Afgelopen weekend startte in Gent de fototentoonstelling van het maatschappelijk geëngageerde fotocollectief Lambda1. Fotografe Jasmine Debels maakte een aangrijpende reportage van ALS patiënt Alain Verspecht. Ze steunt hiermee de vzw Een hart voor ALS, een organisatie die we ook als Antenno een warm hart toedragen.
ALS staat voor Amyotrofische Lateraal Sclerose. Het is een aandoening van de motorische zenuwcellen in het ruggenmerg en de hersenstam, die de spieren in het hele lichaam aansturen. ALS doet motorische neuronen afsterven, waardoor de hersenen het vermogen verliezen om de spierbewegingen aan te sturen. Dit leidt tot progressieve krachtvermindering in de ledematen, sliklast, spraakstoornissen en ademhalingsproblemen. ALS-patiënten overlijden meestal ten gevolge van ademhalingsinsufficiëntie. De gemiddelde ziekteduur is ongeveer drie tot vijf jaar.
Alain Verspecht
België telt momenteel om en bij 1.000 patiënten en een van hen is Alain Verspecht. Bij Antenno leerden we hem kennen als klant en als gedreven ondernemer, maar sinds vorig jaar is hij ook de initiatiefnemer van de vzw Een hart voor ALS. Met de vzw wil Alain fondsen werven die het wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte ondersteunen en bevorderen. Dat leidde onder andere tot de oprichting van een fonds in de schoot van de KU Leuven en het Leuven Universiteitsfonds om ervoor te zorgen dat de geworven fondsen optimaal kunnen worden ingezet.
Steun
Antenno draagt vanuit onze corporate social responsability-filosofie zijn steentje bij op communicatief vlak. Wie mee het verschil wil maken kan de vzw op verschillende manieren steunen: met een activiteit die geld helpt inzamelen, door zich voor een activiteit te laten sponsoren, met een schenking of een testament.
Een bezoek aan de Lambda1-expo is alvast een warme aanrader. Het collectief groepeert elf fotografen die via het medium fotografie in dialoog gaan met de wereld. Jasmine Debels, één van de elf fotografen, plaatst op de expo ALS in de kijker. Debels was gedurende vijf jaar freelance fotografe en werkt sinds dit jaar als fotografe op vrijwillige basis. Ze stelt haar fotografie ten dienste van anderen, aan mensen die hulp nodig hebben. Deze sociaal geëngageerde fotografe volgde Alain Verspecht gedurende meerdere maanden en leverde een aangrijpende reportage af. Op haar blog krijg je al een voorproefje met beelden van Alain Verspecht maar ook van Magda Decock en van de inhuldiging van het fonds aan de KU Leuven.
De vernissage vond afgelopen vrijdag plaats in de Oude nijverheidsschool aan de Lindenlei 38 te Gent. De expo is nog te bezoeken op 21 en 22 juni.
Wie een bijdrage wil leveren aan het wetenschappelijk onderzoek naar ALS kan dit door een gift te doen ten voordele van het Hart voor ALS fonds aan de KU Leuven. De KU Leuven bezorgt u een fiscaal attest voor giften vanaf 40 euro. Giften zijn welkom op BE45 7340 1941 7789 (BIC: KREDBEBB) met de gestructureerde mededeling +++400/0008/31512+++.
ALS scherp in beeld
Afgelopen weekend startte in Gent de fototentoonstelling van het maatschappelijk geëngageerde fotocollectief Lambda1. Fotografe Jasmine Debels maakte een aangrijpende reportage van ALS patiënt Alain Verspecht. Ze steunt hiermee de vzw Een hart voor ALS, een... lees meer »
Vlaams minister van Innovatie Ingrid Lieten vindt dat te weinig KMO’s het belang inzien van innovatie. Ze pleit voor meer begeleiding en opleiding om de subsidies voor innovatie te laten renderen. Mooi, maar daar schuilt niet de echte remedie, zeggen ondernemers. De oplossing schuilt volgens hen niet in de institutionalisering van innovatie, maar in het creëren van een cultuur van zuurstof en vertrouwen geven.
De Vlaamse overheid subsidieert bedrijven die willen innoveren, maar volgens de bekendgemaakte cijfers gaan vooral multinationals met die subsidies aan de haal. KMO’s vragen ze te weinig aan en daarvoor ziet minister van Innovatie Ingrid Lieten enkele redenen. De KMO’s hebben ten eerste minder middelen om zich door het aanvraagtraject te worstelen. Daar valt iets voor te zeggen, want niet elke ondernemer kan zich een consultant in subsidies permitteren. Daarnaast wijst Lieten op een gebrekkig bewustzijn. “KMO’s zien te weinig het belang van innovatie in”, klinkt het. Dat is kort door de bocht. Vinden ondernemers innovatie minder belangrijk omdat ze zich niet beroepen op de subsidies van vadertje Staat? De waarheid is anders. Kleine ondernemingen moeten van nature opboksen tegen grote multinationale krachten. Innoveren, zichzelf heruitvinden en aanpassen zitten daarom ingebakken in het DNA van KMO’s. Een moeilijk economisch klimaat maakt de nood naar innovatie alleen maar groter. Uit de vele gesprekken die we hebben met andere ondernemers leren wij dat innovatie een prioriteit is. Ondernemers zitten echter niet te wachten op de subsidiëring van innovatie. Ze zijn zich zeer bewust van de kracht van innovatie, maar om die te realiseren zijn ze niet op zoek naar opleidingen of begeleiding waarmee de overheid haar eigen subsidieregeling toegankelijker wil maken.
Innovatie is niet maakbaar en al evenmin institutionaliseerbaar. Het is een cultuur- en mensgedreven fenomeen. Tot spijt van wie het anders wenst, kan je innovatie niet betonneren. Ondernemers die willen innoveren, zoeken in de eerste plaats vertrouwen. Wat de ondernemers met innovatiedrang vooral wensen, is een cultuur waarbinnen innovatie beter kan gedijen. Een cultuur die ondernemers meer naar waarde schat, zorgt voor een aantrekkelijke economische innovatiecontext. Wie subsidieert, denk maar aan de subsidies voor zonnepanelen, loopt het risico om een dynamiek te ontwikkelen op losse economische grond. Net daarom geloven ondernemers veel meer in een andere piste: die van een innovatiebeleid dat zich ontwikkelt via kleine dynamische organisaties. Die hoef je als overheid niet zelf op poten te zetten. Het is hooguit de rol van de overheid om mensen samen te brengen en faciliterend op te treden. Dat is de beste weg om het huidige budget voor innovatiesubsidie beter te laten doorstromen naar kleine ondernemingen. Al moet ook het debat ten gronde over de structurele heroriëntering van subsidies naar een verlaging van de vennootschapsbelasting een kans krijgen.
Met de heroriëntering van deze vele miljoenen moet het mogelijk zijn om een dynamiek te ontwikkelen die ondernemers echt zin geeft om te innoveren. Weg van de vaak negatieve beeldvorming die vandaag over ondernemers bestaat. De demonisering bij fiscale controles en de moeite om het ongenoegen daarover op de agenda te zetten, remmen de innovatiedrang bijvoorbeeld af. Veel KMO’s kijken net en vooral daarom de kat uit de boom. Dat moeten we omdraaien. Niet met een bijgeschaafd subsidieprogramma maar met gericht bouwen aan een innovatiecultuur.
Gepost door Stefan Coucheir & Mariska Brosens
Innovatie is niet maakbaar
Vlaams minister van Innovatie Ingrid Lieten vindt dat te weinig KMO’s het belang inzien van innovatie. Ze pleit voor meer begeleiding en opleiding om de subsidies voor innovatie te laten renderen. Mooi, maar daar schuilt... lees meer »
Omdat Antenno ondernemerschap hoog in het vaandel draagt, gingen we met plezier in op de vraag van Vlajo (Vlaamse Jonge Ondernemingen): Of we als jury wilden optreden in de provinciale finale van de mini-ondernemingen?
Jong ondernemerschap is iets wat we zeker willen aanmoedigen, je kunt er niet jong genoeg aan beginnen. Maar ook een tweede van onze stokpaardjes stak de kop op: vrouwelijk ondernemerschap. Ze waren naarstig op zoek naar een vrouwelijke ondernemer; niet eenvoudig, zo bleek. En dus nam ondergetekende met graagte de honneurs waar. Daar waar de jury zonder Antenno-inbreng bestond uit meer dan 80% mannen (namelijk 5 op 6), was collega-jurylid Hanne Van Laer van Voka aangenaam verrast dat ze niet voor het tweede jaar op rij als enige vrouw in het panel zetelde. Jammer, maar helaas, vrouwelijke ondernemers blijken nog steeds dun gezaaid. Nochtans was er in deze provinciale finale een zeer mooie verdeling van mannelijke en vrouwelijke mini-ondernemers, dus deze split zit echt niet van jongs af in de genen.
Het principe van mini-onderneming, waarbij leerlingen tijdens hun (voor-) laatste jaar van de middelbare school een 'fictief' bedrijfje oprichten, is een erg leerrijke ervaring. Niet alleen entrepreneurship wordt hierdoor aangewakkerd, maar zeker ook intrapreneurship. Binnen een groep eigen taken en verantwoordelijkheden opnemen, een eigen gekozen product of dienst zo goed mogelijk aan de man brengen, initiatief nemen, … Proficiat aan winnaar R Jeans met een voorstelling die getuigde van durf, dynamiek en een vleugje creativiteit. Dat rook naar vers ondernemersbloed. Wie weet hebben we bij Antenno binnen enkele jaren wel ruimte voor een aantal van deze mini-ondernemers op onze payroll?…
Gepost doorJona Mukabalisa
Jongeren, vrouwen en ondernemerschap
Omdat Antenno ondernemerschap hoog in het vaandel draagt, gingen we met plezier in op de vraag van Vlajo (Vlaamse Jonge Ondernemingen): Of we als jury wilden optreden in de provinciale finale van de mini-ondernemingen? Jong... lees meer »
Delhaize heeft aangekondigd dat het zijn vijftien stadswinkels (Delhaize City) in Gent, Brussel en Antwerpen voor bekeken houdt. De shops worden Proxy-winkels en Delhaize tracht momenteel zelfstandige handelaars te overtuigen om de stadswinkels over te nemen. Toen Delhaize het concept aan het begin van de eeuw uitrolde, oogde het mooi: een buurtsupermarkt midden in de stad met een aanbod dat aanleunt bij dat van de grote supermarkten. Dat het misliep heeft vooral wettelijke redenen.
Als een donderslag bij heldere hemel kwam de aankondiging van Delhaize niet. Drie jaar geleden liet de retailer al vallen niet verder te zullen investeren in het City-netwerk, nu volgt de ombouw tot Proxy. Het verschil: de Proxy-winkels zijn in handen van zelfstandige geranten, City-winkels niet. Als een winkel in handen is van een franchisenemer dan kan deze makkelijk binnen de grenzen van de wet op de openingsuren zijn winkel langer openhouden. Die wet bepaalt dat het in principe verboden is om een winkel langer dan de klassieke openingsuren open te houden, tenzij je winkel deel uitmaakt van een van de uitzonderingscategorieën. Een krantenwinkel die bijvoorbeeld meer dan de helft van zijn omzet uit pers, tabak en kansspelen haalt, krijgt de toelating om ontzettend vroeg en relatief laat (18-19u) te openen. De wet beschermt vooral kleine lokale ondernemers en heeft dus in die zin zijn doel niet gemist. Winkels uitgebaat door een grote retailer verdwijnen uit het speelveld en maken plaats voor zelfstandigen (die weliswaar nog onder de vlag van Delhaize blijven varen).
Achter de sluiting zit echter ook een economische logica. Stadswinkels hebben een specifieke kostenstructuur met de hoge huurkosten als belangrijkste factor. Die structuur is pas rendabel te maken als je extra inkomsten kan genereren via ruime en flexibele openingsuren. Die openingsuren beantwoorden bovendien aan het levensritme van een niet onbelangrijk deel van de doelgroep. De doelgroep bestaat enerzijds uit een ouder, vaak al minder mobiel publiek, dat overdag komt shoppen. Anderzijds heb je de jonge actieve stedeling die overdag werkt en ’s avonds inkoopt. Als je die buiten een grootwarenhuis en in de stad wil aanspreken dan moet een stadswinkel wel openen tot minstens 21u. Net dat kapitaalkrachtig deel van de klanten kon City niet (of enkel of zaterdag) genoeg bekoren. Of de beslissing van Delhaize goed nieuws is voor de concurrerende zelfstandigen in de betrokken steden valt nog af te wachten. Zij krijgen er met de Proxy-winkels nu wel een concurrent op alle relevante uren bij.
Wouter Temmerman
Delhaize City plooit voor wet op de openingsuren
Delhaize heeft aangekondigd dat het zijn vijftien stadswinkels (Delhaize City) in Gent, Brussel en Antwerpen voor bekeken houdt. De shops worden Proxy-winkels en Delhaize tracht momenteel zelfstandige handelaars te overtuigen om de stadswinkels over te... lees meer »
Als ik praat met jonge ondernemers – u kent ze wel, die moedige mensen die het ondanks het economisch gesternte aandurfden om de voorbije jaren een bedrijfje op te starten – dan valt het me op hoe delicaat het onderwerp ‘winstmarge’ soms is. De inzet van de nieuwe ondernemer ligt zeer vaak en niet altijd onterecht op het verwerven van zo veel mogelijk ‘new bizz’, zoals de reclamesector dat zo sexy verwoordt. Voorbeelden uit andere sectoren zoals retail tonen aan dat ‘good bizz’ echter net zo belangrijk is.
De verleiding is natuurlijk groot. Wie net met een zaak gestart is, toont zich al snel heel tevreden als hij het orderboek tot de nok kan volstouwen. Veel werk is altijd fijn voor wie net een ondernemersrisico heeft genomen. Om dat risico mooi af te dekken, is echter meer nodig dan een volle agenda, leren alle cursussen economie en bedrijfsbeheer. Winst is de motor van elke onderneming, maar onderzoek toont aan dat net daar het schoentje wringt in veel sectoren. Neem nu een van de meest klassieke: de kleinhandel. Unizo voerde samen met partnerorganisaties een onderzoek naar de winstgevendheid van superettes en dagbladhandels. De cijfers zijn ontluisterend: in de dagbladhandels bijvoorbeeld gaat achter de façade van een licht stijgende omzet een zware druk schuil door de te lage marges die de winkelier kan nemen op zijn producten. Een gemiddelde krantenwinkel houdt bottom line slechts 4% bedrijfswinst over. Maar als nettowinst, nadat van de bedrijfswinst onder andere belastingen en interesten betaald zijn, rest slechts 1,6% van de omzet. Anders uitgedrukt: de gemiddelde dagbladhandel uit dit onderzoek houdt per 100 ontvangen euro amper 1,63 euro netto over. Dezelfde oefening leert dat de buurtwinkels nauwelijks beter af zijn: zij scoren een bedrijfswinst van 2,66% en een nettomarge van 1,73%. Tot overmaat van ramp kan het terugschroeven van de operationele kosten nauwelijks soelaas brengen: die kosten zijn in vergelijking met het buitenland al tot een minimum beperkt.
Als we uit de studie even de situatie van de krantenwinkels distilleren, dan toont de recente evolutie goed aan dat krimpende marges een sluipend gif zijn. Een doorsnee krantenwinkel is de voorbije jaren almaar meer gaan verkopen. Het werd een Postpunt, een Kiala-afhaalpunt, je vindt er koffie en ontbijtkoeken, schoolmateriaal en o ja, ook nog loterij, sigaretten, kranten en tijdschriften. Pers neemt ongeveer de helft van de krantenwinkel in, maar vertegenwoordigt volgens de Unizo-studie slechts 12% van de omzet. Op zich al niet logisch en bovendien is de marge stelselmatig gekrompen. Ooit was het 30%, sinds enkele jaren 25%, maar in almaar meer gevallen ook 20% of minder. Dat knaagt aan de winstgevendheid en verklaart onder andere waarom winkeliers een heel lage bedrijfswinstmarge overhouden. 1,63% is onleefbaar en ter extreme vergelijking: een multinational als AB InBev scoort als margekampioen bijna 33%: een euro winst per drie omgezette euro. De detailhandelaars zitten min of meer in de tang: ze moeten diversifiëren richting meer margerijke activiteiten, maar willen tegelijk hun eigenheid als persverkoper behouden. Die pers brengt hen echter in een lastige catch- (en cash-)positie.
Voor jonge ondernemers schuilt in de Unizo-analyse een interessante les: als de winkel draait, moet je durven margeselectief zijn. Niet enkel de kwantiteit van het bizz-verhaal telt, ook de kwaliteit moet goed zitten om succesvol te blijven ondernemen.
Wouter Temmerman
Focus op de marge
Als ik praat met jonge ondernemers – u kent ze wel, die moedige mensen die het ondanks het economisch gesternte aandurfden om de voorbije jaren een bedrijfje op te starten – dan valt het me... lees meer »
The sky is the limit..
..maar niet voor Richard Branson. Onder het motto screw it, let’s do it werd hij gisteren door Flanders DC en Antwerp Diamond Center met veel allure voorgesteld aan een 1.200 aanwezigen in de Stadsschouwburg in Antwerpen. Tijdens de intro kregen we een flashy presentatie voorgeschoteld waarin op het einde meer dan 200 logo’s verschenen van zijn bedrijven.
Zoals vele mooie verhalen, begon het allemaal met een vrouw. Een reisje naar de British Virgin Islands, alwaar zijn geliefde op hem zat te wachten, werd vertraagd door een vlucht uit Puerto Rico die niet kon doorgaan. Hij charterde zijn eerste vlucht door met een plakkaat ‘Virgin Airlines’ rond te lopen door de luchthaven en mensen te verzamelen om een vlucht te delen. De luchtdoop van Virgin Airlines was een succes. Gedreven door avontuur verkent hij vandaag verschillende terreinen van gezondheidszorg tot entertainment en ruimtevaart. Hij vertrekt steeds vanuit een onbehagen dat hij voelt bij een bepaalde dienst of product. Dat zet hij om in een persoonlijke uitdaging om het beter te maken. Persoonlijk vond ik zijn zin voor avontuur een eerder magere basis voor ondernemerschap.
Het is duidelijk, en dat geeft hij ook toe, dat zijn visie wordt ingevuld en waargemaakt door een team van erg competente mensen. Werknemers met betere skills dan jezelf aannemen is zijn motto. Feesten en van het (werk-)leven genieten maakt dat je werknemers ook gemotiveerd blijven. Bransons skills liggen vooral op het vlak van people management. Een levensgenietende luisteraar. Hij neemt het woord ‘beautiful’ zoveel mogelijk in de mond en omringt zich graag met schoonheid. Zijn sterkte ligt in zijn voorkomen als “boy next door”, maar dan 1 die op een goudmijn aan goede ideeën en opportuniteiten woont. Hij verdedigt zijn kapitalisme door in te zetten op sociale projecten zoals “the elders” van Virgin Unite en hij beklemtoont duurzaamheid door onderzoek naar ecologische brandstof voor Virgin Galactic. Een dubbeltje dat bij Branson naar de goede kant valt.
Tijdens zijn presence passeerden enkele jonge ondernemers de revue. Davy Kestens, een 23 jarige die met zijn bedrijf Twitspark in Silicon Valley is gevestigd, stelde kritische vragen over zijn motivatie voor ondernemerschap. Als college drop-out pleit hij dan ook voor leningen voor jonge start-ups die gelijkgesteld worden met studiebeurzen. Arnoud Raskin (Mobile School en streetwize) maakte indruk op Branson met zijn onderwijsvoorzieningen in ontwikkelingslanden. Hij loste bij Branson dat niet alleen geld, maar ook generositeit een belangrijke motivator vormt voor ondernemerschap.
Op vragen als hoe hij innovatie managed binnen Virgin bleef Branson eerder vaag. Hij had een flight to catch en wij hadden toch een kleine portie knowledge to digest. Mijn sceptische houding tegenover het feit hoe hij vanuit een megalomane positie zijn eerder ethische doelen probeert te verenigen blijft overeind. Zijn sympathieke voorkomen ook.
Veerle Verbakel
The sky is the limit...
The sky is the limit.. ..maar niet voor Richard Branson. Onder het motto screw it, let’s do it werd hij gisteren door Flanders DC en Antwerp Diamond Center met veel allure voorgesteld aan een 1.200... lees meer »
Via deze blogpost geef ik graag wat meer achtergrond over onze actie “Doe de Kerstgroet” en onze steun aan de fondsenwerving ten voordele van "Een hart voor ALS".
In najaar van 2008 ontmoette ik Alain Verspecht voor de eerste keer. Als mede-zaakvoerder van The Concept Group had hij ons gecontacteerd voor een kennismakingsgesprek. Ik bespaar u de details van het merkvraagstuk waar zijn bedrijf mee worstelde, maar vanaf die eerste ontmoeting was er die spreekwoordelijke klik. Zijn gevoel voor humor en relativeringsvermogen zorgden voor een ontspannen sfeer, ondanks het feit dat het een prospectiegesprek was. Op het einde van het gesprek nam Alain afscheid en hij gaf me daarbij op een heel rare manier een hand. Ik dacht toen dat hij een blessure had aan zijn pols. Later zou ik vernemen dat er meer aan de hand was.
Vlak voor Kerst van datzelfde jaar trok ik naar Restaurant Den en heuvel in Kasterlee om onze visie met bijhorend samenwerkingsvoorstel te presenteren aan het volledige management van The Concept Group. Een restaurant kiezen als vergaderlocatie past volledig bij de levensfilosofie van Alain, en met uitbreiding bij die van de zakenpartners van Alain. Ik herinner me die dag nog zeer levendig omdat we op diezelfde dag een teamevent hadden met Antenno. Een uur na het paintballen met de collega’s stond ik te presenteren voor de dames en heren van The Concept Group.
Begin 2009 gingen we effectief van start met de herpositionering van de merkportfolio van The Concept Group. Op het resultaat maar voornamelijk op het proces ben ik nog altijd heel trots. Het was een mooi voorbeeld van ‘chemistry’ tussen ondernemers. Tijdens dit traject leerde ik Alain als ondernemer en als mens beter kennen. Mijn eerste indrukken over hem werden meer dan bevestigd: een ontzettend warme en joviale man. Hij vertelde me toen ook openlijk over zijn ziekte ALS die in 2006 bij hem werd vastgesteld. Ondanks de lichamelijke beperkingen was er tijdens meetings altijd wel een kwinkslag en vooral een heel groot positivisme om toekomstgericht te denken.
Ondertussen is Alain door zijn ziekte gestopt met werken. Ik blijf zijn wel en wee actief volgen via zijn blog. Het is heel mooi om daar te lezen hoe hij energie haalt uit de kleine dingen des levens. Het stemt me regelmatig tot nadenken over wat echt belangrijk is in het leven. Toen ik op zijn blog las dat hij gestart was met de campagne “Een hart voor ALS” heb ik dan ook geen seconde getwijfeld om Alain hierin te steunen.
Om de steun concreet te maken hebben we beslist onze kerstactie “Doe de Kerstgroet” daarvoor in te zetten. Bedoeling is dat je van jezelf een foto maakt in “kerstgroet-houding” en die foto deelt op onze Facebook pagina. Voor de eerste 1000 foto's op deze pagina stort Antenno 2 euro per foto aan “Een hart voor ALS”.
Deze actie sluit mooi aan bij onze bedrijfsfilosofie dat marketing en communicatie iets moeten geven. In dit geval is dat een warme groet aan de medemens en een kleine financiële bijdrage aan een goed doel. In onze adviesrol als bureau zijn we actieve pleitbezorgers van Shared Value, het creëren van economische en maatschappelijke waarde. Het feit dat deze actie uit de buik van Antenno is ontstaan geeft me als zaakvoerder een heel fier gevoel. Prachtig om te zien dat ons Antenno verhaal rond intrapreneurship en entrepreneurship op deze manier waarde creëert. Dikke merci aan alle Antenno’s en in het bijzonder aan Thomas voor dit prachtige idee.
Dat verdient een heel warme kerstgroet!
Stefan
Gepost door Stefan Coucheir
Alain en de Kerstgroet
Via deze blogpost geef ik graag wat meer achtergrond over onze actie “Doe de Kerstgroet” en onze steun aan de fondsenwerving ten voordele van Een hart voor ALS.In najaar van 2008 ontmoette ik Alain Verspecht... lees meer »
We zijn omvergeblazen door rasechte performers, sprekers en facilitators op het Creativity World Forum (16 en 17 november 2011). Het gebeurt niet elke dag dat je kleppers als Jimmy Wales (Wikipedia), Oliver Stone (regisseur van oa Natural Born Killers), Malcolm Gladwell (het brein achter The Tipping Point) en Garr Reynolds (auteur van The Naked Presenter) op één podium kan aanschouwen. Een niet te missen verslag:
Stefan Coucheir:
Het Creativity World Forum heeft nogmaals bewezen dat het een hoogmis is rond creativiteit. De kracht van het CWF ligt voor mij in de hoeveelheid en complexiteit van indrukken waaraan je wordt blootgesteld, zonder dat iets geponeerd wordt als absolute waarheid. Dat ongrijpbare, dat loslaten, is een reflectiemoment dat heel dicht komt bij de essentie van creativiteit.
Heel concreet zijn er twee sprekers die er voor mij uitsprongen. Het verhaal van Scott Belsky over "Making ideas happen" reikte een verhelderend kader aan over de kern van een creatief proces met al zijn randvoorwaarden. Garr Reynolds zal ons binnen Antenno nog eens fundamenteel doen nadenken over hoe we onze adviezen nog krachtiger kunnen rapporteren en presenteren.
Tijdens dit CWF heb ik trouwens ook twee mooie formuleringen gehoord over het feit dat mijn douchemoment 's ochtends vaak heel inspiratievol is. Belsky noemde het 'a window of non-stimulation'. Oliver Stone sprak over 'alone time'.
Mariska Brosens:
Execution
5 pijlers volgens Scott Belsky die executie in de weg staan: “energy & excitement level vs time of execution”, “the gravitational force of operation”, “a lack of feeling organised”, “lack of accountability”, “disorganised and isolated networks".
Methodes om dit te managen: “create time without stimuli”, “spend time on order and organisation”, “manage projects with a bias to action (by measuring values of meetings in action steps)”, “prioritise projects & progress visually”, “keep the immunse system of the organisation high by doers, but create moments of low immune system for dreamers”.
Nog enkele interessante quotes:
- No entrepreneurship and innovation without failing
- Fail faster: if everything is under control, you are not going fast enough
- Young entrepreneurs who fail are still winners
- We need a flip in our educational system by not punishing failure
- Ask: "So what?" instead of "What?". Ask: "Yes and..." instead of "Yes but..."
- According to scientific research, individuals create better ideas than in group and chaotic people are not more creative
Dimitri De Lauw:
Typisch aan dit soort congressen is dat er zeer goede keynotes (Scott Belsky, Garr Reynolds, Bart Becks,...) zijn maar spijtig genoeg ook enkele verschrikkelijk slechte. Ik was er de tweede dag en had het geluk om wel wat spreektalent te aanschouwen.
Een quote die in mijn favoriete quotes lijstje komt te staan is: “It’s only in still water that we can see our reflection”. Een thema dat door verschillende mensen is aangehaald: ontloop soms de veelheid aan stimuli waar we tegenwoordig mee geconfronteerd worden om eens na te denken wat we juist willen bereiken, om creatieve ideeën vorm te geven, etc. Zoek tijd om te de-connecteren. Ook een dada van Oliver Stone blijkbaar.
Een paar praktische PowerPoint en Keynote tips die we allemaal wel kennen maar toch nog te vaak vergeten toe te passen passeerden de revu. Maak je presentatie eerst op post-its, creëer focuspunten op je slides, steek elementen als ‘change’ en ‘conflict’ in het verhaal dat je wilt brengen, leg uit wat data betekenen en zet ze in een context.
Als bureau dat ondernemerschap hoog in het vaandel draagt , kijken we ook wel uit naar de plannen van Bart Becks met het angel.me project: het uitrollen van het sonic angel business model naar startups.
Hella Rogiers:
Wat doet een Creativity World Forum met een mens? Het zet hem met beide voeten op de grond. Er is geen toverformule om tot creatie en innovatie te komen… (surprise surprise). Creatie en innovatie komen voort uit simpele dingen. En omdat alle goede dingen uit drie bestaan, hier drie lessen van het CWF.
- Creatief en innovatief zijn, is trial and error (and error and error)
- Creatie en innovatie borrelen op als je tijd maakt in je agenda en ruimte in je hoofd
- Creatie en innovatie zijn niet het resultaat van een goddelijke ingeving bij een individu. Het is het resultaat van het oppikken van de kennis en innovatie die rond je gebeurt en die verder in en met je omgeving toetsen en verfijnen.
And I said to myself, what a wonderful world…
Annick Grieten:
De tweets op het CWF liepen over van onze nieuwe creatieve mantra. Het is niet meer ‘ik wil de grootste hebben’ en ‘als ik maar eerst ben’, maar alles staat in het teken van mislukkingen. Wie geen fouten maakt kan er niet uit leren en een beetje knokken maakt je tot wat je bent. Jimmy Wales zorgde als eerste spreker van de dag al voor een ontspannen sfeertje met een opsomming van zijn gefaalde projecten en de andere sprekers surften verder op deze golf. Peter Hinssen nam ons mee op tocht vol nostalgie met als bestemming het ‘AHHA moment’. Maar de opvallendste stem van dag 1 was toch Malcolm Gladwell, die benadrukte waarom we ons niét schuldig moeten voelen als we iemands idee stelen, want niet nummer 1, niet nummer 2, maar nummer 3 zijn is dé sleutel tot succes. Dus, blijven herhalen: falen en ergens anders de mosterd gaan halen!
Scott Dirkx:
Wat een geweldige start donderdag. Net te laat voor de introductie, maar vanaf minuut één geboeid luisteren naar Scott Belsky.
Enkele praktische tips. "Idle time" (ik ga de files nog leren appreciëren) en "Execution week". Enkele nieuwe bookmarks: behance.com, the99percent.com.
Pattie Maes stelde de concepten "shiftables", "bulb-computer", "touch to cloud" voor: interessante uitwerkingen maar niet nieuw voor mij.
Hannah McBain was voor mij persoonlijk minder. Bij BBC zien ze "Idle time" oa als tuinhuis op kantoor ... Hey, ook Antenno heeft er hier ééntje staan!?
Jamie Anderson: enkele fascinerende inzichten in de machine achter Lady Gaga.
Boeiende 7 minute speakers: Mario Fleurinck (addictlab.be) & Bart Becks (angel.me). Crowdsourcing: I'm a believer!
Simon Timmermans:
“The Flip” van Peter Hinssen was voor mij de meest overtuigende presentatie van dag 1 op het CWF.
Volgens hem zitten we op een middelpunt, de laatste jaren is de digitale wereld de nieuwe standaard geworden is en hij definieert meteen enkele regels:
Zero tolerance: digitale technologie mag niet falen. Good enough technology: de meest gebruikte technologie is niet altijd de beste technologie
In “the new normal” verwacht men dat een magazine op een scherm gelezen wordt en dat een film uit de cloud gedownload wordt. Deze omschakeling noemt hij “the flip”.
Het is niet essentieel om te bepalen wanneer the flip juist gebeurt, maar wel om te detecteren wat die omschakeling is in jouw domein. Door te ontdekken wat “the new normal” gaat worden in jouw sector, bereid je je voor op de toekomst.
Meer informatie over Peter Hinssen en zijn boek “The new Normal” vind je op http://www.peterhinssen.com/
Nathalie Swannet:
CWF is ideeën en inspiratie opdoen, leren over ‘denken, durven, maar vooral over doen; kritisch kijken naar je eigen werk, uitproberen, falen en opnieuw beginnen. Maar niet alleen de sprekers zorgden voor nieuwe impulsen, de hele branding van CWF was de moeite om mee te maken. CWF stond in het teken van creativiteit en dit kan je ruiken, voelen en zien. Van de verpakking van het eten ‘can you feed my mind?’ tot het kunstwerk van ‘Peter De Cupere’ ‘scratch and sniff’, een kunstwerk dat naar aardbeiden ruikte als je eraan krabde. CWF was doen, ervaren en ontdekken dat een mooi verhaal pas rond is als de communicatie, vormgeving en branding hand in hand gaan.
Veerle Verbakel:
Copy, paste en tweak. Verder bouwen op goede ideeën stond centraal op CWF. In het digitale tijdperk worden we blootgesteld aan heel veel impulsen. Technologische evoluties zoals de sixth sense van de onderzoeksgroep van Pattie Maes aan MIT, een toestel dat je rond je nek draagt en dat systematisch informatie uit je directe omgeving aanvult door het projecteren van digitale relevante input, versterken de veelheid aan inspiratie die we van dag tot dag ervaren. De kunst is om af en toe afstand te nemen en je idle time door te brengen in totale afzondering van deze impulsen. Op die manier kan je jouw goede ideeën beter vorm geven, dixit Scott Belsky. Maar voor het indrukwekkende spreektalent van Malcolm Gladwell (the tipping point) en Garr Reynolds (the naked presenter) zet ik mijn non-stimulation time graag even stop.
Stefan Tilburgs:
Durven laten falen om te innoveren. Creativiteit is niet genoeg en brainstormen moet kunnen zonder digitale impulsen. Dit zijn voor mij de 3 zaken die ik meeneem:
- Durven falen: Bedrijven moeten meer ruimte inlassen om nieuwe medewerkers af en toe te kunnen laten falen. De oude beloningssystemen zorgen vaak dat mensen geen kansen krijgen om te falen. Hoe beloon je mensen? Via goals of milestones. Als je die bereikt hebt wordt je beloond en als je faalt wordt je gestraft. Dus eigenlijk zeggen bedrijven tegen hun medewerkers “You better innovate, but don’t you dare to innovate (or fail)”. Nieuwe studies tonen aan dat mensen moeten proberen, falen, proberen en opnieuw falen om te kunnen verbeteren. Dit is de enige manier om te kunnen innoveren. (Scott Belsky)
- Creativiteit is niet genoeg: Scott Belsky en Professor Jamie Anderson waren het er allebei over eens dat creativiteit alleen niet genoeg is. Creativiteit x organisatie = impact
- Brainstormen zonder digitale impulsen. Bouw voor jezelf genoeg ruimte in zonder stimulaties. (Scott Belsky)
Beleef hier het Creativity World Forum in beeld.
Bekijk ook onze rekruteringsactie op CWF.
Foto's door Thomas Bonte (1) en Hans Stockmans (2,3 en 4)
Creativity World Forum - Blow your mind
We zijn omvergeblazen door rasechte performers, sprekers en facilitators op het Creativity World Forum (16 en 17 november 2011). Het gebeurt niet elke dag dat je kleppers als Jimmy Wales (Wikipedia), Oliver Stone (regisseur van... lees meer »
Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit. Ik mocht een weekend lang op missie om de wereld te redden. Een dosis goede, duurzame ideeën en een portie fun later kijk ik terug op een wereldverbeterende tweedaagse.
De Antwerp Sustainability Jam maakt deel uit van de Global Sustainability Jam waarbij er een globale kruisbestuiving van goede ideeën rond een gekozen thema plaatsvindt. Fundamentele ideeën waarop verder gebouwd wordt.
Output: een concept, business model, presentatie en een plan om je idee te launchen binnen een tijdspanne van 8 weken. Beschikbare resources: een wereldwijd netwerk van 800 deelnemers aan de Global Sustainability Jam, een triplet connectie met deelnemers in Kansas en Maastricht, inspirerende presentaties van duurzaamheidsexperts uit marketing, vastgoed en communicatie hoek en de goede zorgen van de angels van Kite Consultants.
De context werd geschetst door Kite Consultants. Vier multidisciplinaire teams gingen aan de slag om te brainstormen rond duurzame speeltuinen. Toekomstperspectieven voor sport en spel, de Sint die eco kado’s uitdeelt, openbaar vervoer als urban jungle, ons monetair systeem in spelvorm, kinetische energie opwekken met schommels,… De inspiratie ontstond uit een samenwerking van verschillende disciplines: service designers, product ontwikkelaars, duurzaamheidsexperts, ambtenaren, artiesten, communicatie adviseurs, studenten en beleidsmakers.
De wereld verbeteren is een spel
Ons team vertrok vanuit de filosofische vraag ‘What if you could play with time?’ en eindigde met een concept voor het invullen van idle time. ANY ID? – Take (y)our time is een modulaire en tijdelijke installatie waarin duurzame bedrijven zich kunnen profileren op plaatsen waar er veel wachttijd (bushaltes, stations,…) en dus tijd om interactie te creëren is. Eén van de andere Antwerpse realisaties was Kinetic Carnival / Watts Play : een groots opgezet spel waarbij je een duidelijk beeld krijgt van welk energieniveau je genereert bij actieve bezigheden. Je wordt beloond en je werkt aan een duurzame en gezonde levensstijl.
A sustainable future only works when people want to live in it
Duurzame ideeën moeten ook vermarkt worden. Marketing is de motor van onze consumptiemaatschappij, maar kan ook een middel zijn om als bedrijf het goede voorbeeld te geven en te inspireren. Belangrijk hierbij is dat je bedrijfscultuur en de spreekwoordelijke beeldentaal die je hanteert naar de buitenwereld toe op één duurzame lijn liggen. Je bedrijfsprocessen moeten afgestemd zijn op je duurzame imago en vice versa. Sensing, shaping, showing, supervising, storytelling, spreading: bij elk van deze branding fases houd je de belangrijkste S van allemaal in je achterhoofd: Sustainability.
Enkele tips om jouw duurzame idee vorm te geven:
Kies duurzame partners en leveranciers
Wees transparent
No greenwashing!
Denk op lange termijn
Werk samen aan een goed doel
Duurzaamheid als bedrijfscultuur
De Antwerp Sustainability Jam kwam tot stand met:
Kite Consultants - Antenno - Flanders DC - Stad Antwerpen - Blue Gate - Artesis - Innovatiecentrum - Stuurboord - Conceptboard - 3M
Noteer 24 tot 26 februari 2012 in je agenda voor de Global Service Jam.
Gepost door Veerle Verbakel
Antwerp Sustainability Jam
En het thema is….playground. Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit.... lees meer »
Bij reclame voor varkensvlees denk ik zonder verpinken aan het VLAM. Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing promoot via televisie en andere kanalen al jaren labels zoals Certus die de nodige kwaliteit op vlak van hygiëne en voedselveiligheid garanderen. De campagnes lopen al jaren, zullen nog jaren lopen, maar de tijdsgeest verandert. Om dat te beseffen volstond het om de voorbije week af en toe naar de rechterbenedenhoek van een pagina in De Standaard te kijken. Daar prijkte een klein vierkantje met als catchy slogan “De vetste varkens komen uit West-Vlaanderen”. De vormgeving van de advertentie had de stijl van een artikel, enkel de rode letters maakten van meet af aan duidelijk dat het hier om reclame ging. Niet uit de VLAM-stal, zoveel was ook meteen duidelijk. Achter de slogan zat Midi Station, het restaurant aan het Brusselse Zuidstation waarvan ik dacht dat het failliet was gegaan. Blijkt dat Dirk De Prins (u kent hem wel, van Mijn Restaurant) de zaak heeft overgenomen en bij de lancering mikt op verfrissende marketing die uitlegt dat je in zijn resto Hereford rundsvlees of - om tot de vette varkens te komen – Duke of Berkshire varkensvlees op het bord krijgt. Dat dit ras samen met Duroc d’Olives almaar vaker de kop opsteekt, heeft niet enkel met marketing te maken, maar ook met twee andere cruciale elementen: consumenteninzicht en ondernemerschap.
Laat ons eerst het consumentinzicht uit de doeken doen. Duke of Berkshire en Duroc d’Olives keren terug naar de propositie van varkensvlees dat nog naar varken smaakt en tegelijk punten scoort op vlak van hygiëne en voedselveiligheid. Dat het vertrandje van varkensvlees goed in de markt zou liggen, was tien jaar geleden ondenkbaar (toen dachten we bij vet nog aan vetsmelters en dioxine). De voorbije jaren ontstond echter een consumentenbehoefte naar pure smaken (en vet is daar bij varkensvlees zeer verantwoordelijk voor). Een andere exponent van die behoefte zijn de ook al puur smakende biogroenten of jonge koks zoals de Flemish Foodies (met onder andere Kobe Desramaults van In De Wulf en De Vitrine) die van pure smaken een handelskenmerk maakten. Als ook de media meegaan in de nieuwe consumentensmaak, dan kan je stilaan van voldoende draagvlak gewag maken. Zo deed bijvoorbeeld Yves Desmet (u kent hem wel, van Mijn Restaurant) onlangs zijn duit in het zakje met een column die de smaak en sappigheid van het vetrandje in de kijker zette.
De behoefte en het draagvlak zijn er inmiddels, maar er was durf en ondernemerschap nodig om deze evolutie enkele jaren terug in te schatten en van daaruit een initiatief te ontwikkelen dat een product als varkensvlees op de nakende trend zou laten aansluiten. Het verhaal van Duroc d’Olives is zeer illustratief. Het is het resultaat van de zoektocht van twee varkenshouders (Bart Mouton en Filip Van Laere) om smakelijker, malser en gezonder varkensvlees te produceren. Ze zochten het meest geschikte ras, kwamen uit bij het roodbruine Durocvarken en ontwikkelden een eigen gezonde voeding met olijfolie als vetbron. De Flanders Golden Pig Award volgde, net als de slagers en chefs die het varkensvlees apprecieerden en de media die het verhaal oppikten. Het is een verhaal (lees het hier in detail) dat authenticiteit uitademt en net dat is vandaag de heilige graal voor veel marketers. De betrokken varkenskwekers fietsen met andere woorden glansrijk om een grote marketingvalkuil heen: niet de marketing moet per definitie authentiek zijn (het mag, dat helpt), maar vooral het product zelf en de manier waarop het inspeelt op een juist ingeschatte marktevolutie.
Gepost door Wouter Temmerman
Varketing
Bij reclame voor varkensvlees denk ik zonder verpinken aan het VLAM. Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing promoot via televisie en andere kanalen al jaren labels zoals Certus die de nodige kwaliteit op vlak... lees meer »