Een studie die de Belgische interneteconomie in kaart brengt, toont een achterstand aan tegenover het gemiddelde Europa. De interneteconomie omvat onder meer alle e-commerce activiteiten, investeringen en overheidsbestedingen. De studie werd uitgevoerd door The Boston Consulting Group in opdracht van Google.
België hinkt achterop in Europa
In 2009 bedroeg de waarde van de Belgische interneteconomie €8,6 miljard, oftewel 2,5 procent van het Belgische BBP. Dit terwijl de interneteconomie in andere Europese landen zoals Verenigd Koninkrijk, Zweden en Nederland respectievelijk 7,2 procent, 6,6 procent en 4,3 procent van het BBP bedraagt.
Niet de infrastructuur, maar de initiatieven lopen achter
Uit de activeringsindex (meting van internetsnelheid en breedband- en smartphonepenetratie) blijkt echter dat België een goede positie heeft. We scoren zelfs beter dan Frankrijk of de Verenigde Staten.
Volgens de studie zijn het de initiatieven, zowel op overheidsniveau als bedrijfsniveau, die achterblijven. We investeren minder in de internetsector dan landen als Oostenrijk, Polen en Spanje.
Zoals een recente studie van Comscore bevestigt, loopt het internetgebruik met een gemiddelde van 18,1 uren per week per persoon ook achter. In Nederland en Frankrijk spendeert men wekelijks respectievelijk 31,3 en 24,9 uren online.
Nog een detail: de doorgroei van het internet is niet gelijk in alle gewesten. Terwijl Brussel een score van 104 en Vlaanderen een score van 103 behaalt op de intensiteitsindex, behaalt Wallonië 92 punten.
Toekomstperspectief
Om de groei van de internetsector te versterken, is het volgens het studiebureau nodig dat we ondersteunende maatregelen nemen zodat enerzijds KMO's overtuigd raken van online opportuniteiten en anderzijds consumenten meer vertrouwen krijgen in e-commerce. Ook de overheid kan verbeteren door het opstarten van e-government initiatieven en het verbeteren van de wetgeving rond e-commerce.
Met de gepaste initiatieven zou een groei tot 4,6 procent van ons BBP mogelijk zijn in 2015.
Conclusie
De internet infrastructuur in België staat op punt maar de interneteconomie groeit niet door omdat we terughoudend zijn tegenover deze nieuwe technologie. Of zoals André Duval in De Standaard weet te omschrijven: "We zijn niet ambitieus genoeg. We zijn soms wel mee met de vernieuwing, maar we slagen er onvoldoende in om die te verzilveren."
Er is ook een video gemaakt rond dit rapport met een overzicht van resultaten en testimonials:
Het volledige rapport kan je nalezen op interneteconomy.be
Geschreven door Simon Timmermans
Internetsector in België heeft veel potentieel, maar hinkt voorlopig achterop in Europa
Een studie die de Belgische interneteconomie in kaart brengt, toont een achterstand aan tegenover het gemiddelde Europa. De interneteconomie omvat onder meer alle e-commerce activiteiten, investeringen en overheidsbestedingen. De studie werd uitgevoerd door The Boston... lees meer »
Nee. Dit is niet het zoveelste stuk dat de rol van Facebook in de Arabische revoluties bewierookt. Niet dat ik die rol in twijfel trek, verre van, maar ik mis in de berichtgeving enkele kritische kanttekeningen bij Facebook en vooral bij de politieke functie van het sociale netwerk. Dank overigens aan Dominique Deckmyn die in zijn column ‘Facebook, vriend van dictators?’ (De Standaard, 24/2) wel een andere denkpiste op de voorgrond brengt. Hij wijst op de onmogelijkheid om zich anoniem op Facebook te begeven en op de petities die lopen om Facebook te laten beloven dat het geen gegevens van leden zal doorspelen aan overheden.
In de rest van zijn column gaat Deckmyn in op de mate waarin het hele internet verschoven is van anonieme naar niet meer zo anonieme gebruikers. Het is echter minstens even boeiend om zijn standpunt door te trekken in de richting van politieke communicatie. Als Ben Ali, Moebarak en straks ook Khadafi en Saleh sneuvelen door de inspanningen van een met Facebook en Twitter gewapend volk, dan heeft dat veel te maken met de wereldvreemdheid van de (ex-)dictators. Wie veertig jaar geleden aan de macht kwam, zit vandaag meer dan waarschijnlijk niet te twitteren, online te netwerken of enthousiast te wezen over de iPad. De Arabische machtshebbers hebben de impact van de sociale netwerken onderschat en zelfs als ze ze goed hadden ingeschat, blijft de vraag of ze voldoende van wanten hadden geweten om accuraat (vanuit hun standpunt) op de volksbeweging in te spelen.
Dat zou wel eens anders kunnen zijn bij nieuwe machthebbers. We mogen niet vergeten dat Facebook en Twitter eerst zijn groot geworden in Westerse democratieën. Politieke systemen die voeling hebben met de vrijheid van meningsuiting en in sociale netwerken eerder een opportuniteit dan een bedreiging zien. Niet dat geheime diensten hier vies zijn van telefoontap of nalaten het Internet uit te spitten. Die data gebruiken om een bevolking onder de knoet te houden, is echter net een brug te ver. Wie de nieuwe machthebbers in Afrika worden, is nog niet bepaald duidelijk, maar de kans is groot dat ze meer digital native zullen zijn dan hun voorgangers. Als ze ook meer democratisch zijn, dan is er geen vuiltje aan de lucht. Maar als minder goedmenende krachten zich een weg naar de macht banen, dan bestaat het risico dat de revolutionaire middelen van vandaag even gevaarlijk worden voor het volk als ze waren voor de oud-dictators. Klinkt dramatisch, maar dat hoeft het niet te zijn. Met anonimiteit en een afdoende bescherming van persoonlijke data fietst vooral Facebook al een eind ver.
Gepost door Wouter Temmerman
Vraagtekens bij de Facebookrevoluties
Nee. Dit is niet het zoveelste stuk dat de rol van Facebook in de Arabische revoluties bewierookt. Niet dat ik die rol in twijfel trek, verre van, maar ik mis in de berichtgeving enkele kritische... lees meer »
iAd was tot voor kort in ons land vooral bekend bij Apple-fans, die wisten dat het een belangrijke nieuwigheid is van de recent gelanceerde iPhone 4 en van de iPad. Dit weekend raakte bekend dat de kans zeer bestaand is dat Apple iAd als regie zal neerzetten op de Benelux-markt. Het was de zeer goed ingelichte Olivier De Doncker die in dit artikel in La Libre de kat de bel aanbond. iAd bestaat reeds als regie in de VS, het VK en Frankrijk. Tegen eind dit jaar zou de Benelux volgen.
Van sommige gebeurtenissen in media business weet niemand vooraf dat ze een mijlpaal worden, van andere ligt dat iets meer voor de hand. De komst van iAd hoort thuis in die tweede categorie. Niet omdat Apple rond al zijn producten een gigantische buzz weet te creëren, maar wel omdat het de regiemarkt danig op zijn kop kan zetten. In die markt zitten volgens de schatting van La Libre tegen eind dit jaar zo’n 300.000 gebruikers van iPhones en iPads en dus kan men qua bereik en commercialisering van enige kritische massa gewagen. Om die mobiele massa te bereiken, zetten uitgevers de campagnes van hun adverteerders vandaag vaak op de adserver die ook de website voedt. Voor nogal wat grote uitgevers is dat Doubleclik en laat net die adserver eigendom zijn van Google. De kans dat Apple andere adservers en vooral Doubleclick zal bannen, is euh.. vrij groot. Wie met Doubleclick blijft werken ziet de interessante Apple-markt zodoende dichtgaan.
Maar Apple zou Apple niet zijn als het meteen voldoende argumenten op de wereld losliet om duidelijk te maken waarom iAd meerwaarde kan bieden. Steve Jobs bewijst in bijhorend filmpje dat het platform voor reclamemakers heel wat lekkers kan inhouden. Als iAd er komt dan wordt het wellicht leuk voor de interactieve reclamebureaus, maar waarschijnlijk wordt het opletten geblazen voor de uitgevers en heel zeker wordt het knokken voor de bestaande online regies.
Wouter TemmermanAls Apple een regie wordt
iAd was tot voor kort in ons land vooral bekend bij Apple-fans, die wisten dat het een belangrijke nieuwigheid is van de recent gelanceerde iPhone 4 en van de iPad. Dit weekend raakte bekend dat... lees meer »
De lente is traditioneel een periode waarin menig bureau, tijdschrift of vakorganisatie van seminarie wil doen en dus stond de agenda de voorbije weken behoorlijk vol met interessante sprekers en events. De voorbije week bestond het Gondola, het IAB en de GRP zelfs om allen 6 mei uit te kiezen om hun ding te doen. Een week eerder haalden de mensen van Nascom zoals al verteld Joseph Jaffe naar ons land en daags nadien deed markee hetzelfde met de Brit Charlie Osmond. Beide voorzagen tevens in een mooi gevuld pallet aan sprekers om zo een (halve) dagprogramma te vullen. De rode draad die ik de voorbije weken aantrof bij de sprekers die ik meepikte, was conversatie. Met de klant, met de consument, met iedereen die dat verdient. Gespekt met voorbeelden of cases, waarbij me opviel dat retail meer dan eens in de spotlight kwam. Zo stelde Douglas Smith (HolyTornado!) op Marketing Innovation de klassieke retail in vraag vanuit de opkomst van e-commerce en refereerde Fons Van Dyck op het event van Gondola zeer fel aan de evolutie van Delhaize, Colruyt en uiteraard Carrefour. Meermaals dook de vraag op hoe retailers zich vandaag moeten positioneren in het almaar digitalere landschap en vaak bleek dat ze dat nog te weinig doen. Maar een heel goed voorstel, ook al was het niet rechtstreeks gesuggereerd voor de retailers, vond ik bij Koen Denolf, patron van markee. Hij had het zeer gefundeerd over brand uitilities: diensten die merken aan consumenten aanbieden. Denk maar aan het oervoorbeeld Nike+: een systeem dat lopers helpt bij het organiseren en verbeteren van hun training. Sterke branding, sterke community building ook. Retailers zouden dat ook moeten kunnen, maar doen het nog te weinig. Customer relations vinden sporadisch de weg naar interactiviteit, maar echt doorbraakvoorbeelden zijn er niet in ons land. “Wat zouden Apple en Colruyt mekaar te vertellen hebben, mocht je ze vandaag samen aan tafel zetten. Weinig wellicht”, quote Fons Van Dyck. Jammer is dat, want van diensten als Collectandgo en Delhaize Caddy Home is het maar een kleine stap naar digitale brand utilities. Een iPhone App waar je de hele week boodschappen op invult en doorstuurt, lijken allesbehalve science fiction. Met een doelgroep van gezinnen met tweeverdieners die weinig tijd hebben, is de behoefte bestaand. Wie zet de eerste stap?
Gepost door Wouter Temmerman
Klassieke retail en digitalisering
De lente is traditioneel een periode waarin menig bureau, tijdschrift of vakorganisatie van seminarie wil doen en dus stond de agenda de voorbije weken behoorlijk vol met interessante sprekers en events. De voorbije week bestond... lees meer »
We hebben de blijde intrede van Seth Godin in Antwerpen nog maar net achter de rug of daar kondigt zich al de volgende gerenommeerde internationale spreker aan. Eind deze maand komt Joseph Jaffe naar ons land voor een keynote tijdens Marketing Innovation in Genk. Het verhaal achter het seminarie is leuk. Het Genkse webagency Nascom bracht het hoogste bod uit tijdens een veiling die Jaffe organiseerde ten tijde van de aardbeving in Haïti. JJ naar Limburg dus en Nascom maakte er meteen een dagvullend programma van met enkele andere internationale sprekers en onze local guru’s Guillaume Vander Stighelen en Steven Van Belleghem.
Jaffe is Godin niet, al zijn ze beide uiterst welbespraakt. Als ik Jaffe’s passage op het Stichting Marketing Congres van 2006 vergelijk met die van Godin op 1 april, dan kan je niet anders dan vaststellen dat Jaffe veel feller op marketing focust. Godins Linchpin bevat boeiende ideeën die je op marketing kan toepassen, maar net zo goed op de opvoeding van je kinderen. In 2006 had Jaffe het over het leven na de 30”-spot, waarin hij de analyse maakte van de invloed van internet op marketing en reclame: de evolutie van one-to-many naar many-to-many en het groeiende belang van conversaties met de consument. Het basisidee van toen is vijf jaar verder wijdverspreid en vormt nog steeds het fundament voor heel wat nieuwe marketinglectuur (denk maar aan ‘The Conversation Manager’, het nieuwe boek van Steven Van Belleghem). Jaffe’s nieuwe pennenvrucht heet ‘Flip the funnel’ en daarin bouwt hij verder op zijn eerdere analyse. Ik hoop het snel te kunnen lezen, want ‘Flip the funnel’ begeeft zich volgens besprekingen vooral op CRM- en loyalty-paden en moet een antwoord bieden op de vraag hoe je als bedrijf de toegenomen online contacten kan omzetten in een degelijke customer service. Niet supersexy, wel hard nodig.
Nog gelijkenissen/verschillen tussen Jaffe en Godin? ‘Flip the funnel’ lijkt als titel nogal sterk op ‘Flipping the funnel’, een e-book van Seth Godin uit 2006. Dat zal hoegenaamd geen toeval wezen.
Gepost door Wouter TemmermanGoeroes
We hebben de blijde intrede van Seth Godin in Antwerpen nog maar net achter de rug of daar kondigt zich al de volgende gerenommeerde internationale spreker aan. Eind deze maand komt Joseph Jaffe naar ons... lees meer »
In de nieuwsluwe dagen tussen Kerst en nieuw keek ik voor het eerst naar ‘De Wereldverbeteraars’. Dat programma van Kanaal Z geeft een opiniemaker de gelegenheid om een paar wereldverbeterende ideeën uit de doeken te doen. Ditmaal kreeg de kijker een interview voorgeschoteld van Knack-journalist Joël De Ceulaer met Guillaume Van der Stighelen. Een deel van dat gesprek kan u hier bekijken. Van der Stighelen pleit in het gesprek voor stemplicht voor aandeelhouders en vraagt zich af of het een goed idee zou zijn om de erfenis af te schaffen. Maar het idee dat me het meest wist te boeien en dat ook op Econoshock (de blog van Geert Noels) voor heel wat animo zorgde, was dat van de internettransparantie en de generatieconflicten die daaruit kunnen ontstaan. “Als er een generatie, die van onze kleinkinderen, opgroeit in totale transparantie, zal die het logisch vinden dat alles gemeenschappelijk is. En daar zal onze generatie, die nog is opgegroeid met privacy, een gigantisch probleem mee krijgen”, voorspelt Guillaume. Ik voel veel voor de voorspelling. De peuters van nu zullen binnen dit en tien jaar geen moeite hebben om hun hele leven te delen via online netwerken. Vaak ongewild zullen ze ook een deel van het leven van hun ouders, grootouders en andere niet zo digital native familieleden in de openbaarheid werpen. Dat zijn de huidige dertigers al een beetje gewend, maar met al wie voor 1970 à 1975 is geboren, komt daar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hommeles van. Een generatieconfilict en dat was dus al even geleden.
Verderop in het interview gaat het ook over de positieve kanten van deze vaststelling, maar mij boeit vooral de vraag wat zo’n transparante generatie/doelgroep in spe voor adverteerders betekent. Ook hier zal het mes aan twee kanten snijden. Zal een generatie die opgegroeid is in totale transparantie van een merk pikken dat het niet-transparant communiceert? De eerste jaren van Facebook, YouTube en MySpace hebben de adverteerders al geleerd dat het antwoord wel eens neen zou kunnen luiden. Momenteel zie ik weinig argumenten waarom merken de uitzondering op de transparante regel zouden worden. Maar tegelijk biedt die privacy-arme omgeving ook opportuniteiten. De niet-transparante generaties zijn opgegroeid in tijden van opt-in en Robinson-lijsten. De privacy beschermen tegen ongewenste boodschappen is vandaag nog steeds een hoog goed, maar het is niet gezegd dat dat zo zal blijven. Een generatie die vindt dat alles gemeenschappelijk is, zal er minder problemen mee hebben dat persoonlijke gegevens in databases terechtkomen. One-to-one communicatie kan daar zijn voordeel mee doen. En vandaag luidt het motto dat veel moet kunnen ‘als het niet te intrusief is’. Maar zal wie 20 is in 2020 reclame op zijn gsm nog intrusief vinden? Zal die zich nog de vraag stellen hoe een merk dat hij niet kent aan zijn thuis- of mailadres is geraakt? Adverteerders zullen de komende jaren de absolute controle op wat met hun merk gebeurt uit handen moeten geven, maar in ruil liggen heel wat consumer insights te wachten. Transparantie wordt voor reclamemakers een verhaal van geven en nemen. Slimme merken doen het nu al, anderen wachten maar beter niet tot de transparante realiteit hen inhaalt.
Gepost door Wouter Temmerman
De transparante generatie
In de nieuwsluwe dagen tussen Kerst en nieuw keek ik voor het eerst naar ‘De Wereldverbeteraars’. Dat programma van Kanaal Z geeft een opiniemaker de gelegenheid om een paar wereldverbeterende ideeën uit de doeken te... lees meer »
‘The accidental Billionaires: The Founding Of Facebook. A Tale of Sex, Money, Genius & Betrayal‘. Het verschijnt eind deze maand en ik moet toegeven dat het aanvankelijk niet meteen mijn aandacht trok. Weer eens een making-of dacht ik, maar niets is minder waar. Auteur Ben Mezrich heeft het brave geschiedenispad achter zich gelaten, omdat die geschiedenis volgens hem allesbehalve als braaf mag gecatalogeerd worden. Deze voorpublicatie op de site van The Times licht al een tip van de sluier: CEO Mark Zuckerberg zou volgens het boek het idee voor Facebook gejat hebben van een reeks medestudenten aan Harvard. En wie dacht dat de Facebook-bedenkers een reeks nerds met brilletjes zijn of waren, is er ook aan voor de moeite. Sex, drugs en rock-and-roll jawel, tot zelfs het roosteren van een koalabeer. Het zal niet verbazen dat ook Hollywood het verhaal ontdekt heeft, want Kevin Spacey kocht inmiddels de filmrechten op. Enkel Mark Zuckerberg wordt niet bepaald warm van het boek, maar dat is geen verrassing. Diepere marktinzichten over de toekomst van Facebook of de invloed op onze sociale leven, stip ik niet meteen aan op het verwachtingslijstje dat bij dit boek hoort. Maar een paginadraaiend verhaal dat achter de schermen kijkt van een van de grootste internetsuccessen ooit gaat er altijd in, liggend in een strandstoel en met de voetjes in het zand.
Gepost door Wouter Temmerman
Vakantieliteratuur: het Facebookboek
‘The accidental Billionaires: The Founding Of Facebook. A Tale of Sex, Money, Genius Betrayal‘. Het verschijnt eind deze maand en ik moet toegeven dat het aanvankelijk niet meteen mijn aandacht trok. Weer eens een making-of... lees meer »
Cannes 2009 loopt op zijn laatste benen. De Belgische bureaus hebben er tot op heden 28 keer eremetaal behaald. De Morgen-journalist Brecht Decaestecker maakt daar in de Media.com afgelopen vrijdag een zeer terechte vergelijking over: het staat in schril contrast met wat België presteert op EK’s of WK’s Voetbal, het Eurovisiesongfestival of de Olympische Spelen.
Vooral die laatste vergelijking is vrij pertinent: op de Spelen wordt ook een hele reeks medailles uitgereikt in veel verschillende disciplines, maar als de Belgen er in totaal drie mee naar huis brengen, zijn we meestal al zeer tevreden. Nog een vergelijking om het af te leren: tien jaar terug was de Belgische reclamewereld al verheugd met enkele shortlists en hoogstens eens een leeuw links of rechts. Dat het vandaag veel meer is, mag niet langer afgedaan worden als het gevolg van een slimme inschrijvingsstrategie of van de Belgische vertegenwoordiging in de diverse jury’s. Er is meer aan de hand, want er bestaat intussen zoiets als een Belgische aanpak. Die aanpak is zeer algemeen verspreid in ons land en gaat verder dan de bureaus die zich nu in Cannes hebben onderscheiden.
Vorige maand interviewde ik Sean Thompson, de creatief directeur van 180 Amsterdam, het bureau achter onder andere de Impossible is Nothing-campagne voor Adidas. Hij maakte deel uit van de jury op de CCB Awards en hij vatte de Belgische aanpak zo samen: “Ik houd van Belgische reclame omdat ze sterk is in het uitwerken van zeer ongewone ideeën. Jullie hebben ongewone methodes om zaken te tackelen. We proberen allemaal wel verschillend te zijn, maar het draait om verschillend zijn en tegelijk ook relevant.” Dat de Belgische ideeën vandaag hoge ogen gooien, heeft volgens mij veel te maken met ervaring: de budgetten staan in ons land immers al een aantal jaren onder druk en daarbovenop moeten de Belgische bureaus heel veel budgetten nog eens in twee bijten gezien de tweetaligheid. Creativiteit en innovatie zijn daarom al veel langer key in de Belgische reclamewereld en dat werpt vandaag zijn vruchten af. Vooral in de minder traditionele media blijkbaar. De vracht leeuwen komt met name uit categorieën als Direct, Media of Promo. In Print en Film, competities die hun verdict nog moeten bekendmaken, zal naar verluidt weinig of niet gescoord worden. Twee Belgische campagnes die we hier nog niet hebben besproken, zijn de perfecte uiting van de vaderlandse sterkte inzake creativiteit en innovatie. Of inzake de ongewone manier om dingen te tackelen.Ik heb het over de ‘Banner Concerts’ van Axion door het Leuvense Boondoggle (vijf Gold Lions) en over ‘Let it ring’ voor de Ouders va Verongelukte Kinderen door Happiness Brussels (vijf Gold en twee Silver).
Twee schitterende ideeën met een perfecte en zeer relevante uitvoering. De filmpjes bij deze post zeggen voldoende en geven de richting aan waar reclame de komende jaren naartoe gaat. Het mag duidelijk zijn dat op die richtingaanwijzer het woord ‘internet’ behoorlijk in het vetjes staat.
Gepost door Wouter Temmerman
The Belgian Tackle
Cannes 2009 loopt op zijn laatste benen. De Belgische bureaus hebben er tot op heden 28 keer eremetaal behaald. De Morgen-journalist Brecht Decaestecker maakt daar in de Media.com afgelopen vrijdag een zeer terechte vergelijking over:... lees meer »
Het leukste speeltje van de week is met voorsprong de Obarometer '09 van De Standaard. De site toont aan in welke mate de Vlaamse politici een beroep doen op social media tijdens hun verkiezingscampagne. Je kan volgen wie blogt, twittert, vrienden verzamelt op Facebook,… en zo te weten komen wie het dichtst in de buurt komt van Barack Obama himself. Twee bedenkingen steken de kop op. Eén, het zal waarschijnlijk beperkt blijven tot ‘in de buurt komen van’. De marketingmix van Obama omvatte immers een zeer breed pallet aan 2.0- en andere online media. We noteren: social networks, blogs, podcasting, videocasting, wiki’s, buzz marketing, SEO, RSS, widgets, Xbox game advertising, mobile web, pay per click en ga zo maar door. Behalve die variatie slaagde Obama er als een volleerde 360°-marketer in om een sterke rode lijn door die mix te trekken. We kennen hem allemaal: change. En bovenal was ook de creativiteit niet afwezig. De Amerikaanse poot van het bureau LBi maakte voor Obama een interactieve site, www.hopeactchange.com. Het publiek werd opgeroepen om foto’s (of video’s) op te laden. Al die beelden samen vulden de al aanwezige contouren van de bekende 'Yes we can'-clip. Eens er genoeg beelden waren, kwam de video tot leven. Boodschap: change komt er door de persoonlijke bijdrage van alle mensen. Sterk. En ik zie het nog niet meteen gebeuren in het kader van deze verkiezingen (politici, verras me).
Tweede bedenking: nu iedereen behalve Bart De Wever aan het bloggen en twitteren slaat, verdwijnt stilaan het onderscheidend vermogen. Het is zeer knap van de Obarometer dat hij meet of politici populairder worden naargelang de verkiezingen dichterbij komen en bovendien zelfs een wekelijks trendrapport publiceert (samen met blogoloog Maarten Schenk), maar ik betwijfel of social media echt nog de scores van sommige politici gaan boosten. Iedereen doet het intussen en vooral afwezig blijven is nu een reden om op te vallen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 was bloggen wel nog een nobele onbekende in de politiek. Wie toen mee was, heeft daar de vruchten geplukt. De Gentse Lien Braeckevelt (sp.a) kreeg nationale aandacht omdat ze in haar campagne bloggen en YouTube verwerkte. Ook hier met de nodige creativiteit. Comedy-talenten als Lieven Scheire en Henk Rijckaert (beide toen ook nog weinig bekend) maakten deel uit van haar team en dat zie je aan de YouTube-clips. Het droeg finaal allemaal bij tot een zitje in de gemeenteraad. Scoren met 2.0, het kan dus, maar nog meer dan in 2006 zal het nodig zijn om in alle media creatief en consequent te zijn. Wie van plan is nu even te twitteren en na de verkiezingen weer te stoppen, begint er maar beter niet aan.
Gepost door Wouter Temmerman
De Obarometer
Het leukste speeltje van de week is met voorsprong de Obarometer 09 van De Standaard. De site toont aanin welke mate de Vlaamse politici een beroep doen op social media tijdens hun verkiezingscampagne. Je kan... lees meer »
De online webwinkel Proxis kondigt aan dat het een nieuwe start neemt met een vernieuwde website. Eind jaren '90 was Proxis één van de eerste e-commerce initiatieven met enige scope in België.
Hetgeen ooit startte met de ambitie om de Europese Amazon te worden, verzandde de afgelopen jaren. Na een succesvolle start en zelfs een overname van de retailketen Club, kon Proxis de verwachtingen niet inlossen.
In een interview in De Standaard geeft Proxis wat meer achtergrond over de updates aan de site. Met een investering van 1 miljoen euro werd volgens de directie van Proxis zowel de front- als de back-office structureel aangepakt. Dat de nood hoog was, blijkt uit volgende citaten uit het interview: " In twaalf jaar tijd is de webwinkel eigenlijk nooit gemoderniseerd". " Door de manier waarop de oude site geprogrammeerd was, was het heel moeilijk voor Google om ons te vinden." "Bij Proxis staan voortaan Web 2.0-tools centraal." "In de toekomst willen we ook iPhone-toepassingen en RSS-feeds introduceren."
Het komt mij heel bevreemdend over om een e-commerce bedrijf op dergelijke uitspraken te betrappen. Je zou toch denken dat dergelijke organisaties voorlopers zijn in internetbusiness in plaats van volgers. Het resultaat van de nieuwe site is dan ook navenant. Het feit dat de site opent met een soort welkomscherm met een taalkeuze is veelzeggend. De verdere functionaliteiten overtuigen mij als consument en marketeer geenszins. Zo blijft de zoekfunctie redelijk rudimentair gefocust op auteur, titel of ISBN. Ook qua uitstraling en look-and-feel is de beleving ver te zoeken.
Dat het beter kan, bewijst bijvoorbeeld het Nederlandse bol.com. Het merkverhaal en de usability zitten duidelijk op een ander niveau dan dat van Proxis.
Proxis komt niet dichterbij
De online webwinkel Proxis kondigt aan dat het een nieuwe start neemt met een vernieuwde website. Eind jaren 90 was Proxis één van de eerste e-commerce initiatieven met enige scope in België. Hetgeen ooit startte... lees meer »