punten.
Toekomstperspectief
Om de groei van de internetsector te versterken, is het volgens het studiebureau nodig dat we ondersteunende maatregelen nemen zodat enerzijds KMO's overtuigd raken van online opportuniteiten en anderzijds consumenten meer vertrouwen krijgen in e-commerce. Ook de overheid kan verbeteren door het opstarten van e-government initiatieven en het verbeteren van de wetgeving rond e-commerce.
Met de gepaste initiatieven zou een groei tot 4,6 procent van ons BBP mogelijk zijn in 2015.
Conclusie
De internet infrastructuur in België staat op punt maar de interneteconomie groeit niet door omdat we terughoudend zijn tegenover deze nieuwe technologie. Of zoals André Duval in De Standaard weet te omschrijven: "We zijn niet ambitieus genoeg. We zijn soms wel mee met de vernieuwing, maar we slagen er onvoldoende in om die te verzilveren."
Er is ook een video gemaakt rond dit rapport met een overzicht van resultaten en testimonials:
Het volledige rapport kan je nalezen op interneteconomy.be
Geschreven door Simon Timmermans
Internetsector in België heeft veel potentieel, maar hinkt voorlopig achterop in Europa
Een studie die de Belgische interneteconomie in kaart brengt, toont een achterstand aan tegenover het gemiddelde Europa. De interneteconomie omvat onder meer alle e-commerce activiteiten, investeringen en overheidsbestedingen. De studie werd uitgevoerd door The Boston... lees meer »
Hoeveel goesting hebben B2B bedrijven in het laatste nieuwe ‘groene’ sausje? En slagen ze er in om dit op overtuigende manier over hun producten en diensten te gieten? Of is het toch meer dan dat…
Dit waren de uitgangspunten van het 13de B2B Sales & Marketing congres ‘Hungry for green’, georganiseerd door Stichting Marketing. Verschillende bedrijven en so-called experten kwamen aan het woord. De switch in portfolio van Arjowiggins was ‘groene woede’ op een wel heel ingrijpend niveau. Zij sloegen sinds kort de weg in richting een 100% gerecycleerde productportfolio. Ook CG Powersystems, het voormalige Pauwels Trafo, toonde met hun verhaal van de SLIM, een transformator zo klein dat hij door het deurtje van een windmolen past, een schoolvoorbeeld van vergroening. Een heel ander verhaal was dat van Staples. Dit bedrijf, actief in de logistiek van kantoormaterieel – niet onmiddellijk een product met een groene bijklank, zette toch een erg overtuigend betoog neer. Wegens de iets minder evidente aanpak van hun portfolio, werd bij hen de ecologische (en tegelijkertijd economische) waste in hun core processen grondig onder handen genomen.
Iets meer scepsis werd toch opgewekt door de aanwezige Big Three: Belgacom, bpost en Electrabel verklaarden ook hun groene duit in het zakje te doen. Met het imago dat zij sinds oudsher meeslepen mag het echter niet verbazen dat zij het iets moeilijker hadden de gemiddelde congres-ganger te overtuigen.
Meeste indruk werd zonder twijfel nagelaten door Van Gansenwinkel. De manier waarop zij de waardeketen van hun producten en diensten dag in dag uit durven in vraag stellen en hoe ze trachten – en er zowaar ook in slagen- deze circulair te maken werkte enorm inspirerend.
Ook al probeert elk bedrijf te vergroenen op zijn manier en volgens zijn eigen mogelijkheden en beperkingen, toch hadden alle stories een duidelijke gemeenschappelijke grondslag. Overtuigend groen kan je enkel zijn vanuit het oogpunt van shared value. Meerwaarde creëren is de blijde boodschap, maar dan wel zowel voor de maatschappij als voor de economie. Op non-profit organisaties alleen kan onze paarse wereld nu eenmaal nog steeds niet draaien…
Gepost door Jona Mukabalisa
Groene goesting…
Hoeveel goesting hebben B2B bedrijven in het laatste nieuwe ‘groene’ sausje? En slagen ze er in om dit op overtuigende manier over hun producten en diensten te gieten? Of is het toch meer dan dat…... lees meer »
Het vluchtig uitgescheurde artikel zat wat verkreukt tussen andere vakantielectuur. De Standaard interviewde eind juli in Mens & Economie Prof. Dr. ir. Erik Dejonghe en dat naar aanleiding van de lancering van de iPad. De man is niet zo heel bekend, maar voor mij is hij onvergetelijk als lesgever ‘nieuwe communicatietechnologieën’, een klein decennium terug aan de UGent (vandaag is hij er nog steeds gastdocent trouwens). Als ik vandaag even terugblik op het curriculum dat ik in de twee licenties (ja zo heette dat in die dagen) communicatiewetenschappen te verteren kreeg, dan moet ik bekennen dat niet zo heel veel cursussen me vandaag nog regelmatig van pas komen. Een vleugje auteursrecht of journalistieke deontologie, dat wel, als iemand me vraagt hoe dat weer zit met zo’n recht van antwoord. Of wat filmgeschiedenis om te merken hoe een reclameregisseur zijn klassiekers kent. Overzichten van het medialandschap uit die tijd zijn intussen dramatisch gedateerd en dat zou je eigenlijk ook verwachten van een vak over nieuwe communicatietechnologie. Niets is minder waar. De voormalige nummer twee van Barco had en heeft namelijk een zeer interessant model dat helpt bij het inschatten van de slaagkansen van new tec.
Het introduceren en eventuele slagen verloopt volgens hem in vier stappen. Nieuwigheden worden sowieso opgepikt door ‘early adopters’, zo’n 5% van het publiek. Na deze ‘irrationele speelvogels’ -zoals Dejonghe deze groep, waartoe hij zelf behoort, omschrijft - komen de rationele volgers. Zij vervangen op basis van rationele elementen hun oude technologie door de nieuwe. Nog eens goed voor 10% van de markt, maar onvoldoende om al van een succes te spreken. Dat komt er pas eens er voldoende kritische massa is opgebouwd en de echte grote doorbraak komt er eens een killer application voor grote groei zorgt. Het model wordt verder uitgediept met een reeks rem- en succesfactoren die een en ander verklaren. De voorbeelden die Erik Dejonghe tien jaar terug gaf zijn vandaag museumstuff: hij verklaarde met het model waarom de CD het wel haalde en de minidisc niet algemeen doorbrak. Waarom Microsoft Word wel en Wordperfect niet de marktleider werd. Of hij vertelde hoe de video pas een echt een succes werd dankzij de killer app die opnemen van televisie was.
Voorspellen met het model is weer andere koek. Zo herinner ik me dat Dejonghe vijf jaar terug zeer sceptisch was over digitale tv. Hij zag niet waar die 10% rationale vervangers zouden worden gevonden. Telenet en Belgacom zagen het duidelijk wel. Desondanks ben ik het model de voorbije tien jaar haast onbewust blijven gebruiken telkens nieuwigheden (of zelfs mediamerken) het licht zagen. Van blogs tot Twitter, van internet 2.0 over de smartphone tot de iPad. “Persoonlijk zie ik de echte brede doorbraak van het tabletconcept bij een concurrerend aanbod van toestellen van 200 tot 250 euro, waarop een open source Android-achtig operating system draait”, zegt hij daarover in De Standaard. Dejonghe heeft goed gekeken naar de evolutie van de smartphones en dat is net de sterkte van het model aan het worden: de voorbije jaren heeft het zoveel technologieën de revue zien passeren, dat de voorspellingen meer accuraat worden. Om maar te zeggen: u ziet Erik Dejonghe de komende jaren nog wel opduiken, en niet enkel in de komkommertijd.
Wouter Temmerman
De les van Erik Dejonghe
Het vluchtig uitgescheurde artikel zat wat verkreukt tussen andere vakantielectuur. De Standaard interviewde eind juli in Mens Economie Prof. Dr. ir. Erik Dejonghe en dat naar aanleiding van de lancering van de iPad. De man... lees meer »
Sinds deze week loopt om VTM de Vlaamse fictieserie ‘180’. De reeks was eerder al te zien op de regionale zenders, maar wist de programmadirectie aan de Medialaan te charmeren en belandde als zomeraankoop in de zendschema’s. Vijf uitzendingen lang kan de kijker het wedervaren volgen van Gina (Hilde Heynen), een werkloze moeder die tracht een nieuwe draai (van 180°…) aan haar leven te geven. Klinkt cliché, maar de uitwerking en de productie door het reclamebureau Dubois Meets Fugger zijn verfrissend. Zelf ben ik hoegenaamd geen fan van fictie met een stevig soapgehalte, maar het eerste uur - dat DMF eind vorig jaar via een promo-DVD verspreidde - ging wel heel vlotjes naar binnen. Reclamebureau? Promo-DVD? Jawel. ‘180’ is geen traditionele fictie (en alleen daarom is het al een prestatie dat een zender als VTM het aankocht). De serie kwam er op initiatief van Het Europees Sociaal Fonds, een structuurfonds dat werkt aan het versterken van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid. Voor dit project vroeg het fonds Dubois Meets Fugger om niet alleen de doelgroep rechtstreeks aan te spreken maar hen ook meteen op weg te helpen of door te verwijzen naar goede maar onbekende werkgelegenheidsinitiatieven. Complexe materie toegankelijk maken dus en dan is het bewonderswaardig dat de keuze viel op regionale televisie als ‘advertentiemedium’. De serie oogt ook zeer down-to-earth, wat het opentrekt naar een breed publiek. Enkel in het eerste kwartier valt op dat de serie wil sensibiliseren, daarna haalt het verhaal de bovenhand. De elf regionale zenders stemden voor het eerst hun uitzendschema op elkaar af en zonden eenmaal per week op hetzelfde moment de serie uit. De keuze voor regionale tv om de mini-soap te lanceren, zorgde voor enige commotie en de nodige media coverage volgde vorig jaar snel. Trailers, teasers, radiospotjes, advertenties in kranten en magazines, affichage en online deden de rest van het werk en alles samen leverde het de mini-soap een gemiddeld bereik op van 400.000 unieke kijkers per week. Elke aflevering eindigde met de tag-on die de kijker “die ook zijn leven een draai van 180 graden wil geven” informeert over het gratis boek dat te verkrijgen is bij de gemeente of het opleidingscentrum in de buurt. Op deze manier werden 100.000 boeken verspreid. Het blijft even afwachten welke kijkcijfers de serie op VTM zal voorleggen, maar de uitkomst van de eerste golf toont nu al hoe goed buiten de lijntjes denken over reclame en storytelling kan werken.
Gepost door Wouter Temmerman
180
Sinds deze week loopt om VTM de Vlaamse fictieserie ‘180’. De reeks was eerder al te zien op de regionale zenders, maar wist de programmadirectie aan de Medialaan te charmeren en belandde als zomeraankoop in... lees meer »