Vakantieliteratuur: het Facebookboek
‘The accidental Billionaires: The Founding Of Facebook. A Tale of Sex, Money, Genius & Betrayal‘. Het verschijnt eind deze maand en ik moet toegeven dat het aanvankelijk niet meteen mijn aandacht trok. Weer eens een making-of dacht ik, maar niets is minder waar. Auteur Ben Mezrich heeft het brave geschiedenispad achter zich gelaten, omdat die geschiedenis volgens hem allesbehalve als braaf mag gecatalogeerd worden. Deze voorpublicatie op de site van The Times licht al een tip van de sluier: CEO Mark Zuckerberg zou volgens het boek het idee voor Facebook gejat hebben van een reeks medestudenten aan Harvard. En wie dacht dat de Facebook-bedenkers een reeks nerds met brilletjes zijn of waren, is er ook aan voor de moeite. Sex, drugs en rock-and-roll jawel, tot zelfs het roosteren van een koalabeer. Het zal niet verbazen dat ook Hollywood het verhaal ontdekt heeft, want Kevin Spacey kocht inmiddels de filmrechten op. Enkel Mark Zuckerberg wordt niet bepaald warm van het boek, maar dat is geen verrassing. Diepere marktinzichten over de toekomst van Facebook of de invloed op onze sociale leven, stip ik niet meteen aan op het verwachtingslijstje dat bij dit boek hoort. Maar een paginadraaiend verhaal dat achter de schermen kijkt van een van de grootste internetsuccessen ooit gaat er altijd in, liggend in een strandstoel en met de voetjes in het zand.
Gepost door Wouter Temmerman
The Belgian Tackle
Cannes 2009 loopt op zijn laatste benen. De Belgische bureaus hebben er tot op heden 28 keer eremetaal behaald. De Morgen-journalist Brecht Decaestecker maakt daar in de Media.com afgelopen vrijdag een zeer terechte vergelijking over: het staat in schril contrast met wat België presteert op EK’s of WK’s Voetbal, het Eurovisiesongfestival of de Olympische Spelen.
Vooral die laatste vergelijking is vrij pertinent: op de Spelen wordt ook een hele reeks medailles uitgereikt in veel verschillende disciplines, maar als de Belgen er in totaal drie mee naar huis brengen, zijn we meestal al zeer tevreden. Nog een vergelijking om het af te leren: tien jaar terug was de Belgische reclamewereld al verheugd met enkele shortlists en hoogstens eens een leeuw links of rechts. Dat het vandaag veel meer is, mag niet langer afgedaan worden als het gevolg van een slimme inschrijvingsstrategie of van de Belgische vertegenwoordiging in de diverse jury’s. Er is meer aan de hand, want er bestaat intussen zoiets als een Belgische aanpak. Die aanpak is zeer algemeen verspreid in ons land en gaat verder dan de bureaus die zich nu in Cannes hebben onderscheiden.
Vorige maand interviewde ik Sean Thompson, de creatief directeur van 180 Amsterdam, het bureau achter onder andere de Impossible is Nothing-campagne voor Adidas. Hij maakte deel uit van de jury op de CCB Awards en hij vatte de Belgische aanpak zo samen: “Ik houd van Belgische reclame omdat ze sterk is in het uitwerken van zeer ongewone ideeën. Jullie hebben ongewone methodes om zaken te tackelen. We proberen allemaal wel verschillend te zijn, maar het draait om verschillend zijn en tegelijk ook relevant.” Dat de Belgische ideeën vandaag hoge ogen gooien, heeft volgens mij veel te maken met ervaring: de budgetten staan in ons land immers al een aantal jaren onder druk en daarbovenop moeten de Belgische bureaus heel veel budgetten nog eens in twee bijten gezien de tweetaligheid. Creativiteit en innovatie zijn daarom al veel langer key in de Belgische reclamewereld en dat werpt vandaag zijn vruchten af. Vooral in de minder traditionele media blijkbaar. De vracht leeuwen komt met name uit categorieën als Direct, Media of Promo. In Print en Film, competities die hun verdict nog moeten bekendmaken, zal naar verluidt weinig of niet gescoord worden. Twee Belgische campagnes die we hier nog niet hebben besproken, zijn de perfecte uiting van de vaderlandse sterkte inzake creativiteit en innovatie. Of inzake de ongewone manier om dingen te tackelen.Ik heb het over de ‘Banner Concerts’ van Axion door het Leuvense Boondoggle (vijf Gold Lions) en over ‘Let it ring’ voor de Ouders va Verongelukte Kinderen door Happiness Brussels (vijf Gold en twee Silver).
Twee schitterende ideeën met een perfecte en zeer relevante uitvoering. De filmpjes bij deze post zeggen voldoende en geven de richting aan waar reclame de komende jaren naartoe gaat. Het mag duidelijk zijn dat op die richtingaanwijzer het woord ‘internet’ behoorlijk in het vetjes staat.
Gepost door Wouter Temmerman
De Obarometer
Het leukste speeltje van de week is met voorsprong de Obarometer '09 van De Standaard. De site toont aan in welke mate de Vlaamse politici een beroep doen op social media tijdens hun verkiezingscampagne. Je kan volgen wie blogt, twittert, vrienden verzamelt op Facebook,… en zo te weten komen wie het dichtst in de buurt komt van Barack Obama himself. Twee bedenkingen steken de kop op. Eén, het zal waarschijnlijk beperkt blijven tot ‘in de buurt komen van’. De marketingmix van Obama omvatte immers een zeer breed pallet aan 2.0- en andere online media. We noteren: social networks, blogs, podcasting, videocasting, wiki’s, buzz marketing, SEO, RSS, widgets, Xbox game advertising, mobile web, pay per click en ga zo maar door. Behalve die variatie slaagde Obama er als een volleerde 360°-marketer in om een sterke rode lijn door die mix te trekken. We kennen hem allemaal: change. En bovenal was ook de creativiteit niet afwezig. De Amerikaanse poot van het bureau LBi maakte voor Obama een interactieve site, www.hopeactchange.com. Het publiek werd opgeroepen om foto’s (of video’s) op te laden. Al die beelden samen vulden de al aanwezige contouren van de bekende 'Yes we can'-clip. Eens er genoeg beelden waren, kwam de video tot leven. Boodschap: change komt er door de persoonlijke bijdrage van alle mensen. Sterk. En ik zie het nog niet meteen gebeuren in het kader van deze verkiezingen (politici, verras me).
Tweede bedenking: nu iedereen behalve Bart De Wever aan het bloggen en twitteren slaat, verdwijnt stilaan het onderscheidend vermogen. Het is zeer knap van de Obarometer dat hij meet of politici populairder worden naargelang de verkiezingen dichterbij komen en bovendien zelfs een wekelijks trendrapport publiceert (samen met blogoloog Maarten Schenk), maar ik betwijfel of social media echt nog de scores van sommige politici gaan boosten. Iedereen doet het intussen en vooral afwezig blijven is nu een reden om op te vallen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 was bloggen wel nog een nobele onbekende in de politiek. Wie toen mee was, heeft daar de vruchten geplukt. De Gentse Lien Braeckevelt (sp.a) kreeg nationale aandacht omdat ze in haar campagne bloggen en YouTube verwerkte. Ook hier met de nodige creativiteit. Comedy-talenten als Lieven Scheire en Henk Rijckaert (beide toen ook nog weinig bekend) maakten deel uit van haar team en dat zie je aan de YouTube-clips. Het droeg finaal allemaal bij tot een zitje in de gemeenteraad. Scoren met 2.0, het kan dus, maar nog meer dan in 2006 zal het nodig zijn om in alle media creatief en consequent te zijn. Wie van plan is nu even te twitteren en na de verkiezingen weer te stoppen, begint er maar beter niet aan.
Gepost door Wouter Temmerman
Proxis komt niet dichterbij
De online webwinkel Proxis kondigt aan dat het een nieuwe start neemt met een vernieuwde website. Eind jaren '90 was Proxis één van de eerste e-commerce initiatieven met enige scope in België.
Hetgeen ooit startte met de ambitie om de Europese Amazon te worden, verzandde de afgelopen jaren. Na een succesvolle start en zelfs een overname van de retailketen Club, kon Proxis de verwachtingen niet inlossen.
In een interview in De Standaard geeft Proxis wat meer achtergrond over de updates aan de site. Met een investering van 1 miljoen euro werd volgens de directie van Proxis zowel de front- als de back-office structureel aangepakt. Dat de nood hoog was, blijkt uit volgende citaten uit het interview: " In twaalf jaar tijd is de webwinkel eigenlijk nooit gemoderniseerd". " Door de manier waarop de oude site geprogrammeerd was, was het heel moeilijk voor Google om ons te vinden." "Bij Proxis staan voortaan Web 2.0-tools centraal." "In de toekomst willen we ook iPhone-toepassingen en RSS-feeds introduceren."
Het komt mij heel bevreemdend over om een e-commerce bedrijf op dergelijke uitspraken te betrappen. Je zou toch denken dat dergelijke organisaties voorlopers zijn in internetbusiness in plaats van volgers. Het resultaat van de nieuwe site is dan ook navenant. Het feit dat de site opent met een soort welkomscherm met een taalkeuze is veelzeggend. De verdere functionaliteiten overtuigen mij als consument en marketeer geenszins. Zo blijft de zoekfunctie redelijk rudimentair gefocust op auteur, titel of ISBN. Ook qua uitstraling en look-and-feel is de beleving ver te zoeken.
Dat het beter kan, bewijst bijvoorbeeld het Nederlandse bol.com. Het merkverhaal en de usability zitten duidelijk op een ander niveau dan dat van Proxis.
De 2.0 makeover
Hoe
ver kan je als bedrijf gaan in het omarmen van web 2.0-communicatie? In
het verleden kregen we nogal wat voorbeelden te zien van multinationals
die zichzelf een pak imagoschade toebrachten door een te angstige
politiek, denk maar aan Coca-Cola dat de hele 'Mentos in een fles Diet Coke'-hype fout inschatte. Vandaag zien we steeds meer grote namen die de grenzen in de andere richting opzoeken.
Het
tot op heden meest verregaande experiment komt op naam van Masterfoods,
nog zo’n grote fmcg-multinational. Voor het snoepjesmerk Skittles kreeg
de website begin
deze maand een op zijn zachtst gezegd grondige 2.0-restyling. Niet in
de brave betekenis, met bloggende werknemers en enkele filmpjes van
fans, wel met een gewaagde openheid en dito links naar enkele populaire
2.0-platformen. Wie info wil over de producten komt op Wikipedia
terecht en verder is er ruimte voorzien voor eigen pagina’s op YouTube,
Flickr en Facebook. Het meest gedurfde luik is echter de ‘Chatter’,
waar je kan volgen wat via Twitter over Skittles wordt verteld. Bij de
lancering van de nieuwe site kleurde die Twitter-aanvoer zelfs enkele
dagen de homepage. Dat alleen al geeft aan dat dit project voor
Skittles vooral een imagokwestie is. Duidelijk maken dat het merk mee
is met wat leeft bij jongeren en tegelijk aantonen dat het openstaat
voor commentaar en interactie, zelfs als die feedback negatief blijkt
te zijn. Ook van het onzinrisico toont Masterfoods zich zeer bewust, getuige deze disclaimer: “Just
a heads up: Any stuff beyond the Skittles.com page is actually another
site and not in our control. This panel may be hovering over the page,
but SKITTLES® isn't responsible for what other people post and say on
these sites. Click the box below to acknowledge that you know SKITTLES®
isn't responsible for that stuff”.
Benieuwd wat het zal opleveren, deze extreme 2.0-aanpak. Het lijkt er op de keper beschouwd een beetje over, met iets te weinig toegevoegde waarde en iets te veel 2.0 om de 2.0. Maar het is doelgroepgerichter dan saaie corporate sites en kan enorm tellen als richtingaanwijzer voor andere adverteerders.
Gepost door Wouter Temmerman
Whitepaper Central
In de categorie sterk idee van de week staat dit met veel sterretjes, bolletjes en uitroeptekens aangevinkt: Whitepaper Central. Ondanks de internationaal klinkende naam (en dito ambities) is dit een volbloed Belgisch project ontsproten aan het brein van Rien van den Bosch. Het concept - dat als alles goed gaat volgende week officieel wordt aangekondigd, maar nu al een LinkedIn-groep heeft - is eenvoudig: op de website kan bedrijven onderzoeken, studies, analyses, papers, enz. posten over uiteenlopende onderwerpen als marketing, internet of economie. Geïnteresseerden die zich registreren, kunnen die documenten gratis downloaden en lezen. Op het eerste zicht zou je denken dat zoiets eerder zijn nut heeft in academische middens, maar achter dit idee schuilt meer. Whitepaper Central is evenzeer een lead generation tool voor bedrijven die beslissen om hun content en ideeën te delen met de buitenwereld. Wie een paper downloadt, stemt immers toe dat zijn gegevens bij de aanbieder terechtkomen (nog voor de echte start staan overigens al papers van Combell, Accenture, SAS, bSeen of Nedstat online). Die krijgt op die manier een rits data van mogelijke prospecten in de schoot geworpen zonder daarvoor grote promo-acties te moeten opzetten. Slim gezien en een belangrijke shift qua filosofie op vlak van leads verzamelen. Weg van het oeroude systeem waarbij consumenten wedstrijdformulieren invullen om dan – heel misschien – een fles champagne te winnen en nadien – zeer waarschijnlijk – benaderd te worden met – zeer vaak – oninteressante reclame. Chris Anderson zou zeer instemmend knikken, want zoals bij wel meer frisse marketingideeën staat de door de consument gekozen gratis content centraal.
Gepost door Wouter Temmerman
Een andere meneer
De krant wordt een andere meneer,kopte de Nederlandse website De Nieuwe Reporter nog geen twee weken geleden. Het artikel gaat dieper in op de individualisering van de media in het algemeen en de journalistiek in het bijzonder.
De moderne mediaconsument loopt niet meer zo hoog op met de anonieme redacties van weleer, luidt de analyse. Het volgen van een krant heeft plaatsgemaakt voor het volgen van een journalist, een reporter, een mens. Vroeger gebeurde dat ook al wel in beperkte mate, remember Johan Anthierens, maar sinds enkele jaren spelen de media duidelijk veel harder de persoonlijkheden van hun medewerkers uit. Via columns, via blogs, via opiniestukken of via hun optreden in andere media. Een van de voorbeelden bij uitstek van de laatste jaren is Peter Vandermeersch, die als hoofdredacteur hét gezicht van De Standaard werd en daarvoor vorig jaar bekroond werd met de titel van Marketeer van het jaar.
Het stuk uit De Nieuwe Reporter moeten ze trouwens bij Corelio heel goed hebben gelezen. Begin deze week viel dit bericht in de bus: “De sportredactie van Het Nieuwsblad start een live blog op www.nieuwsblad.be/sportredactie. Daar zet ze persoonlijke meningen, controversiële stellingen en andere bedenkingen online. Op die manier wil de redactie het werk en het leven van de journalisten voor de lezer maken in de krant én op de webstek.” Scherpere stukken, meer persoonlijkheid en dus interessanter voor de sportliefhebber, is de redenering achter het project. Voor de journalisten lijkt het alvast een mooie uitlaatklep, maar in hetzelfde bericht blijkt dat ook in 2.0-land voor niets de zon opgaat. “Naast de persoonlijke aanpak van de redactie en de interactie met de gebruiker, is de sportsite van Nieuwsblad.be ook uitermate geschikt voor adverteerders op zoek naar actieve mannen en adverteerders actief in sportsponsoring,” verklaarde Mark Daemen, webvertising manager bij Corelio Connect, in de marge. “Je komt immers tot de kern van de hardcore sportliefhebbers.” Voorlopig telt de site nog geen banners, skyscrapers of andere online formaten. Benieuwd of ook de adverteerder uitkijkt naar die andere meneer.
Gepost door Wouter Temmerman
Welke bank benut de crisis?
Crisis, ahum? Van de huidige crisis wordt al eens beweerd dat het een self-fulfilling prophecy is. Hoe meer we erover praten en beweren dat 2009 een moeilijk jaar wordt, hoe meer het een realiteit wordt. Daarom zijn cijfers zo leuk. In onze sector komt dat rauwweg neer op cijfers die aangeven hoeveel in reclame wordt geïnvesteerd. En de banksector is in dat opzicht een verdomd boeiend geval. Eind vorig jaar waren er al de op het eerste zicht vreemde berichten over het geld dat de banken veil hadden voor reclame en communicatie. De investeringen waren volgens die berichten gestegen, maar dat hoefde in se niet te verbazen. De analyse was namelijk uitgevoerd op de cijfers (uit een pige van het CIM) tot het derde kwartaal van 2008. Dat de investeringen stegen, hoefde dus niet te verbazen wetende dat de bankcrisis pas volop ging woeden in oktober en dat budgetten en planningen nu eenmaal niet met een vingerknip omkeerbaar zijn. Cijfers van november zouden al heel wat meer vertellen en die zijn er intussen. De analisten van het mediabureau Mediaedge:cia bezorgden me een rapport waaruit blijkt dat de investeringen zeker niet zijn stilgevallen door de crisis. Globaal stijgen de investeringen van de financiële sector zelfs met 10% ten opzichte van november 2007, wat meer is dan de totale adverteerdersmarkt (+2,7%). Interessant wordt het echter als we dieper gaan kijken. Fortis en Dexia investeren niet verrassend een pak minder in reclame dan een jaar eerder (respectievelijk -24 en -11%), ook Ethias doet er 17% af. Wie profiteert dan van het advertentievacuum? Axa. Dat wordt de grootste bancaire adverteerder van het land, met bijna 44% meer investeringen dan twaalf maanden voordien. Ook ING en Deutsche Bank (beide met haast een verdubbeling van het gespendeerde budget) waren in november markant aanwezig. Is de crisis dan helemaal niet merkbaar? Toch wel, kranten blijven dan wel het meest gebruikte medium voor bancaire advertenties, maar in internet werd haast dubbel zoveel gespendeerd als in november 2007. Of hoe de crisissfeer een al gestarte evolutie een duwtje in de rug heeft gegeven…
Gepost door Wouter Temmerman
Web 2.0 en onder nul
Vandaag kreeg ik van Linkedin een mail met de voorstelling van een aantal nieuwe applicaties. Het gaat om applicaties van derde partijen die je kan toevoegen op je persoonlijk profiel. In totaal zijn het 9 toepassingen onderverdeeld in 4 groepen:
Work collaboratively with your network.
- Box: Share files and collaborate with your network.
- Huddle: Private workspaces to collaborate with your network on projects.
Share information and keep up to date with your network.
- Amazon: Discover what your network is reading.
- TripIt: See where your network is traveling.
- SixApart: Stay up to date with your network's latest blog posts.
Present yourself and your work in new ways.
- Google Docs: Embed a presentation on your profile.
- SlideShare: Share, view and comment on presentations from your network.
- WordPress: Promote your blog and latest posts.
Gain key insights that will make you more effective.
- Company Buzz: See what people are saying about your company.
Een heel aantal applicaties vind ik een duidelijke toegevoegde waarde om het professionele netwerken via Linkedin nog te versterken. Zo heb ik zelf meteen de SixApart applicaties toegevoegd om permanent een overzicht te hebben van de blogpostings van mijn netwerk.
Via deze toepasssing las ik vandaag een posting van William Visterin, hoofdredacteur van Smart Business Strategies, over Resto.be. William neemt terecht de aanpak van Resto.be op de korrel wat betreft hun 'User Generated Content' omtrent restaurantbeoordelingen. Blijkbaar kan je restaurants op Resto.be geen negatieve evaluaties geven na een restaurantbezoek. Ik heb mezelf ook al meermaals geërgerd aan het gebrek aan objectiviteit van commentaren op deze site. De adverteerder is blijkbaar zo heilig voor Resto.be dat hiervoor alles moet wijken.
Ideeënstorm
Social media zijn hot. Het gebruik ervan is zowel bij consumenten als professionals gemeengoed geworden. Ondanks deze hype, merk je dat bedrijven toch worstelen met de vraag hoe ze social media op een structurele manier kunnen integreren in hun communicatie.
Op Marketingfacts vond ik onderstaand interview met een marketing manager van Dell rond hun aanpak.
Een mooie toepassing van Dell is IdeaStorm. IdeaStorm werd in 2007 opgericht als een community site waarop gebruikers ideeën kunnen uitwisselen over producten en diensten. Op de aangedragen ideeën kan door andere leden gestemd worden. Hierdoor krijg je een soort ranking van ideeën. Deze aanpak maakt het voor Dell zeer makkelijk om de beste ideeën eruit te halen en deze op korte termijn te vertalen naar acties. IdeaStorm omarmt als ware de klant. Het is een directe graadmeter voor klantentevredenheid, het is een motor voor innovatie, en een facilitator van een permanente dialoog met en tussen klanten.
Idea storm is trouwens slechts één van de vele social media applicaties van Dell. Op de community site vind je nog tal van andere toepassingen (Blogs, webvideo, buzz,...).



