Als ik praat met jonge ondernemers – u kent ze wel, die moedige mensen die het ondanks het economisch gesternte aandurfden om de voorbije jaren een bedrijfje op te starten – dan valt het me op hoe delicaat het onderwerp ‘winstmarge’ soms is. De inzet van de nieuwe ondernemer ligt zeer vaak en niet altijd onterecht op het verwerven van zo veel mogelijk ‘new bizz’, zoals de reclamesector dat zo sexy verwoordt. Voorbeelden uit andere sectoren zoals retail tonen aan dat ‘good bizz’ echter net zo belangrijk is.
De verleiding is natuurlijk groot. Wie net met een zaak gestart is, toont zich al snel heel tevreden als hij het orderboek tot de nok kan volstouwen. Veel werk is altijd fijn voor wie net een ondernemersrisico heeft genomen. Om dat risico mooi af te dekken, is echter meer nodig dan een volle agenda, leren alle cursussen economie en bedrijfsbeheer. Winst is de motor van elke onderneming, maar onderzoek toont aan dat net daar het schoentje wringt in veel sectoren. Neem nu een van de meest klassieke: de kleinhandel. Unizo voerde samen met partnerorganisaties een onderzoek naar de winstgevendheid van superettes en dagbladhandels. De cijfers zijn ontluisterend: in de dagbladhandels bijvoorbeeld gaat achter de façade van een licht stijgende omzet een zware druk schuil door de te lage marges die de winkelier kan nemen op zijn producten. Een gemiddelde krantenwinkel houdt bottom line slechts 4% bedrijfswinst over. Maar als nettowinst, nadat van de bedrijfswinst onder andere belastingen en interesten betaald zijn, rest slechts 1,6% van de omzet. Anders uitgedrukt: de gemiddelde dagbladhandel uit dit onderzoek houdt per 100 ontvangen euro amper 1,63 euro netto over. Dezelfde oefening leert dat de buurtwinkels nauwelijks beter af zijn: zij scoren een bedrijfswinst van 2,66% en een nettomarge van 1,73%. Tot overmaat van ramp kan het terugschroeven van de operationele kosten nauwelijks soelaas brengen: die kosten zijn in vergelijking met het buitenland al tot een minimum beperkt.
Als we uit de studie even de situatie van de krantenwinkels distilleren, dan toont de recente evolutie goed aan dat krimpende marges een sluipend gif zijn. Een doorsnee krantenwinkel is de voorbije jaren almaar meer gaan verkopen. Het werd een Postpunt, een Kiala-afhaalpunt, je vindt er koffie en ontbijtkoeken, schoolmateriaal en o ja, ook nog loterij, sigaretten, kranten en tijdschriften. Pers neemt ongeveer de helft van de krantenwinkel in, maar vertegenwoordigt volgens de Unizo-studie slechts 12% van de omzet. Op zich al niet logisch en bovendien is de marge stelselmatig gekrompen. Ooit was het 30%, sinds enkele jaren 25%, maar in almaar meer gevallen ook 20% of minder. Dat knaagt aan de winstgevendheid en verklaart onder andere waarom winkeliers een heel lage bedrijfswinstmarge overhouden. 1,63% is onleefbaar en ter extreme vergelijking: een multinational als AB InBev scoort als margekampioen bijna 33%: een euro winst per drie omgezette euro. De detailhandelaars zitten min of meer in de tang: ze moeten diversifiëren richting meer margerijke activiteiten, maar willen tegelijk hun eigenheid als persverkoper behouden. Die pers brengt hen echter in een lastige catch- (en cash-)positie.
Voor jonge ondernemers schuilt in de Unizo-analyse een interessante les: als de winkel draait, moet je durven margeselectief zijn. Niet enkel de kwantiteit van het bizz-verhaal telt, ook de kwaliteit moet goed zitten om succesvol te blijven ondernemen.
Wouter Temmerman
Focus op de marge
Als ik praat met jonge ondernemers – u kent ze wel, die moedige mensen die het ondanks het economisch gesternte aandurfden om de voorbije jaren een bedrijfje op te starten – dan valt het me... lees meer »
Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit. Ik mocht een weekend lang op missie om de wereld te redden. Een dosis goede, duurzame ideeën en een portie fun later kijk ik terug op een wereldverbeterende tweedaagse.
De Antwerp Sustainability Jam maakt deel uit van de Global Sustainability Jam waarbij er een globale kruisbestuiving van goede ideeën rond een gekozen thema plaatsvindt. Fundamentele ideeën waarop verder gebouwd wordt.
Output: een concept, business model, presentatie en een plan om je idee te launchen binnen een tijdspanne van 8 weken. Beschikbare resources: een wereldwijd netwerk van 800 deelnemers aan de Global Sustainability Jam, een triplet connectie met deelnemers in Kansas en Maastricht, inspirerende presentaties van duurzaamheidsexperts uit marketing, vastgoed en communicatie hoek en de goede zorgen van de angels van Kite Consultants.
De context werd geschetst door Kite Consultants. Vier multidisciplinaire teams gingen aan de slag om te brainstormen rond duurzame speeltuinen. Toekomstperspectieven voor sport en spel, de Sint die eco kado’s uitdeelt, openbaar vervoer als urban jungle, ons monetair systeem in spelvorm, kinetische energie opwekken met schommels,… De inspiratie ontstond uit een samenwerking van verschillende disciplines: service designers, product ontwikkelaars, duurzaamheidsexperts, ambtenaren, artiesten, communicatie adviseurs, studenten en beleidsmakers.
De wereld verbeteren is een spel
Ons team vertrok vanuit de filosofische vraag ‘What if you could play with time?’ en eindigde met een concept voor het invullen van idle time. ANY ID? – Take (y)our time is een modulaire en tijdelijke installatie waarin duurzame bedrijven zich kunnen profileren op plaatsen waar er veel wachttijd (bushaltes, stations,…) en dus tijd om interactie te creëren is. Eén van de andere Antwerpse realisaties was Kinetic Carnival / Watts Play : een groots opgezet spel waarbij je een duidelijk beeld krijgt van welk energieniveau je genereert bij actieve bezigheden. Je wordt beloond en je werkt aan een duurzame en gezonde levensstijl.
A sustainable future only works when people want to live in it
Duurzame ideeën moeten ook vermarkt worden. Marketing is de motor van onze consumptiemaatschappij, maar kan ook een middel zijn om als bedrijf het goede voorbeeld te geven en te inspireren. Belangrijk hierbij is dat je bedrijfscultuur en de spreekwoordelijke beeldentaal die je hanteert naar de buitenwereld toe op één duurzame lijn liggen. Je bedrijfsprocessen moeten afgestemd zijn op je duurzame imago en vice versa. Sensing, shaping, showing, supervising, storytelling, spreading: bij elk van deze branding fases houd je de belangrijkste S van allemaal in je achterhoofd: Sustainability.
Enkele tips om jouw duurzame idee vorm te geven:
Kies duurzame partners en leveranciers
Wees transparent
No greenwashing!
Denk op lange termijn
Werk samen aan een goed doel
Duurzaamheid als bedrijfscultuur
De Antwerp Sustainability Jam kwam tot stand met:
Kite Consultants - Antenno - Flanders DC - Stad Antwerpen - Blue Gate - Artesis - Innovatiecentrum - Stuurboord - Conceptboard - 3M
Noteer 24 tot 26 februari 2012 in je agenda voor de Global Service Jam.
Gepost door Veerle Verbakel
Antwerp Sustainability Jam
En het thema is….playground. Het laatste weekend van oktober werd Hangar 26 in Antwerpen gedurende 48 uur het speelterrein voor volwassen ideeën rond speeltuinen/-tuigen. Antenno, partner van de Antwerp Sustainability Jam, stuurde zijn speelvogels uit.... lees meer »
Een interessant initiatief binnen Antenno zijn de ‘sharing is caring’ sessies. In deze sessies wordt kennis gedeeld over onderwerpen als merkpositionering en het belang ervan naar employer branding, social media, kleurentrends en de toepassingen ervan, etc.
Als Nederlandse stagiaire bij Antenno is dit natuurlijk de ideale gelegenheid mijn interculturele ervaringen in het Bourgondische België te delen. Een andere reden is dat 0031 nummers steeds vaker naar Antenno bellen. Interessant dus voor de Antenno’s om meer te weten te krijgen over hun Noorderburen.
De twee grootste oorzaken van de vele verschillen dateren volgens Nederbelg Evert van Wijk uit de 16e eeuw. Het Calvinisme deed zijn intrede in het huidige Nederland en België viel onder de Spaanse overheersing. Hier werd al de grens tussen Nederland en België getrokken.
De strenge katholieke Spaanse overheersing heeft in België gezorgd voor een groot besef van machtsafstand. Belgen hebben meer respect voor hun baas. In Nederland heeft Calvijn er echter voor gezorgd dat mensen zich als gelijken zien. Daarom is het niet verwonderlijk dat Nederland het poldermodel gebruikt en altijd alles overlegd lijkt te worden.
Belgen staan ook bekend om hun Bourgondische eetcultuur; genieten van het eten en gezellig samen komen is hierin geen uitzondering. Daar tegenover staat het sobere Nederland met een boterham met kaas en een groot glas karnemelk. Al zien we de laatste jaren de eetcultuur in Nederland ook steeds belangrijker worden.
Een verschil in zaken doen tussen onze landen is het belang van ‘contact’ versus ‘contract’. Waar Belgen liever eerst aftasten en vooraf een relatie en vertrouwen opbouwen met de zakenpartner door bijvoorbeeld een etentje, tekenen Nederlanders sneller een contract om zaken voor elkaar te krijgen. Nederlanders zijn wat dat betreft beter van vertrouwen.
Andere verschillen die belicht werden tijdens de presentatie:
- de oranje gekte in Nederland ten opzichte van de haat-liefde verhouding met het koningshuis in België
- waarom Van Rompuy wel en Balkenende niet als president van EU
- dat Belgen meer uitpakken met hun statussymbolen (huis, wagen, …)
- dat Nederlanders meer ondernemend zijn
- de trekmuur (aka de zogenaamde ‘kroket uit de muur’) van de Nederlanders
- …
Het grootste verschil echter, zit wat mij betreft in datgene wat het meest identiek lijkt, de taal. Zeggen Belgen: “Wijsheidstand”. Zullen Nederlanders zeggen: “Nee, Verstandskies”. Spreken Nederlanders over: “Jus d’orange”. Zeggen Belgen: “Nee, appelsiensap”. Een ding is zeker, ‘poep’ en ‘poep’ zijn voor Belgen en Nederlanders totaal verschillende woorden… Wilt u meer weten over verschillen, dan moet ik misschien ook wel eens stage bij u lopen?
Gepost door Carlijn Frunt (stagiaire bij Antenno)
Er was eens een vliegtuig met 149 Belgen en 1 Hollander…
Een interessant initiatief binnen Antenno zijn de ‘sharing is caring’ sessies. In deze sessies wordt kennis gedeeld over onderwerpen als merkpositionering en het belang ervan naar employer branding, social media, kleurentrends en de toepassingen ervan,... lees meer »
Sinds de Neveneffecten hun fake onderzoeksbureau Data Driven op het journaille hebben losgelaten, is in mijn mailbox het aantal persberichten “met opmerkelijke onderzoeksresultaten” opvallend gedaald. Waarvoor dank en het kan geen toeval zijn dat die vaststelling vooral opgaat voor de algemene en ook triviale onderzoeken. Als het gaat om media en communicatie-onderzoek heeft het probleem van duistere onderzoeksbureaus zich volgens mij de laatste jaren minder gesteld dan in de algemene nieuwsberichtgeving. De reden is dat de marktonderzoeksbureaus goed ingebed zijn in de marketingwereld. Als onder een onderzoek namen staan als TNS Media, GfK, Nielsen of Synovate dan weet iedereen dat die bureaus voor kwaliteit en betrouwbare methodes staan. Duikt een bureau op dat bijvoorbeeld geen lid is van de vakfederatie Febelmar dan wordt je als journalist haast automatisch geprikkeld om eens te kijken wie die gasten dan wel zijn. Alleen al die check kwam er bij veel Data Driven-berichten nooit.
Wel een staal van absoluut geloofwaardig en waardevol onderzoek wordt toegelicht in de MM News van 19/01. Significant GfK, GfK Panel Services, Keystone Network en Keysteps Consulting werkten samen aan de ‘Basket Life’-studie in opdracht van SBS Belgium (VT4 en Vijftv). Doel: inzicht geven in hoe Vlaamse consumenten en VVA’s hun merkenportefeuille doorheen hun leven opbouwen. De parameters die merkkeuze beïnvloeden variëren volgens levensfase, da’s geen verrassing. Het kwantitatieve gedeelte van het onderzoek legde vrij duidelijk bloot dat consumenten in de jongere levensfases meer openstaan voor nieuwe merken en producten. Bij medioren en senioren is die portefeuille al meer geconsolideerd. Nog steeds geen grote verrassing, maar wel boeiend is te zien dat dit onderzoek de vaststelling ook kan doorvertalen naar bestedingen. Zo blijkt dat een gezin gemiddeld 3.764 euro per jaar aan merken spendeert, terwijl dat bij een gezin met tieners oploopt tot net boven 5.000 euro.
Het onderzoek heeft waarde omdat het een belangrijke maatschappelijke trend voor adverteerders in kader zet. Al sinds de eeuwwisseling wijzen notoire trendwatchers als Herman Konings op de gevolgen van de vergrijzing. De babyboomgeneratie staat te boek als de rijkste uit de geschiedenis en die generatie gaat op dit moment met pensioen. Niet om te gaan haken bij de haard in het huis van zoon- of dochterlief, maar met de wens en bedoeling om te blijven consumeren. Toch weerklonk de kritiek dat senioren niet bovenaan in de schuif van marketingplanners lagen, ondanks hun groeiend belang. Dit onderzoek maakt tenminste al een beetje duidelijk waarom. Die babyboomers hebben hun keuzes op een rijtje. Budgetten voor fidelisering hebben zin, maar acquisitie moet ofwel heel goed (en dus heel duur) ofwel niet zijn. Daarom blijven adverteerders, als hun merk daarvoor geschikt is uiteraard, inzetten op jongeren. Die zijn overtuigbaar en bieden meer perspectief op lange termijn. Of hoe een oplossing die enigszins vanuit gemakzucht gevoed wordt toch ook in een langetermijnstrategie kan passen. En dat dan nog met dank aan gefundeerd datagedreven onderzoek.
Wouter Temmerman
Data driven denken in marketing
Sinds de Neveneffecten hun fake onderzoeksbureau Data Driven op het journaille hebben losgelaten, is in mijn mailbox het aantal persberichten “met opmerkelijke onderzoeksresultaten” opvallend gedaald. Waarvoor dank en het kan geen toeval zijn dat die... lees meer »
Met de start van De Allerslimste Mens lijkt de traditionele eindejaarsrush naar de top van de heilige berg der kijkcijfers ingezet. Menig tv-maker kijkt daags na zijn uitzending met soms ongezonde spanning uit naar het bereik dat zijn programma heeft gescoord. De inhoudelijke waardering krijgt daardoor soms niet de aandacht die het verdient, maar met de snelle audimetrie van het tv-bereik brengt het CIM een stevige dynamiek in de werking van wat toch nog steeds het grootste reclamemedium van ons land is. Voor luistercijfers is dat wel even anders. Enkele weken terug liet het CIM weten dat het ritme waarmee het cijfers publiceert, zal stijgen. Jawel: van tweemaal per jaar naar driemaal per jaar. Anno 2010 en vergeleken bij de tv-meting lijkt dat een anachronisme. En aan anachronismen hangt wel vaker een interessant verhaal vast.
Dat verhaal wil dat dagelijkse metingen zeker niet onbestaande zijn. De meetsystemen bestaan en worden ook her en der gebruikt door de regies die de reclameruimte op de radio vermarkten. De VAR (voor de VRT-radio’s) en Qgroup (Q-music en Joe FM) werken al enige tijd met de PPM. De Portable People Meter (zie foto) is een technologie van het Amerikaanse Arbitron, waarbij het bakje dat een panellid draagt onhoorbare codes detecteert die zenders met hun programma’s meesturen. De codes vinden later via een docking station (en de telefoonlijn) hun weg naar de centrale database. De PPM krijgt de steun van het befaamde onderzoeksbureau TNS Media en de tandem VRT/VAR ging er in 2003 in ons land mee aan de slag. Later volgde ook Qgroup. Zo’n techniek heet in vakjargon een passieve meting, terwijl de huidige methode gebaseerd is op actieve meting. Dat klinkt fris maar is het eigenlijk niet: het gaat om respondenten die een papieren dagboek invullen. Ja, beste internet geeks, ik weet welke verstomming u nu slaat.
Vanwaar dan het anachronisme? Niet alle regies die meebepalen hoe de studie eruitziet, lusten evenveel pap van de nieuwe meettechnieken. Het is immers aan de BVAM (de Belgische Vereniging van Audiovisuele Media), waarin alle AV-regies zetelen, om het CIM advies te geven over de marsrichting. Toen de BVAM dit jaar op zoek ging naar een consensus bleek dat met name RMB (de RTBF-radio’s) en IP Plurimedia (de private radio’s in Wallonië) niet zaten te wachten op passieve meting. De reden daarvoor is een mix van scepsis over de methodologie en het kostenplaatje om die kwalitatief op peil te houden (lees: om het voldoende mensen in te schakelen om zo’n bakje te dragen). Bovendien vereist een meer frequente meting ook meer personeel om de data te analyseren en dat is in deze tijden niet voor iedereen haalbaar. Terug naar af dus. Finaal sloten de vier regiepatrons een akkoord dat na uitdieping door de BVAM en behandeling van het CIM uitmondde in een nieuwe studie met drie golven per jaar in plaats van twee. De passieve meting blijft op die manier beperkt tot data voor intern gebruik bij de Vlaamse regies. Op dagelijkse luistercijfers blijft het tot spijt van wie het benijdt nog zeer lang wachten.
Wouter Temmerman
Luistercijfers zijn geen kijkcijfers
Met de start van De Allerslimste Mens lijkt de traditionele eindejaarsrush naar de top van de heilige berg der kijkcijfers ingezet. Menig tv-maker kijkt daags na zijn uitzending met soms ongezonde spanning uit naar het... lees meer »
Al enkele weken liep er een campagne van Studio Brussel rond de festivalenquête. Met een reeks commercials werd aangekondigd dat de festivalradio alle geheimen van de festivalweide zou ontsluieren. Gisteren werden de resultaten wereldkundig gemaakt.
Een enquête communicatief uitspelen is een krachtige manier om een positionering te ondersteunen. Studio Brussel toont hiermee empathie voor zijn doelgroep. De zender laat expliciet blijken dat het interesse heeft in de mening van de festivalganger. Die openheid versterkt de geloofwaardigheid van de propositie. Daarnaast hebben de resultaten op zich blijkbaar een hoge nieuwswaarde. Smeuïge cijfers over seks en onderbroeken worden nu eenmaal goed opgepikt. De fictieve persberichten van Woestijnvis over de bedprestaties van Open VLD'ers en het masturbatiegedrag van Groen!-kiezers waren hier een goed voorbeeld van.
Over de feitelijke relevantie van dergelijk onderzoek kan natuurlijk gediscussieerd worden als we de resultaten van het onderzoek van naderbij bekijken. Wat leren we uit het feit dat bijna de helft van de festivalgangers al eens seks gehad heeft op een festival? Buiten een vaag inzicht over de 'lifetime penetratie' zegt dit cijfer niks. Het feit dat jongeren seks hebben, lijkt me niet wereldschokkend. Het feit dat ze vier dagen per jaar in Werchter vertoeven, betekent dat ze ook daar seks hebben. Een bierfabrikant krijgt toch ook weinig inzicht over de bierconsumptie door te vragen wie er al ooit een pintje gedronken heeft.
Penetratie
Al enkele weken liep er een campagne van Studio Brussel rond de festivalenquête. Met een reeks commercials werd aangekondigd dat de festivalradio alle geheimen van de festivalweide zou ontsluieren. Gisteren werden de resultaten wereldkundig gemaakt.... lees meer »
We hadden het er hier al eerder over: cijfers die in kaart brengen of er sprake is van een crisis in de reclamesector en hoe die zich laat voelen. Bleef het tot nu toe beperkt tot analyses van eind 2008, dan kwam de UBA (Unie van Belgische Adverteerders) vorige week als eerste met een serieuze prognose voor 2009.
De vereniging vroeg zijn leden in welke media ze van plan zijn minder of meer te investeren. Internet blijft de grote winnaar van de crisissfeer: 37% van de adverteerders willen er meer geld in steken. In het verlengde daarvan wil 41% meer in e-mailmarketing investeren en 6% gaat voor meer social media. Ook POS en direct mail doen het met +24% en +23% goed. Voor de massamedia is de balans onverdeeld negatief: 57% zal minder in tv investeren en ook kranten (-27%), radio (-16%), magazines (-27%), affichage (-13%) en bioscoop (-25%) zien de investeringen zakken. Betekent dit dat naast internet alle below-kanalen op meer investeringen mogen rekenen? Neen. Ook sponsoring (-51%) en event marketing (-35%) zien het aantal gemotiveerde adverteerders teruglopen.
Al bij al enigszins te verwachten enquêteresultaten, volgens sommigen zo voorspelbaar dat de vraag opduikt of deze bevraging überhaupt nodig was. Christianne Dardenne, de net gepensioneerde grande dame uit de branche van de mediabureaus, liet een open brief publiceren in de nieuwsbrief van het vakblad MM en noemde deze studie “een eigenaardig initiatief”. Ze pleit er in haar brief voor om de rangen te sluiten in het belang van alle betrokken partijen. “Arme Belgische marketers die al zoveel moeite hebben om hun budgetten te verdedigen en duidelijk te maken dat het wel degelijk om investeringen gaat en niet om dwaze kosten. Hoe kunnen zij hun directie nog overtuigen terwijl de meeste van hun collega’s verklaren van plan zijn minder uit te geven? Arme media van wie er alsmaar sterkere bereikprestaties geëist worden, terwijl met enquêtes bij de hand bevestigd wordt dat hun inkomsten het stevig te verduren zullen krijgen. Arme tussenpersonen van allerlei aard (lees: regies, mediaburaus) van wie alsmaar meer beschikbaarheid, werk, souplesse geëist wordt, tegen bodemprijzen dan nog.” De UBA-studie was ongetwijfeld goed bedoeld, in zekere zin leerrijk ook, maar ik kan Christiane Dardenne geen ongelijk geven. Ze heeft als geen ander begrepen dat crisisberichten de crisis alleen maar groter zullen maken. Of vertaald naar de reclamewereld: hoe deze sector een slang kan worden die haar eigen staart opeet.
Gepost door Wouter Temmerman
Reclame peuzelt eigen staart op
We hadden het erhier al eerder over: cijfers die in kaart brengen of er sprake is van een crisis in de reclamesector en hoe die zich laat voelen. Bleef het tot nu toe beperkt tot... lees meer »
Tegenwoordig wordt er geen persbericht meer buitengestuurd zonder dat er een of ander marktonderzoek aan gelinkt is. Op zich heb ik absoluut niks tegen onderzoek - integendeel - alleen kunnen er wel vragen gesteld worden bij de manier waarop cijfermateriaal te pas en te onpas gebruikt wordt.
Een aantal voorbeelden:
- "Meeste Vlamingen kiezen voor nachttarief", meldden een aantal kranten begin september. Dit bleek uit een onderzoek van energieleverancier Nuon. Mooi voorbeeld van hoe media voorgekauwd marketingmateriaal overnemen. Het bericht moet de nodige ondersteuning geven aan de lancering van het nieuwe Nuon WeekendPlus tarief.
- Hoofdpunt in het radionieuws dit weekend: "het aantal echtscheidingen is voor het eerst gedaald in België." Later in het journaal licht een professor toe dat de daling toe te schrijven is aan een terugloop van het aantal huwelijken. Dus, dalende echtscheidingen...?
- Gisteren in het avondnieuws: "...uit een steekproef van het journaal aan een Vlaamse school, bleek dat x% van de chauffeurs zich niet houdt aan de 30km snelheidslimiet." Is dit schooltje representatief? Wie zal het zeggen?
- Toppunt van onderzoek om het onderzoek was een studie in juni dit jaar die uitwees dat "Mannen meer geïnteresseerd zijn in het WK-voetbal." Tja...
Goochelen met cijfers
Tegenwoordig wordt er geen persbericht meer buitengestuurd zonder dat er een of ander marktonderzoek aan gelinkt is. Op zich heb ik absoluut niks tegen onderzoek - integendeel - alleen kunnen er wel vragen gesteld worden... lees meer »
Volgens de Sunday Telegraph heeft Madonna haar toevlucht gezocht tot marktonderzoek bij de selectie van de nummers voor haar nieuwe plaat 'Confessions On A Dancefloor'. Tijdens 'nightclub focusgroepen' doorheen Europa werden instrumentale versies van de nieuwe Madonna nummers gespeeld. De reacties van de aanwezigen werd gefilmd om te zien of de nummers effectief in de smaak vielen.
Madonna's bekering
Volgens de Sunday Telegraph heeft Madonna haar toevlucht gezocht tot marktonderzoek bij de selectie van de nummers voor haar nieuwe plaat 'Confessions On A Dancefloor'. Tijdens 'nightclub focusgroepen' doorheen Europa werden instrumentale versies van de... lees meer »
Reclameregie RMB publiceerde recent de studie Time for Youth 2005. Via de studie wil RMB meer te weten komen over het voor media zeer gegeerde jongerenpubliek.
De studie beschrijft vrij uitvoerig de tijdsbesteding, bestedingspatronen en media likeability van de jeugdige populatie.
Daarnaast peilde het onderzoek ook naar de levensdromen van de jongeren. Op dat vlak blijkt de doelgroep toch eerder te kiezen voor huisje-tuintje-beestje dan voor avontuur en idealen. Een eigen bedrijf opstarten en inzet voor anderen vinden we dan ook onderaan het lijstje terug.
Het is in elk geval een leuke lokale aanvulling op de Europese studie waarover we vorige week blogden.
Jong en gewild
Reclameregie RMB publiceerde recent de studie Time for Youth 2005. Via de studie wil RMB meer te weten komen over het voor media zeer gegeerde jongerenpubliek. De studie beschrijft vrij uitvoerig de tijdsbesteding, bestedingspatronen en... lees meer »